Slachtofferrechten

De afgelopen weken passeerden achtereenvolgens (een poging tot) halloween Sint Maarten, de dag van de anorexia en de dag van de rechten van het kind. Vroeger had elke heilige zijn eigen dag op de liturgische kalender en je wist wie dat had bepaald (de paus), maar bij deze uit de lucht vallende `dagen van' is onduidelijk wie dat op de nationale agenda heeft geplaatst.

De promotie van het (Amerikaanse) halloween en het (Noord-Hollandse) Sint Maarten lijkt vooral ingegeven door de behoefte elke aanleiding aan te grijpen iets leuks voor de kinderen te organiseren. De saaie periode tussen de zalige zomervakantie en de euforie van de decemberfeesten is natuurlijk veel te lang voor de immer naar een verzetje dorstende kinderziel.

De dagen van de anorexia en van de rechten van het kind hebben een ander karakter. Hierbij gaat het zo te zien om bezinning. Bij de dag van de chronische zieken of van de oceanen is het de bedoeling dat mensen ergens bij stilstaan en bijvoorbeeld bedenken: `Tje, het is toch geen lolletje om chronisch ziek te zijn.' Het verbindende element van al die `dagen van' is het slachtofferschap. Op de dag van de oceanen gaat het niet over de diepte ervan en hoe makkelijk je erin kunt verdrinken, maar over de vervuiling ervan door de mens.

Wie een dag als de zijne/hare kan claimen heeft het hoogst bereikbare binnengehaald: de status van slachtoffer. Deze positie geeft uitzicht op allerlei begeerlijkheden als genoegdoening, herstel van rechtvaardigheid, geld, hulp en sympathie. Slachtoffers worden geassocieerd met rechten en per implicatie vallen de plichten toe aan de niet-slachtoffers. Dat gaat goed, zolang het slachtofferschap onomstreden is. Een gehandicapte in een rolstoel heeft recht op toegankelijkheid van openbare ruimten en kan bijgevolg een lift eisen of een brede rijplank die over de buitentraptreden gelegd wordt.

Bij minder duidelijke slachtoffers gaat de nadruk op rechten wringen, omdat de gecreeerde tegenstelling tussen machtelozen en machthebbers (onder- en bovenliggende partij) niet meer logisch te handhaven is. Een interessant voorbeeld daarvan trof ik aan op een in de huiskamer rondslingerende kopie van de `rechten van het kind' (bron Novib), die op school blijkbaar gebruikt wordt om de kinderen aan het denken te zetten. Enkele citaten: `Een kind heeft recht op een goede gezondheid, voedsel, een leven zonder zorgen' (recht nr. 3). `Een kind heeft recht om beschermd te worden tegen oorlogsgeweld, maar ook tegen invloeden van buitenaf, zoals oorlogsspeelgoed en oorlogsfilms' (recht nr.

7). `Een kind heeft recht om op te komen voor zijn eigen rechten ongeacht zijn ras, geloof of huidkleur, afkomst of woonplaats' (recht nr. 10 - de omissie van de categorie `sekse' valt op).

Welke op hol geslagen rechten-maniak zou hier nu weer achter zitten? De hoogmoed om gezondheid en zorgeloosheid op te eisen, waar niemand ter wereld aanspraak op kan maken, is werkelijk ijzingwekkend. Hoogstens zou je het recht op goede gezondheidszorg kunnen eisen, maar het is wel erg kunstmatig om dit recht apart voor kinderen te proclameren, terwijl het voor volwassenen even belangrijk is. Het is alsof je een vlugschrift van de actiegroep `Red de kikkerdril' leest over een vijver waarin de helft van de kikkers er slecht aan toe is. De schijnbare specificiteit van de bekommernis om dril verbergt slechts nietszeggendheid en overbodigheid.

Behalve dan recht nr. 2 (`een kind heeft het recht eruit te zien, zoals het zich voelt') - waarschijnlijk het enige voorschrift waar een kind in het Nederlandse kinderparadijs mee uit de voeten kan. Je uitdossen zoals je je voelt. Precies wat deze maatschappij nodig heeft. Eindelijk gerechtigheid voor tieners in de klas met omgekeerde vechtpetten, gescheurde leren jasjes, waaruit een glimp van een stiletto piept. Een agressieve outfit weerspiegelt perfect de innerlijke woeling van agressieve gevoelens. Er gaat toch maar niets boven het recht op zelfexpressie. Voor een bezoek aan oma's tachtigste verjaardag is een ouwe, vieze trainingsbroek trouwens ook wel goed genoeg.