Held der Kirgiezen

De laatste manaschi. Ned.1, 22.56-23.49u.

De Kirgiezen, tot voor kort een volk van herders en nomaden aan de voet van het Tien Shan-gebergte aan de grens met China, zijn een oud cultuurvolk en tegelijkertijd een volk dat tot het midden van de vorige eeuw geen geschreven taal had. Des te opmerkelijker dat 's wereld grootste epos duizend jaar heeft overleefd.

Het epos is genoemd naar Manas, de vader des vaderlands van de Kirgiezen, een mythische held die in de verte vergelijkbaar is met Odysseus of Achilles. Hij verenigde de verspreide Kirgizische stammen haalde verdreven stammen terug uit het zuiden van Siberie, verdreef met zijn veertig kompanen de Chinezen en Mongolen uit wat nu Kirgizie is en veroverde grote gebieden in Mongolie en Siberie.

Het is moeilijk de betekenis van Manas voor de Kirgiezen te overschatten: Manas is de klassieke held, moedig als een leeuw, maar soms ook teder en nederig. En onaantastbaar en heilig: Manas' naam wordt zo geeerd dat het taboe is een kind zijn naam te geven. Tot Manas bid je, door Manas laat je je inspireren, het is Manas die in dromen verschijnt en het is Manas die een kind redt dat in een bergrivier is gevallen. “Manas beschermt mij zoals een groot rotsblok beschermt tegen de wind', zoals de laatste manaschi, de laatste verteller van het grote Manas-epos, het uitdrukt.

Het epos dateert uit het eind van de tiende eeuw - in 1995 is het duizendjarig bestaan gevierd, dat wil zeggen: de duizendste verjaardag van de eerste bewezen voordracht van het epos. Het telt 500.553 versregels die al die eeuwen mondeling zijn doorgegeven, en die pas in het midden van de vorige eeuw op schrift zijn gesteld. Manas gaat niet alleen over de held zelf en zijn prestaties, het gaat ook over religie, over het sociale en economische leven en over dagelijkse gebruiken. Elke generatie heeft het epos uitgebreid en als zodanig is Manas niet alleen een heldenepos, maar ook de Kirgizische geschiedenis, een enyclopedie die van het grootste belang is voor een volk zonder boekencultuur.

De documentaire De laatste manaschi gaat over de verteller Qaba Atabekov een oude, witbesnorde man.

Hij heet de laatste Kirgies te zijn die de hele Manas uit zijn hoofd kent. Elke eeuw levert sowieso maar twee of drie grote manaschi op. Het gaat immers niet alleen om het uit het hoofd leren van het enorme epos, het gaat ook om het voordragen: de versregels worden half gesproken, half gezongen, met gebaren en met lange uithalen waar dat nodig is. Elke manaschi heeft zijn eigen stijl, gebaren en verteltechniek. In de voordracht is het ritme van de Kirgizische gitaar de komoez, terug te vinden, net als het ritme van galopperende paarden (een heilig dier voor de Kirgiezen). In het epos heeft elke legendarische hoofdpersoon een even legendarisch paard, dat sterft als de held sterft.

Qaba Atabekov, de laatste manaschi, zegt als jongeman te zijn geinspireerd door Manas zelf: “Alleen als hij je bekwaam acht, word je een manaschi.' Een goede manaschi, zegt hij, ziet het verhaal dat hij vertelt voor zich, hij ziet de veldslag zoals die zich heeft afgespeeld, hij ziet de strijders van hun paard vallen en hij ziet de pijlen afschampen op Manas' malienkolder.

Qaba Atabekov is inmiddels al vier jaar bezig de manas zoals hij die heeft geleerd op papier te zetten - alleen in de zomer, want in de winter is het er te koud voor. Hij leidt bovendien kinderen op in de kunst van de Manas-voordracht - want als hij dat niet doet, doet niemand het en gaat de duizend jaar oude traditie onherroepelijk verloren.