Personeel kritiseert uitspraken Van Aartsen

DEN HAAG, 25 NOV. Minister Van Aartsens plannen voor de vernieuwing van het personeelsbeleid op Buitenlandse Zaken en zijn recente uitspraken daarover hebben het vertrouwen in hem op het departement en de posten in het buitenland “tot een minimum' laten dalen. Dit heeft de voorzitter van de Vereniging van de Dienst Buitenlandse Zaken (VDBZ), drs. J. Douma de minister deze week in een brief meegedeeld.

Douma verwijst naar een recent interview met de minister (21 nov.) in Elsevier en waarschuwt dat diens uitspraken daarin de VDBZ ertoe zouden kunnen brengen niet akkoord te gaan met de geplande vernieuwing. De VDBZ telt onder de 4.528 diplomaten en ambtenaren van Buitenlandse Zaken (wereldwijd) 1521 leden en is daarmee in de departementale ondernemingsraad de tweede groep. In die 17-koppige raad heeft de zogenoemde onafhankelijke lijst 8 leden, de VDBZ 7 en een aan de ambtenarenbond Abva/Kabo gelieerde groep 2.

Namens zijn leden spreekt Douma “ernstige zorg' uit over opmerkingen van Van Aartsen in het gesprek met Elsevier dat hij afgelopen zomer op het ministerie “niet in een gespreid bedje' kwam en dat het personeel daar te weinig “op het resultaat wordt afgerekend'. Slecht gevallen is ook een opmerking van de minister over “sleetse carrierepatronen die er vanaf het diplomatenklasje alleen op gericht zijn om uiteindelijk ambassadeur in Bonn te worden'. En zijn uitspraak dat hij meer wil kijken naar het personeelsbeleid van grote internationale ondernemingen als de “Unilevers en Shells'. Daarover zei hij: “Nou, dat gaan we doen en dat zal hier en daar pijn veroorzaken. De traditionele carrieremethodiek moet worden doorbroken'.

Douma is tot het schrijven van zijn brief gekomen omdat de minister tot nu toe geen tijd voor een persoonlijk gesprek had maar wel voor interviews. De VDBZ verwijt hem dat hij op weg lijkt de taak van BZ “als vertegenwoordiger en als ogen/oren van Nederland in het buitenland' op te offeren aan “korte-termijn Haags-politieke motieven'. Dit omdat Van Aartsen wil snoeien op personeel van ambassades in tientallen landen waarmee Nederland in de toekomst geen directe ontwikkelingsrelatie meer wil hebben.

Kritiek heeft Douma in zijn brief ook op het feit dat Van Aartsen de in 1995 begonnen herijking van het buitenlands beleid “zo niet mislukt dan toch tenminste onvoltooid' acht en een groot deel van het personeel “daarvoor in enkele pennenstreken' verantwoordelijk stelt.