Vetrollen en stramme benen in bad; De Pont toont films van verlangen en weemoed van Britse Tacita Dean

Tacita Dean: twee korte films bij De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 17 januari 1999. Open: di-zo 11-17u. Tel. (013) 543 8300.

Op een zwart schoolbord staan wat losse schetsjes en aantekeningen: Der Jungbrunnen, Fountain of eternal youth (after Cranach). Enter the old and the arthritic exit the young again. Dit is het beknopte `storyboard' van het 16 mm-filmpje van Tacita Dean (Canterbury, Engeland, 1965). In deze slechts drieeneenhalve minuut durende film, te zien in De Pont in Tilburg ontvouwt zich een prachtig ingehouden drama, vol van melancholie, niet in de vorm van een verhaal, maar een drama bestaande uit een beperkt aantal statische, geconcentreerde beelden.

Tacita Dean, dit jaar een van de genomineerden voor de Turner Prize, de belangrijkste beeldende-kunstprijs in Groot-Brittannie, liet zich inspireren door het beroemde schilderij van Lucas Cranach Der Jungbrunnen (1546), een verbeelding van de bron van eeuwige jeugd en schoonheid. Zij filmde badende vrouwen in het bad van Hotel Gellert in Boedapest. De vrouwen zijn zich van de camera niet bewust. We zien hen onder de douche, met elkaar pratend in het water, en ontspannen hangend aan de rand van het zwembad. De sfeer is die van een droom. Het water is groen, er komt stoom vanaf, de Jugendstil-architectuur is van een grote schoonheid, met fraaie mozaieken, zeegroene trappen en een zachte weelderige verlichting. De gedempte zwembadgeluiden komen als van ver af. In contrast hiermee dragen de vrouwen afschrikwekkende schaamlappen, een soort schorten die de onderbuik bedekken maar borsten en billen vrijlaten alsof alleen die ene plek belangrijk is en de rest er totaal niets toe doet. De vrouwen hebben het mallotige ding plichtsgetrouw omgestrikt en laten zich er verder niets aan gelegen liggen. Mooie Jungfrauen zijn het beslist niet. Er zijn veel vetrollen en stramme benen. Ze doen geen enkele poging tot poseren, zijn volkomen ontspannen als zusters onder elkaar en dit wekt ontroering. Alleen een enkele keer, bijvoorbeeld in een close up van een even afgezonderd drijven in het water, is er iets van overgave en een dromerig verlangen.

Verlangen en weemoed zijn ook het thema van Deans tweede filmpje, Disappearance at sea (14 minuten). Het is opgebouwd uit een afwisselend ritme van licht en duisternis: het licht van een vuurtoren van zeer nabij gefilmd, met draaiende en reflecterende spiegels en daarbij het piepend en knarsend geluid van de motor; en dan een adembenemend uitzicht over duinen en zee bij de invallende duisternis met een bloedrode streep aan de horizon en het gekrijs van zeemeeuwen.

De herhaling van deze beelden is hypnotiserend terwijl het daarbuiten steeds donkerder wordt en de lampen verhoudingsgewijs steeds feller schijnen. Ergens in de duinen loopt nauwelijks waarneembaar een schim. Aanleiding tot deze film is de verdwijning, in 1968, van een onervaren zeezeiler die aan een wereldreis begon en daarvan nooit terugkeerde. Echt noodzakelijke informatie is dit niet; een onvervulbaar verlangen en eenzaamheid spreken heel direct uit de filmbeelden. Dean slaagt erin met weinig middelen en door middel van een sterke, sobere vorm kunstwerken met een grote zeggingskracht te maken.

    • Janneke Wesseling