Geen aanklager voor onderzoek naar Al Gore

WASHINGTON, 25 NOV. De Amerikaanse minister van Justitie, Janet Reno heeft gisteren besloten om geen onafhankelijke aanklager te benoemen voor een onderzoek naar vice-president Al Gore, en naar de manier waarop hij geld inzamelde voor de verkiezingen van 1996. Het besluit, dat meteen scherp werd veroordeeld door Republikeinen in het Congres, is een belangrijke opsteker voor Gore, die in 2000 een gooi naar het presidentschap wil doen.

Het afgelopen jaar hebben vooraanstaande Republikeinen hoofdartikelenschrijvers en adviseurs van Reno (onder wie FBI-directeur Louis Freeh) aangedrongen op de benoeming van een onafhankelijke aanklager om het schandaal van de campagnegelden te onderzoeken. Reno heeft dat steeds geweigerd.

Een grootschalig onderzoek naar de affaire wordt sinds twee jaar geleid door juristen van haar ministerie. Dat onderzoek, waar 120 mensen aan werken, gaat gewoon door. Het heeft al tot veertien aanklachten geleid, onder meer tegen vooraanstaande Democratische fondsenwervers.

Gisteren moest Reno, na een vooronderzoek van negentig dagen, de specifieke vraag beantwoorden of Gore onderzoekers van de FBI heeft misleid over de besteding van geld dat hij inzamelde met 45 telefoontjes vanuit het Witte Huis. Haar conclusie luidde dat er “duidelijk en overtuigend bewijs' is dat de vice-president niet gelogen heeft. Aanstelling van een onafhankelijke aanklager zou daarom niet nodig zijn.

Maar Gore is nog niet helemaal uit de brand. Uiterlijk 30 november moet Reno beslissen of er een onafhankelijke aanklager moet komen voor een onderzoek naar Clintons voormalige adviseur Harold Ickes. En uiterlijk 7 december moet ze beslissen over de wenselijkheid van een onafhankelijke aanklager die de fondsenwerving van president Clinton onder de loep neemt. Beide aanklagers zouden hun aandacht ook op Gore kunnen richten.

De Republikeinse senator Arlen Specter opperde gisteren dat de Senaat Reno via de rechter kan dwingen om een aanklager aan te stellen. Volgens zijn partijgenoot John McCain die net als Gore hoopt dat hij in 2000 tot president gekozen wordt, is Reno bezig haar reputatie te verspelen.

De Republikeinse Afgevaardigde Dan Burton zei dat Reno een “hopeloos belangenconflict' heeft bij het onderzoeken van haar baas, de president. “De afgelopen twee jaar heeft ze laten blijken dat haar doel is om de president te beschermen.'

Een woordvoerder van Gore liet weten dat de vice-president “tevreden is dat het vooronderzoek is afgesloten zonder de noodzaak van een oafhankelijke aanklager'. En Clintons woordvoerder Joe Lockhart, meldde dat “de president het nieuws natuurlijk verwelkomt omdat hij altijd heeft geloofd dat de vice-president volledig correct heeft gehandeld gedurende de campagne van 1996'.

De kwestie rond Gore spitste zich toe op 45 telefoontjes die hij in 1995 en 1996 vanuit het Witte Huis had gepleegd om geldschieters te vragen bij te dragen aan de verkiezingskas. Gore vertelde FBI-agenten dat hij in de veronderstelling verkeerde dat het ingezamelde geld besteed zou worden als soft money, geld dat bestemd is voor voorlichting en inschrijving van kiezers en het ondersteunen van de Democratische partij. De regels van de Amerikaanse campagnefinanciering zijn op soft money niet van toepassing. Het verbod op het inzamelen van campagnegelden vanuit overheidsgebouwen zou dus ook niet op soft money slaan.

Maar dit jaar bleek dat het geld dat Gore in het Witte Huis bij elkaar had gebeld voor een deel was gebruikt als hard money, geld dat wel valt onder de regels en dat besteed mag worden aan de campagnes van specifieke kandidaten. Volgens aantekeningen van een staflid van Gore had de vice-president een bijeenkomst bijgewoond, waarop dat openlijk ter sprake was gekomen.

Nu heeft Reno bepaald dat die aantekeningen alleen onvoldoende grond zijn om tot de conclusie te komen dat Gore een valse verklaring heeft afgelegd.