Kunstfonds mogelijk door `meevallers'; Na jarenlange oproepen

ENKHUIZEN/ROTTERDAM, 24 NOV. Na jarenlange oproepen daartoe, heeft het kabinet afgelopen vrijdag honderd miljoen gulden beschikbaar gesteld voor de vorming van een kunstaankoopfonds. Dat heeft staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg gisteren in Enkhuizen bekendgemaakt

Dat betekent dat er jaarlijks vijf tot acht miljoen gulden als renteopbrengst kan worden besteed aan zowel bijzondere, museale aanwinsten als aan het aankopen van objecten van een hoog nationaal-cultureel gehalte die in verband met de Wet tot behoud van cultuurbezit het land niet mogen verlaten.

Het is de bedoeling, zei Van der Ploeg, die te gast was bij de Nederlandse Museumvereniging in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen dat de Mondriaan Stichting in Amsterdam het fonds gaat beheren. Een besluit daartoe moet nog formeel worden genomen. De Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, opgericht door de Vereniging Rembrandt, zal gaan samenwerken met het nieuwe fonds. Deze laatste stichting was nauw betrokken bij de recente aankoop van Piet Mondriaans laatste schilderij Victory Boogie Woogie. Dankzij een schenking van 120 miljoen gulden van De Nederlandsche Bank kon deze stichting dit doek voor tachtig miljoen gulden bij een particuliere verzamelaar in New York verwerven. De resterende dertig miljoen gulden gaat niet naar het nieuwe fonds. Want “als particuliere stichting krijg je natuurlijk geen geld om het aan een ander in beheer te geven', aldus J.M. Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt.

Volgens een woordvoerder van Van der Ploeg is het toch goed denkbaar dat bij grote aankopen met diezelfde stichting zal worden samengewerkt. Het nieuwe 100 miljoen-fonds, afkomstig uit “een meevaller', zal waarschijnlijk niet voor aankopen van Victory-achtige omvang worden aangesproken. Aanwinsten moeten zoveel mogelijk uit de rente worden bekostigd. Vanaf 2002 zal het ministerie van OCW het fonds jaarlijks met 8 miljoen gulden versterken.

De Nederlandse Museumvereniging NMV zei gisteren blij te zijn met het nieuwe fonds.

Maar alle geinterviewde betrokkenen zien dit gebaar van het kabinet als een eerste stap, omdat er bij de lage rentestand jaarlijks niet meer dan vijf miljoen gulden overblijft om kunst aan te kopen op een internationale kunstmarkt waar de laatste decennia de prijzen explosief zijn gestegen.

“Vijf mijljoen is niet voldoende', aldus Ronald de Leeuw, algemeen directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam. “Alleen voor de rijksmusea is al zo'n 15 tot 20 miljoen per jaar nodig om de aankoopbudgetten weer op het niveau van de jaren zeventig te krijgen. Maar het is een begin. Ik ben blij dat de aankopen terug zijn op de agenda en dat het schot voor de boeg dat de Nederlandse Bank onlangs heeft gegeven, een vervolg heeft gekregen.' Hans Locher, directeur van het Haags Gemeentemuseum, noemt het bedrag eveneens “niet echt voldoende'. En hij zal zich, net als zijn collega's, niet uitlaten over het verlanglijstje van zijn museum om mogelijke prijsopdrijvingen door de huidige eigenaren te voorkomen. Hein van Haaren, voorzitter van de Mondriaan Stichting, is weliswaar tevreden met het feit dat `zijn' stichting het geld gaat beheren, maar ziet ook graag dat het fonds een fikse groei gaat doormaken.

Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt, vindt het “fantastisch dat minister Zalm van Financien deze mogelijkheid heeft geboden, want hij is diegene die veel gevoel heeft voor het belang van cultuur.'. Verder lijkt het Boll “interessant om met de Mondriaan Stichting straks afspraken te maken temeer omdat de Vereniging Rembrandt al zo'n 115 jaar ervaring heeft in het beheren van een vermogen.'