Trainers

“Winnen of verliezen begint bij de coach. Als je al in de eerste minuut van de wedstrijd met 1-0 achter komt, dan staat je ploeg niet op scherp. De oorzaak daarvan moet ik bij mezelf zoeken. Met vijf tegentreffers mag je je als trainer afvragen of je wel de goede tactiek hebt gekozen.' Woorden van Co Adriaanse die bij mij een zacht, maar vriendelijk applaus ontlokken. Ziehier eindelijk een trainer-coach die de fout bij zichzelf zoekt. Veel van zijn collega's hebben er een ingeslopen gewoonte van gemaakt zich te verschuilen achter hun spelers. Dat heeft Adriaanse trouwens ook menigmaal gedaan, maar ditmaal accepteert hij het mea culpa: hij erkent zijn tekortkomingen. Hij had zijn spelers niet scherp het veld laten ingaan en bovendien de verkeerde tactiek opgelegd - doodzonden in voetbal!

Hoe je je voetballers lichamelijk en geestelijk honderd procent fit en tot en met toegewijd aan de start krijgt, is een kwestie van toegepaste psychologie en vergt inlevingsvermogen van de coach. Want zijn selectie bestaat uit een kleine twintig individuen. Morten Olsen van Ajax zag bijvoorbeeld geen dwingende reden om Dani buiten de ploeg te laten toen hij, cynisch gezegd, erg goed was weggekomen na een bedenkelijke overtreding op PSV-keeper Patrick Lodewijks. Ik kan niet beoordelen of Morten Olsen zeker wist dat Dani gruwelijke spijt had van wat hij had gedaan. Hij meldde op de buis dat hij het allemaal erg vervelend had gevonden, maar voegde er erg snel aan toe dat zulke dingen gebeuren in voetbal. Jan Mulder zei bij Barend en Van Dorp dat de verdedigers doorgaans de scheidsrechters mee hebben bij hun duels met de aanvallers. Inderdaad is dat in het algemeen zo, al sloeg het natuurlijk niet op de botsing Dani-Lodewijks.

In de dertiger jaren placht de zwaargebouwde verdediger Mauk Weber, die voor Oranje, ADO en AGOVV heeft gespeeld, in de eerste minuten een prominente aanvaller van de tegenpartij royaal tegen de vlakte te lopen. Hij beschouwde dat als het afgeven van zijn visitekaartje, in de hoop vervolgens van die man die dag geen last meer te hebben. Vaak slaagde hij daarin, want die tegenstander wilde uiteraard zonder blessure weer bij vrouw of vriendin terugkomen.

Zo'n slordige twintig jaar later kwam de Oostenrijker Max Merkel het Nederlands elftal trainen. Hij bracht een boeiende oefenstof mee, maar in zijn praatje tegen de spelers deed hij sommige officials hevig schrikken. Merkel wenste genadeloze strijd. Zo zag hij hoofdschuddend hoe onze midvoor, Coy Koopal luchtduels aanging met de armen gestrekt naast het lichaam.

Merkel verbood dat in vrij krasse bewoordingen. Maar een poosje later won Oranje van de toenmalige wereldkampioen West-Duitsland. Wellicht hadden de armbewegingen van Koopal daarmee niet zo gek veel te maken (Abe Lenstra maakte beide doelpunten), maar weerbaar toont het elftal, inclusief Koopal, zich zeker.

Nu ik het toch over die vervlogen jaren heb: ik heb ooit de blunder begaan de oud-bondscoach Elek Schwartz naar hemelse gewelven te verwijzen, terwijl deze verdienstelijke man nog steeds en in goede gezondheid onder de levenden vertoeft. Geinterviewd door een Nederlandse krant heeft Elek met tevredenheid melding gemaakt van zijn toestand en mijn vergissing.

Ik bied hem volgaarne mijn excuses aan en hoop dat hij zo oud wordt als hij wil worden. Destijds heeft hij eens gepoogd mij de quadratuur van de cirkel uit te leggen. Dat is grotendeels mislukt. Elek was een veelzijdig man. Het ga hem goed.