De optiehandelaar: Hoofdrekenen doe je toch al nauwelijks meer

Naam: Dino van Es, 31 jaar Functie: directeur floorbrokerbedrijf Independent Wholesale Brokerage in Amsterdam Voordeel euro: je hoeft geen geld meer te wisselen in het buitenland. Nadeel euro: zou ik niet kunnen noemen.

“We hebben nu drie testen achter de rug op de beursvloer. Daar waren wij ook bij, want het was verplicht. Anders kun je 4 januari niet handelen. Maar erg veel hoefden wij niet te doen. De laatste keer, vorige weekeinde, merkte je wel dat de sfeer wat serieuzer was dan de keren daarvoor. Misschien omdat het er wat meer tv-camera's aanwezig waren; waarschijnlijk ook omdat iedereen er inmiddels wel het belang van inziet dat de overgang goed verloopt. Het uur U nadert. Maar de laatste keer hielden we er na een uur al weer mee op omdat er niets meer te doen was.

“Voor ons was het testen ook niet zo belangrijk. Wij zijn niet vanuit ons bedrijf met computers aangesloten op het systeem van de beurs dat de orders verwerkt en kunnen dus ook geen verstopping veroorzaken als we niet op tijd klaar zouden zijn voor de euro. Wij handelen voor grote buitenlandse, voornamelijk Engelse, klanten. We zijn hun ogen en oren op de beurs. En we krijgen hun orders gewoon per telefoon. Als we die hebben uitgevoerd, worden ze verder verwerkt door de administratieve afdelingen van de beurs en van onze klanten. Die afdelingen zullen voorbereid moeten zijn op de euro, maar dat is vooral een kwestie van nieuwe software.

“De komst van de euro verandert voor ons verder weinig. De waarde van de index en van de aandelen verandert. We moeten de huidige prijzen delen door ongeveer 2,nog wat, maar dat is hetzelfde als wat we nu doen bij een aandelensplitsing - wat regelmatig voorkomt. Ik denk ook niet dat we tijdelijk het gevoel voor prijzen kwijt zijn. Hoofdrekenen, dat doe je nauwelijks meer. Je ziet op de beursvloer handelaren altijd met prijsuitdraaien staan die door computermodellen zijn berekend.

Je voert de uitoefenprijs van de optie in en de modellen berekenen welke theoretische prijzen daarbij horen. En juist door de grote fluctuaties van het afgelopen jaar is inmiddels iedereen gewend aan fors veranderende prijzen.

“Waar optiehandelaren - niet wij, maar de marketmakers die voor eigen risico handelen - wel rekening mee moeten houden, is het verschil in waarde van de positie dat kan ontstaan. Op 30 december sluit je het jaar af met een gulden-boek en op 4 januari open je met een euro-boek. Als je je optie-posities hebt afgedekt met aandelen, kunnen er door de afrondingsverschillen ook waardeverschillen ontstaan. Maar dat kan nooit echt veel zijn, en een beetje professionele handelaar ziet dat probleem lang van tevoren aankomen.

“Veel belangrijker voor ons is een wijziging in de onderliggende waarde van de opties. Nu worden de contracten per honderd aandelen afgesloten, vanaf 4 januari per tien aandelen. Betaal je 2 gulden per aandeel, dan kost een contract nu 200 gulden en volgend jaar 20 gulden. Dat doet het beursbedrijf om de contracten goedkoper te maken en daarmee meer particulieren aan te trekken. En omdat het in Frankfurt ook 10 aandelen per optie is. Maar wij zijn er niet blij mee, want de kans is groot dat onze klanten nu voor hetzelfde volume meer commissie en beurs-fee's kwijt zullen zijn. Ik denk ook dat de totale omzet zal dalen door deze maatregelen. Het aantal contracten zal, schat ik, een factor zes groter worden, niet een factor tien.

“Door de euro verschuift verder de aandacht van grote beleggers van nationale indexen naar internationale indexen. Dus geen Nederlandse-index opties meer, maar Europese. Het zal hier in Amsterdam rustiger worden rond de index - waar het nu heel druk is - en drukker bij de opties op aandelen die in het Europese mandje zitten.

Maar ook in een verenigd Europa blijft de Amsterdamse beurs belangrijk en interessant door het grote aantal particuliere beleggers dat hier actief is. De markt is daardoor behoorlijk liquide.

“De afgelopen jaren was het natuurlijk een groot hosanna op de beurs. Ook particulieren hebben veel geld verdiend. Een aantal beleggers is de afgelopen zomer weer van een koude kermis thuisgekomen. Maar ik hoop dat beleggers hierdoor wel weer eens zullen wennen aan het idee dat je met aandelen of beleggingsfondsen als Robeco en clickfondsen een normaal rendement kan halen dat wat hoger ligt dan het rendement op deposito's van 3 tot 4 procent - en niet uitgaan van rendementen van 35 procent per jaar. Die clickfondsen worden weer afgedekt op de optiebeurs. Daarom verwacht ik dat komend jaar het aandeel van de professionele handel zal toenemen en het aandeel van de particulieren zal afnemen.

“Ik heb er wel vertrouwen in dat het op 4 januari goed gaat. Er zal in ieder geval niemand failliet gaan. Niemand zal op zo'n eerste dag de wijsneus willen uithangen.'