DAG

Muts. Alleen al het woord boezemt grote weerzin in. Niet voor niets is het synoniem met `malloot'. Toch ontkom je er steeds minder aan naarmate je haar dunner wordt en daardoor de winters kouder. Als een ijspriem steekt de vreselijke vraag de kop op: zal ik dit jaar maar eens een muts kopen? Petten en hoeden zijn sowieso verdacht - alleen geschikt voor liefhebbers van respectievelijk honkbal en Clint Eastwood-films.

Een muts dus. Leuk hoofddeksel voor vrouwen: gezellig, hups meisjesachtig. Maar mannen? Let er voor de aardigheid eens op. Affreuzere hoofdbedekking is niet denkbaar.

Je ziet mannen met lubberende, met wol beklede condooms op hun kop, met bivakmutsen die hun het aanzien van een bankovervaller geven, met woeste, hoge bontkorven die ideaal zijn voor de rendierjacht, met olijke, gepluimde gevalletjes waarmee ze kunnen doorgaan voor een pedoseksuele jeugdherbergvader uit Tirol.

Maar wat moet moet (zegt men). Op naar de Bijenkorf dus. Daar kun je nog passen, dacht ik, zonder dat er meteen leuke verkoopsters achter je verschijnen die hun lachen staan in te houden. Op de heenweg kwam ik een man tegen die gekozen had voor zo'n Monica Lewinsky-baret. Tamelijk sexy. Wat een zegen is het leven als je alle schaamte voorbij bent.

Bij de Bijenkorf heb ik gehurkt en met afgewend gezicht vier, vijf mutsen gepast. Het hele warenhuis keek mee. Verkoopsters liepen achter hun kassa weg, de roltrappen raakten verstopt met mensen die elkaar verbouwereerd op mij wezen. Via de omroepinstallatie werd mij ten slotte verzocht het pand onmiddellijk te verlaten.

In blinde ontreddering heb ik een muts van de firma Barts van de rekken gerukt. Thuis las ik deze tekst in een begeleidend reclameboekje: “Adrenaline begins when the first snow falls. Make sure all you guys feel it too and remember... Life is an opportunity and not an obligation!'

De muts bevatte lange oorflappen waaraan een soort gebreide vlechtjes waren bevestigd. Ik keek in de spiegel en zag een squaw van gevorderde leeftijd.