Beurzen in Benelux koppelen systemen

AMSTERDAM, 26 NOV. De effectenbeurzen van Amsterdam, Brussel en Luxemburg gaan met ingang van 4 januari hun handelssystemen openstellen voor elkaars leden (banken, hoekmannen, commissionairs). Door de elektronische netwerken aan elkaar te koppelen krijgen de leden rechtstreeks toegang tot de beurzen. Dit is gisteren bekendgemaakt.

De drie Beneluxbeurzen hebben ruim een jaar over de plannen overlegd. Belangrijke hordes waren de technische uitvoering en de onderlinge verrekening van transacties. Over deze punten bestaat inmiddels overeenstemming. Met een beperkt aantal leden testen de beurzen nu de gekoppelde systemen.

De toegang tot de twee andere beurzen is voor de huidige leden gratis, als zij binnen zes maanden `Beneluxlid' worden. Daarna bedraagt de toetredingsvergoeding 25.000 ecu (55.250 gulden). Tijdens het eerste kalenderjaar is evenmin een vergoeding verschuldigd.

De handelaren zijn verplicht zich te houden aan de reglementen van de beurzen waarop ze handelen. Op termijn worden de beursregels geharmoniseerd. Ook komen er gemeenschappelijke toelatingseisen voor aspirant beursfondsen en worden de afwikkelingsprocedures op elkaar afgestemd.

Met hun samenwerking lopen de Beneluxbeurzen vooruit op het overleg dat directies van negen Europese beurzen morgen in Parijs voeren over de vorming van een pan-Europees handelsplatform. De eerste stap naar dit doel is het voor elkaar openstellen van de handelssystemen. Londen en Frankfurt laten, net als de Benelux-beurzen, vanaf de eerste handelsdag van 1999 wederzijds handelaren toe. De Britten en Duitsers mogen echter alleen in elkaars hoofdfondsen handelen. De handelaren op de Benelux-beurzen hebben toegang tot alle fondsen.

Voordeel van gekoppelde handelssystemen is dat beleggers gemakkelijker buitenlandse aandelen kunnen kopen. Tot het einde van dit jaar moeten commissionairs die niet zijn toegelaten tot buitenlandse beurzen via lokale tussenpersonen de effectentransacties voor hun klanten doen. Dat verhoogt de kosten.