PvdA behoeft deeltijd-voorzitter; Partijvoorzitters zijn eerder kop van Jut dan dat ze werkelijk invloed hebben

Het wordt tijd dat de PvdA zich aanpast aan de gedepolitiseerde werkelijkheid en kiest voor een parttime partijvoorzitter, meent Kees van der Malen. Zo'n nieuwe partijvoorzitter is voorzitter van een in omvang en invloed bescheiden groepering.

Het was lang stil in de PvdA: oorverdovend stil. Maar met die rust is het binnenkort gedaan. Nog even en in de partij zal weer ouderwets worden geravot. Nee, niet over wie Wim Kok mag opvolgen, wel over wie de nieuwe partijvoorzitter mag worden.

De partij wacht een interessante clash: een gevecht tussen generaties. Drie decennia na Nieuw Links kloppen er weer jongeren op de deur. Twintigers die de partij ingeslapen vergrijsd en weinig attractief vinden. Die de veertigers en vijftigers vragen om plaats te maken: simpel omdat die hun tijd hebben gehad.

Net als toen zijn het oud-studenten, anders dan toen ontbreekt een revolutionair manifest. De vernieuwers van de jaren negentig noemen zich geheel conform de tijdgeest `pragmatisch', `postmodern' zelfs, met idealen maar zonder ideologie. Hun achtergrond is de Randstad, of liever Amsterdam; hun peetvader Felix Rottenberg, de wervelende oud-voorzitter. De Rottenberg-boys worden ze wel genoemd.

Lennart Booy (27) en Erik van Bruggen (29), oprichters van het jongerennetwerk Niet Nix, willen samen voorzitter worden van de partij. Ze moeten hun kandidatuur officieel nog stellen, maar feitelijk zijn ze al druk aan de gang. Interessant jongeren die de `oudjes' van hun plek willen duwen. Hoe gaan ze dat doen? Met veel getoeter en via eigen platforms. Internet, e-mail en fax-post zijn hun favoriete netwerken; Vlugschrift, de fax-krant van de vernieuwers in de partij hun invloedrijke podium.

Neem de aflevering van Vlugschrift van afgelopen weekeinde waarin een rondgang door de partij werd gemaakt, en zie: er is een jonge voorzitter nodig iemand die de vernieuwing voortzet, de partij weer gezicht geeft en de jeugd terugbrengt, zeggen vooraanstaande partijgangers als Arend-Jan Dunning voorzitter van de commissie die de PvdA-fractie recruteerde en Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven.

Worden hier via het eigen platform de geesten rijp gemaakt? En hebben de ouderen ook al gekozen: wordt het anders dan ten tijde van Nieuw Links een generatiewisseling zonder `bloedvergieten'?

Het ligt ingewikkelder. Amsterdam is de PvdA niet, Niet Nix is de jeugd niet. In de provincie leven andere voorkeuren: daar heb je nog Jonge Socialisten de traditionele en meer `arbeideristische' jongerenbeweging in de partij. Ook daar wil men vernieuwen, maar via de interne partijkanalen en via vertrouwde gezichten.

Neem de afdeling Groningen, een van de grootste en actiefste van het land. Die wil Tweede-Kamerlid Bert Middel een gevorderde veertiger als voorzitter. Waarom? Omdat hij oud en nieuw zo goed kan verbinden. Middel was een vernieuwer: op zijn 21ste functioneerde hij al als voorzitter van de Groningse PvdA-afdeling, waar generatiegenoten Max van den Berg de latere partijvoorzitter en Jacques Wallage de huidige burgemeester in de gemeenteraad rauwelings de macht overnamen van de generatie van de wederopbouw.

Diezelfde Middel leidde in de tweede helft van de jaren tachtig een partijcommissie die de oppositionele PvdA recepten aandroeg om minder naar binnen gekeerd minder reglementair en minder drammerig te opereren. De tragiek van Middel was dat het rapport te vroeg kwam en het in de la belandde. Pas enkele jaren later mocht Jos van Kemenade - de oud-minister en een van de `kroonprinsen' van Den Uyl - de organisatorische vernieuwing vastleggen.

Net als de Niet Nixers Booy en Van Bruggen heeft Middel zijn kandidatuur nog in beraad. Ook hij peilt intussen in de partij of er steun is voor zijn persoon. Middel zit als mogelijke kandidaat in een ongemakkelijke positie: hij is als Kamerlid van `Den Haag' en dat is eerder een handicap gebleken.

Max van den Berg won in 1979 vanuit Groningen het voorzitterschap door zich tegenover de oud-staatssecretaris Wim Meijer op te stellen als de man van `de basis'. Zoiets doet het bij de basis, die uiteindelijk de voorzitter kiest, altijd goed.

Middel heeft al aangekondigd zijn Kamerlidmaatschap neer te leggen als hij voorzitter wordt. En dat is hem maar geraden ook: Karin Adelmund de oud-voorzitter die moet worden opgevolgd, mocht vorig jaar maar net haar Tweede-Kamerzetel behouden toen zij daarnaast het voorzitterschap zocht. Het was hier voor het PvdA-congres: eens maar nooit weer.

Een geoefende bestuurder versus aanstormende opposanten, de regio versus Amsterdam, jong versus middelbaar: met een beetje geluk valt er genoeg te kiezen voor de achterban. Maar waarom moet het voorzitterschap eigenlijk zo belangrijk worden gevonden?

Partijvoorzitters hebben als het er op aankomt weinig macht. Zij zijn eerder kop van Jut dan werkelijk invloedrijk. Zeker geldt dat voor de nieuw aantredende figuur bij de PvdA. Eerst is er Wim Kok, de vooralsnog onaantastbare partijleider en minister-president, vervolgens is er Ad Melkert, zijn meesterknecht en jonge fractievoorzitter die is begiftigd met een sterke Wille zur Macht. Daarna komt inderdaad de partijvoorzitter.

Net als zijn kompanen bij CDA en VVD mag hij het interne debat aanjagen. Hier en daar in de PvdA wordt gevonden dat de partij weer moet voorgaan in het maatschappelijk debat. Het is alsof de individualisering en de depolitisering niet hebben plaatsgegrepen. Alsof de politiek de enige werkelijk sturende kracht in de samenleving is. De realiteit is anders: een nieuwe partijvoorzitter is voorzitter van een in omvang en invloed bescheiden groepering.

Waarom zou zo iemand eigenlijk zo veel moeten kunnen of willen? Zeker, ooit zal Wim Kok toch moeten worden opgevolgd? En is het niet de partijvoorzitter die dat proces moet organiseren? Felix Rottenberg sprak er in zijn periode al hardop over: hoe Kok zijn macht ooit zou moeten overdragen. Maar zo gaan die dingen niet. Den Uyl stoorde zich uiteindelijk bij het aanwijzen van een opvolger ook niet aan zijn gewiekste partijvoorzitter Max van den Berg en koos voor Wim Kok.

Een kleinere partij met een beperktere rol. Wordt het geen tijd dat de PvdA zich aanpast en op zoek gaat naar een parttime voorzitter? Bij de VVD hebben ze daar, naar volle tevredenheid, al lang ervaring mee, en bij het CDA wordt de voorzitter straks ook iemand die de functie naast zijn werk uitoefent.

Lang zoeken is niet nodig. De PvdA heeft een voor de hand liggende kandidaat in zijn midden, iemand die ook al een fatsoenlijke baan heeft, vice-voorzitter en burgemeester van Zaanstad Ruud Vreeman. Wedden dat hij een behoorlijke parttime voorzitter zal zijn.