Film en video nader op het IDFA

11de International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). Tot en met 3 december in City, Filmmuseum en De Balie, Amsterdam. Informatie en reserveringen: tel 020 626 19 39.

De twee competitieprogramma's van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) groeien naar elkaar toe in belang, maar nog steeds staat de Joris Ivens Award voor de beste op film gepresenteerde documentaire in hoger aanzien dan de Zilveren Wolf voor de beste documentaire die als video vertoond wordt. Over de oorsprong van het materiaal hoeft dit onderscheid niet beslissend te zijn: sommige filmdocumentaires bevatten videobeelden, er zijn ook films die op video werden gemonteerd en afgewerkt.

Het is bijna traditie dat de Joris Ivens Award aan het slot van het festival niet terecht komt bij een film, waar op voorhand veel over gepraat werd. Jury's bekronen bijna per definitie niet een controversiele film zoals dit jaar Nick Broomfields Kurt & Courtney, omdat daar geen unaniem oordeel over verkregen kan worden. Ook de twee Nederlandse documentaires in de filmcompetitie lijken geen favorieten: de internationale belangstelling voor Niek Koppens De keuken van Kok zal beperkt blijven, en Joost Seelens Water en vuur, over het aandeel van Marinus van der Lubbe in de Rijksdagbrand (1933), doet teveel aan mythevorming.

De winnaar zal ook dit jaar waarschijnlijk een documentaire film zijn met een humanistische boodschap.

Een kandidaat is de Poolse productie Fotoamator van Dariusz Jablonski, waarin de geschiedenis van het joodse getto in Lodz wordt gereconstrueerd uit verschillende bronnen: zeldzame amateurfoto's in kleur, gemaakt door een Duitse officier; een in zwart-wit gefilmd getuigenrelaas van een overlevende; fragmenten uit brieven en memo's van de bezetter; en beelden van de locaties in hun huidige staat. Fotoamator is een keurige documentaire met verrassend bronnenmateriaal, dat toch weinig nieuw licht werpt.

Leve blant lover (Living amongst Lions) van Sigve Endresen trok dit jaar in de Noorse bioscopen meer bezoekers dan enige speelfilm van eigen bodem. Kennelijk is het publiek daar bestand tegen het mogelijk deprimerende effect van dit groepsportret van jonge kankerpatienten, wie de een na de ander een doodvonnis wordt aangezegd. Endresen benadrukt in zijn volstrekt integere en indrukwekkende film steeds de levenskracht van zijn hoofdpersonen, maar ik voelde me toch beroerd na afloop.

Tot nu toe is mijn favoriet Hlebni den (Bread Day) van de Rus Sergei Dvortsevoj, van wie IDFA eerder Stsjastje (Het geluk) vertoonde. In een klein uur laat Dvortsevoj zien hoe de wekelijkse komst van een handmatig binnengeduwde treinwagon met enige tientallen broden een nog slechts door bejaarden bewoond gehucht in rep en roer brengt. Er wordt geruzied bij de bakkersvrouw, die terugscheldend haar verantwoordelijke functie verdedigt. En er zijn hoofdrollen voor een geit, een bok en een magere teef die haar hongerige jongen ook al nee moet verkopen. Zo zuiver en doeltreffend worden documentaires alleen maar in Rusland gemaakt.