Abeltje: van een verlegen ventje tot bedeesde skater

Abeltje. Regie: Ben Sombogaart. Met: Ricky van Gastel, Soraya Smith, Frits Lambrechts, Marisa van Eyle, Annet Malherbe, Victor Low, Kees Hulst, Ben Ramakers, Philip van Lidth de Jeude, Herman Koch, Michel van Dousselaere Cas Enklaar, Carina Crutzen, Rene van Asten. In 97 theaters.

Nee, Abeltje is niet meer, zoals in 1953, een verlegen ventje. Anno 1998 is Abeltje een skater, al is hij nog wel een beetje een bedeesde skater.

Wie de komende weken een bioscoop bezoekt kan er niet meer omheen: Abeltje Roef, de held van Annie M.G. Schmidt, zoeft in zo'n honderd theaters met zijn glazen lift door het dak van warenhuis Knots om vervolgens in een dolle reeks avonturen terecht te komen. Met de vaart en de montage van een videoclip en de plotdichtheid van een James Bond-film verfilmde regisseur Ben Sombogaart (Mijn vader woont in Rio Het zakmes) onder het stevige productionele toezicht van scenarioschrijver Burny Bos een klassiek Nederlands kinderboek en maakte er een opwindende familiefilm van.

Niet alleen Abeltje en zijn belevenissen werden danig gemoderniseerd, ook zijn moeder (een hartveroverende Annet Malherbe) is als alleenstaande garagehoudster met motor met zijspan en dubbeldekkervliegtuigje helemaal van deze tijd.

Dat is nog wel het verrassendste aan de film, hoe een hedendaagse lezing van Abeltje toch zo helemaal Schmidt is gebleven. Hoe typische Schmidt-volwassenen als de suffe mottenballenverkoper Tump (Frits Lambrechts nu echt leuk) en nuffige oude vrijster-achtige zanglerares Klaterhoen (Marisa Eyle) zonder problemen in de huidige herrie van New York kunnen overleven en met hetzelfde gemak liedjes als `De twips' en `In een rijtuigie' zingen als `Tweeendertig jaar' van Doe Maar.

Abeltje biedt vermaak van formaat voor Schmidt-puristen, door nostalgie geplaagde lezers en jonge toeschouwers die door geen enkel referentiekader worden gehinderd. Van de eerste minuten, waarin moeder Roef haar zoontje na een conflict met zijn leraar van school haalt om als liftjongen te gaan werken, tot Abeltjes wanhopige ontsnapping met de `toverlift' als diezelfde schoolmeester hem op de hielen zit.

Want zoiets tot de verbeelding sprekends als een lift is in Schmidts universum natuurlijk niet zomaar een lift waarmee je naar boven kan en weer naar beneden, met een alarmbel voor noodgevallen. Nee, zo'n lift waarmee iedereen wel eens een extra, onnut ritje heeft gemaakt toen hij klein was, alleen maar voor de sensatie, heeft natuurlijk ook een verboden knopje dat groen glinstert: druk op mij. Groen, want dat iets verboden is, is in een kinderverhaal natuurlijk de enige goede reden om iets wel te doen.

Met Tump en Klaterhoen en klasgenootje Laura (op wie Abeltje ondanks haar trouwe hondenogen `niet meer is') vliegt hij vervolgens naar New York.

Daar wordt hij aangezien voor de ontvoerde Johnny Cockle-Smith en om aan diens geexalteerde moeder (Malherbe in onverwachte campy dubbelrol) te ontsnappen zit er niets anders op dan haar zoontje in het Zuid-Amerikaanse Kuifje-staatje Perugona te gaan bevrijden. De besnorde revolutionairen en hun voortdurende revoluties maken de film hier wat langdradig.

Al bevat deze episode wel een van de leukste running gags van de film, waarin componist Henny Vrienten een prominente rol speelt. Het is het soort humor waar de film in grossiert, nu eens toegesneden op de jeugdige kijkers, dan weer bedoeld voor hun ouders uit het Doe Maar-tijdperk of hun oma's en opa's die Ja zuster, nee zuster nog kennen, maar nooit geforceerd een van die doelgroepen bedienend `omdat het nou eenmaal een familiefilm moest worden.' Elk grapje en elke verhaallijn is, ook door de art direction vol zoekplaatjes en onverwachte ontdekkingen, op meer niveaus aanstekelijk.

Wat dat betreft is Abeltje intelligenter en spitsvondiger dan veel van zijn Amerikaanse soortgenoten en moet de film de wedloop met de traditionele kerst-Disney's beslist kunnen winnen.