De Lords roeren zich bij opening parlementair jaar

LONDEN, 25 NOV. “Er zal een wet worden ingediend om erfelijke edelen het recht te ontnemen op een zetel en een stem in het House of Lords.'

De belangrijkste passage uit de Britse troonrede van gisteren verraste niet; dat premier Blair het Hogerhuis wil hervormen is algemeen bekend. Maar die woorden horen voorlezen door koningin Elizabeth de hoogste van de erfelijke edellieden, ja, dat had iets surrealistisch. De sleutelsteen van het staatsbestel, de verpersoonlijking van de Kroon die blijft terwijl premiers komen en gaan, was even heel erg de buikspreekpop van Haar eigen regering.

Staatscircus Westminster is niet meer wat het geweest is. Op punten hebben de Lords al flink ingeleverd, overigens ook vrijwillig. Zo was de voorzitter van het Hogerhuis niet langer verplicht om achterwaarts de trap af te lopen nadat hij majesteit naar de troon had geleid. En in de optocht ontbraken vertrouwde maar misbare figuren als de Heer Plaatsaanwijzer en de Zilveren Staf van Dienst.

Pijnlijker was dat Margaret Beckett, die als Labour-fractieleider in het Lagerhuis alleen tijdens de troonrede bij de Lords binnen mag, een broek aanhad. En een nog veger teken was het `Hear hear' dat tijdens de sleutelpassage uit het Labourkamp opklonk, terwijl de traditie absolute stilte voorschrijft. “Het was een horribel half-seksueel gekreun, als van een meute honden die de vos ziet', schrijft de conservatieve Daily Telegraph vanmorgen.

Maar veel was ook bij het oude gebleven, van de drie kloppen op de deur waarmee de Zwarte Staf vraagt om binnen te mogen, tot de semi-cabarateske discussie tussen de leiders van Hare Majesteits Regering en Haar Trouwe Oppositie, na afloop in het Lagerhuis.

Dansen op het dek van de Titanic was het nog net niet, maar als om te onderstrepen dat het wel eens de laatste keer kon zijn waren de Lords nadrukkelijker dan ooit aanwezig, velen met hun vrouw.

En met hun onderscheidingen en ere-ambten of sinecures, die vederlichte arbeidsvoorwaarden kennen, maar loodzwaar zijn van symboliek. Ze hebben niets om het lijf, behalve een keer per jaar een goudbestikte tabberd, schoenen met gespen, een kniebroek en een pruik, maar op het hermelijn van hun kraag rusten de eeuwen.

Daar zaten ze: de Wapenkoning van de Kouseband, de Herauten van Somerset, van Lancaster en de Buitengewone Heraut van Arundel, de Erfelijk Grootvalkenier de Erfelijk Grootaalmoezenier en de Onderwapenkoningen van de Valbrug van de Blauwe Mantel en de Rouge Dragon Poursuivant, zoals de Onderwapenkoning van de Rode Draak heet in het franglais van even na Willem de Veroveraar.

“Luistert, gij continentalen in uw povere colbertjes', schreef de Londense correspondent van De Tijd, Daan van der Vat, in 1964 toen ook al aan het Hogerhuis werd gezaagd. “Je kunt er stiekem om lachen en opeens begrijpen waarom de treinen in Engeland zo vaak te laat komen. Doch (...) het was een mooi en rijk gezicht.'