Zimbabwe doodt rebellen Congo

NAIROBI, 24 NOV. Zimbabweaanse vliegtuigen zijn hevige bombardementen begonnen op posities van Congolese rebellen in het zuidoosten van het land. Volgens de Congolese radio kwamen in het weekeinde zeshonderd rebellen om het leven toen de vliegtuigen enkele boten tot zinken brachten.

Rebellenleider Wamba dia Wamba zegt vanuit Goma, het hoofdkwartier van de opstandelingen in Oost-Congo, geen informatie te hebben over de luchtaanvallen, maar ontkent ze niet. De Zimbabweaanse toestellen zouden de rebellen hebben gebombardeerd toen ze over het Tanganyikameer voeren van Kalemie naar Moba. Beide stadjes liggen aan het meer en zijn in handen van de opstandelingen. De weg ertussen wordt echter gecontroleerd door het Congolese regeringsleger en zijn Zimbabweaanse bondgenoten. Zaterdag werden vier boten, afgeladen met rebellentroepen, geraakt en de volgende dag opnieuw twee. Behalve de opvarenden zou ook veel militair materieel zijn gezonken. De rebellen openden enkele weken geleden een front in het zuidoosten en willen vandaar oprukken naar de strategische stad Lumbumbashi in de mineraalrijke provincie Katanga.

De bondgenoten van de Congolese president Kabila kondigden herhaaldelijk een tegenoffensief aan, maar dit bleef uit, mede door de zware regens die momenteel in Congo vallen. Kennelijk heeft Zimbabwe, het meest militante lid van het bondgenootschap met Congo, nu besloten de rebellen vanuit de lucht een halt toe te roepen. Volgens een Zimbabweaanse krant deed de regering van president Mugabe onlangs grote wapenaankopen in Rusland en is het aangekochte materieel bestemd voor de oorlog in Congo. Het zou onder meer gaan om gevechtshelikopters die zeer geschikt zijn voor het moeilijke terrein in Congo.

Intussen heeft een speciale commissie van de Verenigde Naties een rapport gepubliceerd waarin voor het eerst wordt bevestigd dat radicale Rwandese Hutu-milities de laatste maanden nauw zijn gaan samenwerken met de strijdkrachten rond Kabila.

Hutu's steunen Kabila

vervolg van pagina 1

Deze Hutu-militanten van het voormalige Rwandese regeringsleger en de Interahamwe-milities weken na hun nederlaag tijdens de genocide in 1994 in Rwanda uit naar Oost-Congo. Volgens de onderzoekscommissie zijn deze Hutu-strijders “van een verslagen en uiteengedreven strijdmacht omgevormd tot een betekenisvolle component van de internationale alliantie tegen de Congolese rebellen en hun bondgenoten Rwanda en Oeganda. Dit geeft hun een vorm van legitimiteit die uiterst schokkend is'. De commissie, die opereert onder een mandaat van de Veiligheidsraad, meent dat vijf- tot achtduizend Hutu-militanten in het noorden van Congo vechten en tienduizend in het zuiden.

De Hutu-extremisten financieren volgens het rapport hun activiteiten door handel in verdovende middelen. Hun vertegenwoordigers in buurlanden zouden zijn betrokken bij de smokkel in mandrax van India via Oost-Afrika naar Zuid-Afrika, waar een grote markt bestaat voor deze drug. Ook zouden ze handelen in verdovende middelen uit Latijns Amerika.