Palestijnen dansen langs de landingsbaan

RAFAH, 25 NOV. Op de Palestijnse luchthaven in de Gazastrook landde gisteren het eerste vliegtuig. Arafat kuste elke passagier hartelijk op de wangen, ook zijn eigen piloten.

Toen het eerste vliegtuig gisteren op Gaza International Airport landde, de Saint Catherine van Egypt Air, had Yasmin tranen in de ogen. De stewardess van Palestinian Airlines, gekleed in haar officiele donkerblauwe broekpak, was al twee jaar geleden aangenomen. Toen al was de Palestijnse Autoriteit van plan om het vliegveld in het zuiden van de Gazastrook, dat zijn voltooiing naderde, te openen. Maar de onderhandelingen met Israel verliepen zo stroef dat Yasmin en haar 17 collega's uiteindelijk maar op het Egyptische vliegveld van Al-Arish werden gestationeerd. Van daaruit vlogen zij sinds vorig jaar lijndiensten naar Amman met de drie vliegtuigen die Palestinian Airlines had - twee Fokkers die Nederland de Palestijnen had geschonken, en een toestel dat de Saoedische regering hun had gegeven. “Het was leuk', zegt Yasmin, “om alvast vanuit Egypte lijnvluchten te doen. Maar vanaf onze eigen luchthaven is het duizendmaal beter.'

Ook voor de andere aanwezige Palestijnen was de opening van hun eerste, eigen vliegveld een mijlpaal. 's Ochtends om 7 uur al posteerden ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders zich naast de fanfare en de erewacht langs een lange rode loper. De loper, die steeds geveegd werd, leidde naar het VIP-ontvangstgebouw waar PLO-leider Yasser Arafat later die ochtend de passagiers van maar liefst 8 vliegtuigen ontving.

De stemming was gemoedelijk - geen spoor van de nerveuze hectiek die andere Palestijnse officiele gelegenheden vaak kenmerkt. Iedereen zoende iedereen. En toen het volk uit omliggende dorpen, dat het schouwspel eerst keurig van buiten de hekken had gevolgd, massaal het vliegveld op kwam, kende de vreugde geen grenzen meer. Soldaten dansten de Dabka, een traditionele dans, naast de landingsbaan.

Vrouwen in Palestijnse jurken deelden snoepjes uit. Een oude sjeik op een paard begaf zich op het journalistenpodium om een beter uitzicht te hebben. Het was een waar volksfeest.

Israelische veiligheidsbeambten, die volgens het 65 pagina's tellende protocol paspoort- en bagagecontroles zullen uitvoeren, stonden enigszins verloren op een kluitje, duidelijk herkenbaar aan kortgeschoren hoofden en spacy zonnebrillen. Kolonel Fayez Zeidan, chef van de Palestijnse burgerluchtvaart en Palestinian Airlines, de man die de slopende onderhandelingen met Israel al die jaren had geleid, zei opgelucht: “Dit is een historisch moment. Het vliegveld is een van de belangrijkste symbolen van Palestijnse soevereiniteit.'

Zeidan heeft een paar belangrijke overwinningen geboekt. Israel bepaalt de aanvliegroutes en maatschappijen uit landen die geen diplomatieke betrekkingen met Israel hebben, worden niet toegelaten. Maar het lukte Zeidan om voor het vliegveld de onafhankelijke code `LVGZ' te krijgen (met de V van 'Victory'), terwijl de Israeliers erop hadden gestaan dat Gaza International Airport een Israelische LL-code kreeg, omdat `Palestina' immers (nog) geen staat is. Ook zal er in de controletoren slechts een Israelier zitten. Israel had aanvankelijk de volledige verantwoordelijkheid voor de toren opgeeist.

Toch waren er ook gisteren, tekenen van Israelische suprematie. Toen de Palestijnen in een hoek van het vliegveld bezig waren 7,5 ton geschonken medicijnen uit het Egyptische vliegtuig te laden, vertelden Israelische inspecteurs hun dat de dozen eerst door de Israelische infraroodmachines moesten. “Maar we hebben toestemming van een zekere Menachem', riep dr. Salama van het Palestijnse ministerie van Gezondheid uit.

“Ik ken geen Menachem' zei de Israelische duty manager Eli bars. De bewijsstukken die Salama hem gaf, overtuigden hem niet dat de dozen werkelijk medicijnen bevatten. Dus werd de lading helemaal naar de grens met Egypte gereden, waar de Israelische douane elke doos grondig inspecteerde. In burger mogen de Israeliers er minder intimiderend uitzien dan in uniform, zoals elders maar hun overwicht blijft onbetwist.

Ook is de controletoren nog steeds leeg, zodat er voorlopig geen nachtvluchten kunnen worden uitgevoerd. Hightech-apparatuur ter waarde van 15 miljoen dollar, die de Palestijnen door Spanje en Duitsland was geschonken en die via de Israelische haven Ashdod naar Gaza moet worden getransporteerd, wacht al anderhalf jaar op Israelische toestemming. Volgens een van de donoren “deden de Israeliers dat om de opening van het vliegveld te vertragen'.

Het gerucht gaat dat Israel enige uren voor de opening de brandblussers niet toereikend vond en dreigde alsnog een veto uit te spreken. Volgens een Israelische soldaat vulden de Israeliers ten slotte de blussers met poeder uit Israel. “Als we de opening hadden verhinderd zou de hele wereld zeggen: Israel houdt de Palestijnen weer onder de duim. Het is goed om te laten zien dat wij doen wat we in de vredesakkoorden van Wye hebben beloofd.'

Van dat alles wisten de feestende burgers op het vliegveld gelukkig niets. Voor het eerst sinds tijden juichten zij Arafat spontaan toe als er weer een vliegtuig vol supporters landde - Egyptenaren die het vliegveld hadden gebouwd, Marokkanen die de schitterende okergele orientaalse gebouwen hadden ontworpen en de mozaieken in het VIP-gebouw hadden gelegd, de Duitse en Spaanse donoren en vertegenwoordigers uit Jordanie en de Europese Unie die achter de schermen diplomatieke druk op Israel hadden uitgeoefend om het vliegveld eindelijk eens te openen.

Arafat kuste elke passagier hartelijk op de wangen, inclusief zijn eigen piloten, die huilend en zwaaiend met Palestijnse vlaggen de vliegtuigtrap afdaalden. Vandaag vliegen zij Arafat naar Frankrijk, waar de PLO-leider steun hoopt te krijgen voor de volgende fases in het vredesproces. Die fases zullen ongetwijfeld moeizaam zijn. “Maar', sprak kolonel Zeidan trots, “het vliegveld bewijst dat doorzetten loont. We zijn een stap verder op weg naar onze eigen staat.'