CDA handelt in Kamerzetels

Nog steeds spijt het mij dat ik Van Agt zijn gang heb laten gaan, toen hij bij de verkiezingen van 1982 als CDA-lijsttrekker meedeelde dat hij niet van zins was in de Tweede Kamer te gaan zitten. Iedere kiezer kan bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State beroep instellen tegen de vaststelling van een kandidatenlijst. Als ik dat toen had gedaan dan had ik een goede kans gemaakt dat hij toen niet in de Kamer was gekomen: om veel minder kan een kandidaat immers ingevolge de Kieswet van de lijst geschrapt worden. Het Kamerlidmaatschap is geen aandeel aan toonder dat vrij verhandelbaar is.

Ook dezer dagen stak het parlementair eigendomsdenken de kop even op. Het CDA wilde de zetel van De Milliano `terug' hebben en de rest van de Kamer - op een fractie na - viel het CDA bij. De Milliano is overeenkomstig de Kieswet gekozen en naar het geldend staatsrecht neemt dat lidmaatschap geen einde door zijn vertrek uit zijn partij. Vrijwillig vertrek is altijd toegestaan en De Milliano heeft daarvoor gekozen. Maar als hij dat heeft gedaan, (mede) omdat hij meende dat hij zijn plaats aan zijn kortstondige strijdmakkers moest afstaan, heeft hij in zoverre het aan hem gegeven kiezersmandaat verloochend.

In dit verband bij veel fracties gangbare - `voor het geval dat' - getekende `afstandsverklaringen' komen neer op met de wet en de openbare orde strijdige beschermingsconstructies. Zij leveren ook schending op van de door ieder Kamerlid voor zijn ambtsaanvaarding af te leggen zuiveringseed. Terzake aangedragen morele overwegingen camoufleren slechts benauwd partijbelang.

Bovendien deugen de argumenten niet. Verondersteld wordt dat de kiezers in feite hun stem niet op de kandidaten, maar op de partij uitbrengen. Dat is een schijntegenstelling. In verkiezingstijd zijn het immers bij uitstek de personen die op de voorgrond worden geplaatst om de partij voor de kiezer tot leven te brengen.

Als naast het staatsrechtelijke principe al nadere overwegingen een rol moeten spelen, dan moet bij gebreke van een andere maatstaf ervan worden uitgegaan dat de betrokken fractie een weerspiegeling vormt van de betrokken kiezers. Daarbij doet het er nog niet eens toe dat De Milliano 12.000 voorkeurstemmen kreeg en dat hij door het CDA krachtig naar voren is geschoven om met zijn progressieve imago stemmen van links af te snoepen.

Het is tamelijk arrogant te denken dat de opvattingen van de kiezers in het stemhok voor vier jaar gefixeerd worden en dat die van fracties en individuele Kamerleden zouden kunnen evolueren.

Waarom zou eigenlijk niet moeten worden aangenomen dat de CDA-kiezers massaal in de richting van De Milliano zijn opgeschoven? Waarom heeft De Milliano niet gezegd dat alle CDA-zetels van hem zijn?