Oud en arm in de Gultepe-moskee

ROTTERDAM, 24 NOV. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau behandelt de overheid een groeiend aantal arme allochtone ouderen als een verloren generatie. Meer dan de helft van hen leeft rond het sociaal minimum. Er is behoefte aan specifieke maatregelen voor deze groep.

De Turkse mannen in de Gultepe-moskee kwamen twintig tot dertig jaar geleden naar Nederland. Ze gingen werken in de haven, in de bouw en in de fabriek. De een werd arbeidsongeschikt, het bedrijf van de ander ging failliet en nummer drie raakte gewoon zijn baan kwijt. Weggeautomatiseerd. Ze leven bijna allemaal van een uitkering. De kans op werk is nihil.

In het theehuis naast de Gultepe-moskee in Rotterdam Noord komen ze elke dag bij elkaar. Ze lezen Turkse kranten, bidden en wisselen informatie uit. Unal Osman (60) heeft twintig jaar op een scheepswerf gewerkt en is nu vijf jaar werkeloos. Hij heeft een vrouw en vijf kinderen. “Ik krijg 1.800 gulden per maand, vroeger kreeg ik 3.600 gulden. Ik kan niets meer doen.'

Hun pensioen is mager en onvolledig. Ze kwamen terecht bij bedrijven waar de pensioenopbouw slecht was geregeld. Of ze werden bewust buiten pensioenfondsen gehouden omdat ze toch weer terug zouden gaan naar hun land van herkomst. Maar het belangrijkste is dat geen van hen de volle vijftig jaar in Nederland heeft gewoond, zodat ze niet voor een volledige AOW in aanmerking komen. Voor elk jaar minder gaat er twee procent vanaf. Ze kunnen aanvullende bijstand krijgen, maar niet iedereen kent de weg naar de juiste instanties.

Het gevolg: de mannen in de Gultepe moskee zijn arm, net als veel andere Turkse en Marokkaanse ouderen. “Hun maatschappelijke positie is uiterst zwak', concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het vandaag verschenen rapport Minderheden 1998. Om die conclusie te onderschrijven, komt het SCP met een stortvloed van cijfers. Van de Turkse en Marokkaanse mannen tussen de 50 en 64 jaar is 75 procent afhankelijk van een uitkering, tegen 30 procent van de autochtone bevolking.

Gemiddeld ontvangen ze slechts 70 procent van een volledig AOW-pensioen. De oudere allochtonen maken ook langer gebruik van een uitkering en sparen minder zelf: vaak gaat er geld naar familie in het buitenland. En ruim de helft van de allochtonen van 65 jaar of ouder leeft rond het sociaal minimum.

De groep ouderen groeit, en daarmee deze problematiek. Er zijn nu meer dan honderdduizend allochtonen van boven de 55 jaar. Maar de overheid richt zich met het integratiebeleid op de tweede generatie en de nieuwkomers. Dat is prima, schrijft het SCP, maar het gevaar bestaat dat de positie van de ouderen uit het oog wordt verloren. Zowel het minderhedenbeleid als het ouderenbeleid doet niets aan de specifieke problemen van deze groep. “De conclusie kan niet anders zijn dan dat de ouder wordende generatie minderheden in het overheidsbeleid de facto wordt behandeld als een verloren generatie', aldus het SCP.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil nog niet reageren op de kritiek, zegt een woordvoerder. In de vrijdag te verschijnen nota Kansen Pakken, Kansen Krijgen van minister Van Boxtel (Minderheden) kan de woordvoerder “niet direct iets ontdekken dat betrekking heeft op ouderen'. In de laatste minderhedennota van het kabinet, 119 pagina's, staat precies een paragraaf over ouderen: er zal met de Nederlandse Islamitische Bond voor Ouderen (NISBO) overlegd worden over de wenselijkheid van nader onderzoek.

“Er zou zeker meer moeten gebeuren, maar het is niet zo dat er niets gedaan wordt', zegt beleidsmedewerker D. Kloostenboer van de NISBO. Volgens hem moet het beleid ingepast worden in het algemene ouderenbeleid. “Maar dan moet er wel rekening worden gehouden met de specifieke problemen van deze groep.' Dat zijn er nogal wat: de oudere allochtonen kennen de wegen in de bureaucratie slecht.

Ze zijn moeilijk te bereiken voor hulpverleners ze leven in hun eigen kringetje en ze spreken de taal niet.

“Ze hebben ook niet veel vertrouwen in de hulpverlening', zegt Marijke Naujoks, projectmedewerker migranten van Ouderenwerk in Rotterdam Noord. “En vaak willen ze geen hulp, lossen ze de problemen liever zelf op en vertrouwen ze op steun van hun familie en kinderen.'

Een onvolledig AOW'tje is niet genoeg, zeggen de hulpverleners en de oudere allochtonen. De kosten zijn hoog, volgens H. Subasi, landelijk coordinator van de NISBO. “Lamsvlees is duur, Turkse producten moeten geimporteerd worden en veel mensen willen per jaar een paar maanden naar Turkije of Marokko en krijgen dan problemen met hun uitkering.' Moet de overheid hiervoor zorgen? “Vanuit de Nederlandse positie niet, maar voor de ouderen voelt het als een belemmering als dat niet kan', zegt Subasi.

Ander probleem: een huwelijksschat kost al snel 20.000 gulden. Er moeten armbanden worden gekocht, de slaapkamer moet worden ingericht, een groot feest moet worden betaald. Het is traditie dat de ouderen dit opbrengen. “Ze geven soms geld uit aan de verkeerde dingen. En ze weten vaak niet dat ze allerlei kosten vergoed kunnen krijgen, zoals vervoer naar het ziekenhuis, een bril of kwijtschelding van de gemeentebelasting', zegt Naujoks. Osman gaat per maand twee keer met de taxi naar het ziekenhuis. “Die krijg ik niet vergoed, omdat mijn uitkering nu nog te hoog is', zegt hij. Over vijf jaar, als hij 65 is, daalt zijn uitkering met 400 gulden tot 1.400 gulden. Naujoks: “Maar dan kan je aanvullende bijstand krijgen Unal.' Dat weet hij. “Maar velen weten dat niet.'

Ali Gurbuz (50) zit aan een van de formica tafels in het theehuis.

Osman vertaalt want hij is de enige van de vijftien die Nederlands spreekt. Ali is heel erg ziek, vertaalt Osman. “Hij heeft het aan zijn hart.' Zijn vrouw en vier kinderen zijn in Turkije. Van de 1.200 gulden per maand moet hij zichzelf en zijn familie onderhouden. Hij werd zijn huis uitgezet omdat hij de huur niet kon betalen. De sociale dienst stuurt hem van het kastje naar de muur. Ali zit er bedremmeld bij en knikt. “Niet goed' zegt hij.