Fischers voorstel

HET ZOU EEN discussie kunnen worden in de trant van: hoeveel engelen gaan er op de punt van een naald. Het debat over de inzet van atoomwapens had altijd al iets onwezenlijks. `Denken over het ondenkbare', heette het indertijd. President Kennedy erkende in het begin van de jaren zestig dat in de tijd van het atoomwapen een oorlog niet meer te winnen was en dus zinloos was geworden. De vernietiging van een groot deel van de wereld die het gevolg van een atoomoorlog zou zijn, kon geen enkel politiek militair of economisch doel meer dienen. Toch werden de kernwapens niet afgeschaft. Hun afschrikwekkende werking moest juist oorlog voorkomen.

De afgelopen jaren waren de kernwapens als gevolg van het einde van de Koude Oorlog uit het publieke debat verdwenen. Dankzij de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, zijn zij weer terug in het nieuws. De bewindsman heeft in een vraaggesprek met het weekblad Der Spiegel een bijna vijftigjarige NAVO-doctrine overhoop gehaald: weigering van een zogenoemde no first use-verklaring. In het oog van het overwicht aan conventionele Sovjet-strijdkrachten in het hart van Europa wenste de NAVO haar vrijheid van handelen te behouden om, zonodig, een invasie uit het Oosten te beantwoorden met een kernaanval. De onzekerheid die dit voor de vermoedelijke vijand schiep, was een strategisch doel op zichzelf.

FISCHER VINDT NU dat er te veel is veranderd om aan deze doctrine vast te houden. De Sovjet-Unie bestaat niet meer, het Russische leger bevindt zich in staat van ontbinding (zoals de Russen zelf toegeven), van een militaire bedreiging van Europa vanuit het oosten is geen sprake meer. De bewindsman geeft hiermee uiting aan het antinucleaire credo van zijn partij en aan het regeerakkoord van de nieuwe coalitie waarin het standpunt van de Groenen met zoveel woorden is neergelegd.

Fischers probleem is dat de lidstaten van de NAVO die de beschikking hebben over kernwapens - de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk - er niet over peinzen om de door hem gewenste verklaring af te leggen. De Amerikanen hebben bij monde van de ministers Albright en Cohen en in antwoord op de Duitse voorstellen alvast herhaald dat de onzekerheid die het kernwapen bij vijanden van het Westen oproept in extreme situaties niet aan betekenis heeft verloren.

De Russen beschikken nog steeds over een gigantisch atoomarsenaal waaraan juist weer nieuwe intercontinentale wapensystemen worden toegevoegd.

De Doema stelt de goedkeuring van START II, een verdrag tot verdere reductie van de Amerikaanse en Russische strategische arsenalen, voortdurend uit. En aan de horizon verschijnen nieuwe mogendheden met de potentie massavernietigingswapens over grote afstanden te lanceren. Dit jaar schoot Noord-Korea een drietrapsraket over Japan af. Een paar jaar geleden lanceerde China raketten in de richting van Taiwan. Israel en Saoedi-Arabie hebben de bevolking voorzien van gasmaskers voor het geval Irak tot terreurbombardementen op deze landen overgaat.

BIJ LANG NIET alle denkbare crisissituaties zal de NAVO rechtstreeks betrokken zijn. Maar de Verenigde Staten wel. Zij zijn niet alleen in het Atlantisch bondgenootschap de garantiemacht, maar zij zijn dat ook voor bondgenoten en partners buiten het Noordatlantisch gebied. Het is nauwelijks voorstelbaar dat zij tot een soort dubbelstrategie zullen besluiten, een voor de NAVO en een daarbuiten.

Hoe theoretisch Fischers suggestie ook mag zijn, hij heeft wel een twistappel gedeponeerd in het gezelschap van de bondgenoten. De NAVO beraadt zich over een nieuwe strategie die in april komend jaar op een topconferentie moet worden bekrachtigd. Fischer heeft aan het debat daarover een nieuwe dimensie toegevoegd. Dat is een feit op zichzelf waarvan de consequenties niet zijn te overzien.