Van havik naar duif; LJUBCO GEORGIJEVSKI

ROTTERDAM, 25 NOV. Ljubco Georgijevski, maandag door president Kiro Gligorov van Macedonie benoemd tot premier, is pas 32 jaar oud - en toch een veteraan in de politiek. Het is alweer negen jaar geleden dat Georgijevksi een eigen partij oprichtte, de VMRO-DPMNE: Interne Macedonische Revolutionaire Organisatie - Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid.

De Ljubco Georgijevski van die dagen was radicaal fel anticommunistisch, fel nationalistisch, polariserend op het extremistische af. Hij ging heftig te keer tegen de Albanese minderheid in Macedonie, tegen de oude Gligorov en tegen diens latere premier, Branko Crvenkovski. Voor Ljubco Georgijevski waren zij niets anders dan communisten. De lange vinnige ruzie met Griekenland over de naam en de vlag van het land werd steeds weer gecompliceerd door Ljubco Georgijevski, de jonge dichter en schrijver die landkaarten verspreidde waarop Macedonie te zien was met inbegrip van heel Noordoost-Griekenland - hetgeen de Grieken weer tot woede dreef en Gligorov in grote problemen bracht in zijn pogingen de ruzie te sussen.

Het was spelen met vuur want het Macedonie van de vroege jaren negentig liep voortdurend gevaar. In het noorden dreigde Servie, in het zuiden Griekenland. In het westen was Albanie kwaad wegens de vermeende discriminatie van de Albanese minderheid. En in het oosten lag Bulgarije, dat het bestaan van een Macedonische natie of taal niet erkende (en niet erkent). De noorder- en zuiderbuur hadden de grenzen gesloten en de verbindingslijnen met Bulgarije en Albanie waren niet te gebruiken wegens het ontbreken van behoorlijke spoorlijnen en wegen.

Het VMRO-radicalisme ging zo ver dat er van partijwege gewapende “zelfverdedigingscomites' werden gevormd die de belangen van de Macedoniers moesten verdedigen tegen de lokale Albanezen en die daarbij de fragiele interetnische vrede op het spel zetten. Extreme VMRO'ers schrokken er niet voor terug gematigder partijgenoten met de dood te bedreigen.

De Georgijevski die onlangs de parlementsverkiezingen won en nu premier is, is een andere: hij heeft in de vier jaar die hij politiek buitenspel heeft gestaan (in het vorige parlement was de VMRO niet vertegenwoordigd: de partij boycotte de verkiezingen) een transformatie van havik naar duif doorgemaakt en heeft zijn radicale nationalisme aan de wilgen gehangen en zijn partij getemd.

Gligorov is niet langer een `communist' die moet verdwijnen en de Albanese minderheid is niet langer een separatistische vijfde colonne. Sterker: Georgijevski is een verzoener, die een coalitieregering wil vormen met deelname van uitgerekend de meest radicale partij van de Albanese minderheid - de Democratische Partij van Albanezen PDSh van Arben Xhaferi.

Georgijevski's regering wordt een driepartijencoalitie van de VMRO, de PDSh en Democratisch Alternatief van Vasil Tupurkovski Macedonies laatste vertegenwoordiger in het Joegoslavische staatspresidium voor de desintegratie van 1991. Die coalitie heeft de steun van 62 van de 120 parlementariers. Georgijevski's belangrijkste prioriteiten zijn economisch van aard: hij wil de werkloosheid (34 procent van de beroepsbevolking) bestrijden door buitenlandse investeringen aan te trekken, sneller te privatiseren, de privesector te stimuleren en de corruptie te bestrijden.