Opletten

“HET MINISTERIE van Justitie moet onder mijn regime veel sneller gaan reageren op incidenten', verklaarde de nieuwe bewindsman Korthals (VVD) vlak na zijn aantreden. “Als er een fout is gemaakt, moet dat betrokkenen snel duidelijk worden gemaakt. Dat hoeft niet meteen tot zulke zware maatregelen als ontslag te leiden, maar de mensen moeten wel eerder op het matje geroepen worden en weten dat er op hen wordt gelet.'

Eerder dan hij wellicht voor mogelijk hield, kan Korthals laten zien wat hij waard is. Een van zijn ambtenaren blijkt, terwijl de kersverse minister op vakantie was, het groene licht te hebben gegeven voor het inzetten van een criminele burgerinfiltrant. Deze riskante opsporingsmethode was in het kielzog van de parlementaire enquete-Van Traa in de ban gedaan door de Tweede Kamer.

Pas onlangs kwam uit dat enkele keren op het hoogste niveau toch toestemming is gegeven voor zo'n operatie. De Tweede Kamer toonde zich ontstemd. Korthals wees naar zijn voorganger Sorgdrager (D66) en verzekerde dat hij geen handtekening had gezet. Dit laatste is letterlijk juist, maar dat maakt zijn verantwoordelijkheid voor de ambtelijke beslissing niet minder.

De betrokken ambtenaar is direct op het matje geroepen en is zich in de woorden van Korthals “een hoedje geschrokken'. Tot zover gaat het dus geheel volgens het nieuwe scenario. Einde incident? Dat is toch iets te snel geconcludeerd, want zijn mensen moeten volgens Korthals niet alleen op het matje worden geroepen maar ook weten dat er op hen wordt gelet.

DAARBIJ KOMEN we uit bij de verantwoordelijke bewindsman zelf. Waarom was deze, zelfs op vakantie, niet bereikbaar voor zo'n belangrijke beslissing? En vooral, wat verstaat hij zelf onder opletten? Korthals kan moeilijk zeggen dat hij niet was gewaarschuwd. Als woordvoerder voor justitie van de VVD-fractie was hij hoofdschuddend getuige van een vergelijkbaar incident bij het aantreden van zijn voorganger die, amper ingezworen, van haar ambtenaren zonder waarschuwing een dubieuze afkoopsom van twee miljoen gulden voor een justitie-informant ter tekening kreeg voorgeschoteld.

Korthals kon hieruit voor zijn aantreden leren dat een moderne minister van Justitie vanaf de eerste dag op zijn qui-vive moet zijn. Het incident-Sorgdrager bleek bovendien niet eenmalig. Terugblikkend constateert Korthals in zijn eerste begrotingstoelichting dat het vertrouwen in en het respect voor Justitie de afgelopen jaren in het geding zijn geweest. Uiteindelijk heeft de bewindsvrouw de ambtelijke top van haar departement fiks moeten verversen.

De reprise van de beginnersfout heeft daarop onvermijdelijk een terugslag. Zeker als deze ambtelijke top bij de eigenmachtige beslissing betrokken is geweest. Is behalve de betrokken ambtenaar ook de minister zich een hoedje geschrokken, vielen hem, in de termen van zijn voorganger, “de oren van het hoofd'? De Tweede Kamer is minister Korthals over deze vraag niet al te hard gevallen, maar daarmee is de twijfel over de kwaliteit van de oplettendheid bij Justitie niet minder geworden.