Kamer stemt in met soepele pensioenopbouw

DEN HAAG, 24 NOV. De Tweede Kamer stemt in met de kabinetsplannen voor een versoepeling van de pensioenwetgeving. Vanaf 1 januari 1999 krijgen werknemers meer vrijheid bij het opbouwen en incasseren van hun pensioen. Dat bleek na een debat tussen de Tweede Kamer en de staatssecretarissen Vermeend (Financien) en Hoogervorst (Sociale Zaken).

De belangrijkste veranderingen zijn dat het pensioen in kortere tijd kan worden opgebouwd en dat het maximale pensioen niet langer 70 procent maar 100 procent van het laatstverdiende loon bedraagt.

Jaarlijks kan 2 procent van het salaris worden gebruikt voor pensioenopbouw (nu 1,75 procent). Na 35 jaar wordt zo het `volpensioen' van 70 procent bereikt. Wie langer werkt kan meer pensioen opbouwen. Ook kan een hoger pensioen worden bereikt door bijvoorbeeld spaarloon in te zetten.

De bedoeling van de bewindsmannen is om met de versoepeling af te komen van dure VUT-regelingen en zo de door werkgevers en werknemers betaalde pre-pensioenregelingen te stimuleren.

De Kamer ging er ook mee akkoord dat de opbouw van het pensioen doorloopt bij tijdelijk parttime werken en verschillende vormen van verlof. In de laatste tien jaar voor pensionering bestaat keuzevrijheid om minder te werken of minder hoog gekwalificeerd werk (demotie) te doen, zonder dat dit gevolgen hoeft te hebben voor de hoogte van het pensioen.