Rotterdam zit te hoog met taxatie woningen

ROTTERDAM, 25 NOV. De gemeente Rotterdam moet woningcorporaties enkele miljoenen guldens onroerende zaak-belasting (ozb) over 1996 terugbetalen. De corporaties, die bezwaar hadden gemaakt tegen de waardebepaling van hun gezamenlijke woningbezit van 160.000, hebben berekend dat zij na hertaxatie ongeveer tien procent minder ozb behoeven te betalen. Ruim de helft van hun bezwaren is toegewezen.

De Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) werd in Rotterdam in 1996 ingevoerd. De oz-belasting die werd geheven, was gebaseerd op een taxatie van de waarde van de woningen die het jaar daarvoor was uitgevoerd. Deze taxaties leidden tot een verhoging van de ozb-aanslagen met gemiddeld 45 procent. Dat leidde tot een stortvloed van bezwaarschriften, 50.000 van particulieren alsmede van alle woningcorporaties die de waardebepaling van hun totale bezit van 160.000 woningen te hoog achtten. De dienst gemeentelijke belastingen heeft circa 40.000 bezwaarschriften van particuliere woningbezitters afgehandeld.

Pas volgende maand als de laatste bezwaarschriften van corporaties zijn afgehandeld kan de gemeentelijke belastingdienst precies berekenen hoeveel ozb aan de corporaties zal worden terugbetaald. Het gaat waarschijnlijk om in totaal om circa 2,5 miljoen gulden per jaar. Daarnaast krijgen de huurders van sociale woningen een deel van hun aandeel ozb terug. De financiele tegenvaller voor de gemeente is uiteraard nog hoger, omdat ook een aantal particuliere woningbezitters minder behoeft te betalen dan in 1966 was berekend. De toegestane verlagingen werken bovendien door voor de daaropvolgende jaren. In 1999 worden de Rotterdamse woningen opnieuw getaxeerd. In 2000 wordt de ozb op basis van nieuwwaarde bepaald.