Verjaardagspartijtje

Ik zou niet weten of er vroeger ook al zo'n gedoe was met die partijtjes. Ik heb wel eens een foto gezien van kinderen met hoedjes op, van m'n neefjes en nichtjes en de buurjongen, en dat er dan wat slingers hingen. Een kan limonade op tafel, en zelf zie ik er dan nog redelijk ongelukkig uit ook, op die foto, waarvan ik denk dat ik daar zes aan het worden ben.

Maar goed, de tijden zijn veranderd, en vroeger hadden we weer andere dingen die de kinderen nu niet hebben: schoon water, honden en geen tv zullen we maar denken. Met een niet aflatend enthousiasme storten we ons dus tegenwoordig op verjaardagspartijtjes die ieder jaar nog beter moeten zijn dan die van vorig jaar - of in ieder geval leuker dan die van die andere ekinderen.

“Willen jullie een clown, jongens?'

“Neeeee', gillen ze lachend in koor, alsof ik een flauwe grap maak.

“Een spelletjesmiddag, met koekhappen en zo?'

“Neeeee', gillen ze weer, maar nu dreigend en serieus.

“Een film?' probeer ik voorzichtig.

“Naaai', krijg ik, in de zin van `saai'.

Ik moet nu heel snel iets goeds gaan verzinnen, want na deze laatste dommigheid van mij is de aandacht al behoorlijk aan het verslappen en ik ben niet van plan om later nog een keer met deze belachelijke smeekbedes aan te komen.

“Oke', zeg ik, “ik weet wat, weet je wat ik doe, ik ga zelf een toneelstuk geven. Vinden jullie dat wat. Is dat wat? Lau...?'

Bingo! In het onverwachte ligt de waarheid, of zoiets, 't zijn net mensen. Nieuwsgierig kijkt Laura de oudste (6) nu naar mij op en vraagt argwanend: “Ga jij zelf dan spelen Pap?'

“Ja, dat kan ik best hoor', lieg ik en ik denk: “Wat heb ik gezegd', maar ik weet dat ik nu door zal moeten.

“Wat ga je dan spelen Pap?' vraagt Lau.

“O, dat zal je wel zien, maar het wordt heel erg leuk.' En tijdens deze tweede grote leugen van vandaag voel ik dat het net zich strakker om mij sluit en dat er `no escape' meer is.

Vrolijk gestemd over mijn eigen vindingrijkheid laad ik een dag later voor een kleine honderd gulden twee zakken vol bij de fopwinkel.

Waar zou de wereld blijven zonder fopwinkel? Een scheetkussen, een pruik, een masker, nepinkt, en ... poep uit een spuitbus! Als dat geen goed toneelstuk wordt, dan weet ik het niet.

Als de dag daar is, kleed ik mij, zenuwachtiger dan ooit om in de ouderlijke slaapkamer. Ik hoor het publiek beneden al verveeld tekeergaan. Zouden Lawrence Olivier en Jack Nicholson zich iedere keer ook zo voelen, vraag ik mij af, terwijl ik nog maar eens een kussen (misschien is dat wel lachen) onder mijn shirt stop.

Nee, dat zou niet kunnen, dan zou er niets van terecht komen denk ik meteen, om me direct daarop weer te realiseren dat dit dan ook wel eens DE GROOTSTE AFGANG VAN MIJN LEVEN zou kunnen worden. Vijftien rotkinderen en vier ouders, waaronder mijn eigen vrouw! Jezus! Ik moet het afblazen! Denk ik nog. Wat een lul ben ik toch, waarom ik? Was het die film van Steve Martin geweest? Waardoor ik me had laten inspireren? Nou en daar ging toch ook van alles in fout? Nou dan ...

En het script, het stuk, wat was het nou helemaal?

`Daag kindertjes, gaan jullie wel eens naar de wc?'

Jezus wat een stomme opening, en als ze daar nou eens niet om zouden gaan lachen? En... waarom zouden ze dat wel doen? Alsof dat al leuk is?

En dan, dan wat scheten laten en dan zou ik op een kartonnen doos plaatsnemen en mijn broek laten zakken, en dan zou ik net doen alsof ik moest poepen en dan zouden ze denken dat is niet echt, en dan zou ik die hele doos vol met neppoep spuiten, een hele doos vol! En dat dan laten zien , en dan gingen ze gillen, tjonge tjonge, mijn god, afblazen afblazen nu!

Maar ik krijg geen kans.

Met een knal vliegt de deur van de slaapkamer open, het is het rotkind van de achterburen.

“Haha, haha, ha, het is helemaal geen echte clown, het is de papa van Laura maar.'

Rot op!, wil ik zeggen, maar het is een verjaardagspartijtje, en dus zeg ik: “Ga maar naar beneden, ik kom zo ga maar vast zeggen dat iedereen klaar moet gaan zitten.' Dat zeg ik en ik bespeur een rare trilling in mijn stem.

Zwetend loop ik, vijf minuten - of is het een dag - later, mijn laatste zin repeterend, naar beneden...

Ervan afgezien dat ons middelste kind het zielig voor me vond, en dat onze jongste halverwege vreselijk ging huilen, is het een groot succes geworden. Mijn vrouw heeft trouwens ook gehuild. Poep werkt altijd. Volgend jaar gaan we naar de film.

“Saaai!'

    • Hans Vos