Het leven bezien uit een vogelkooi; Beppie Melissen speelt eenzame, bange vrouw met een kanarie

Voorstelling: Een Kooi van Licht, een vogeltjesdrama naar een idee van Truus Melissen. Tekst: Ellie van Dooren; decor: Wieger de Jong; muziek: Truus Melissen, Louis ter Burg; spel: Beppie Melissen. Gezien 17/11 Theater Bellevue. Tournee t/m 16/3.

Even dacht ik verdwaald te zijn: Een Kooi van Licht, aangekondigd als een theatervoorstelling, blijkt voornamelijk een film te zijn. Maar dan een film met de intensiteit van een echte voorstelling. Hoofdrolspeelster Beppie Melissen is niet fysiek op het toneel aanwezig. Ze wordt, van heel nabij, gadegeslagen door het oog van een camera. De ondertitel van de voorstelling luidt Een vogeltjesdrama. Dat `drama' is een zwaar woord voor iets dat eigenlijk heel subtiel en gevoelvol is.

Cameraman Onno van der Wal volgt een dag uit het leven van mevrouw Looman (Beppie Melissen). Ze is bang voor mensen, bang voor de boze wereld buiten. Haar enige geluk bestaat uit haar kanarie, die ze beurtelings Apie noemt, Pietje of Piet. Haar geslof door het huis, de montere manier waarop ze zich staande houdt, haar bezigheden met een legpuzzel volgt het beestje met zijn heldere kraalogen. Hij fladdert rond maakt geluidjes. Beiden, de vrouw en de vogel, zijn in hun eigen leven als in een kooi gevangen. Ik vond het roerend, zoals Melissen zichzelf onophoudelijk moed inspreekt. Het is de uitbeelding van de gecamoufleerde moed der wanhoop.

De camera bevindt zich herhaaldelijk achter de tralies van de kooi, zodat het perspectief dat van de kanarie is. De filmbeelden worden onderbroken door een soort poppenspel waarin het vogeltje door de wijde wereld trekt, liedjes zingend als `Want zo alleen te zijn, zo vreselijk alleen te zijn, zo ben ik niet bedoeld.'

Ondertussen steggelt Melissen verder, tot ze struikelt over haar eigen voeten en neervalt. Vlak ervoor deed ze in een liefdevol gebaar de kooi open, de kanarie vliegt eruit en door het open raam naar buiten. Die vlucht in de vrijheid overleeft hij natuurlijk niet. Gevangenschap is een levensvoorwaarde. De kracht van Een Kooi van Licht, dat bedacht werd door Truus Melissen en geschreven door Ellie van Dooren, schuilt in de intimiteit. Wij, de toeschouwers, zijn als ongeziene gasten in haar Amsterdamse bovenwoning. Beppie Melissen, bekend van haar optredens bij Toneelgroep Carver, speelt de eenzaamheid van de vrouw vanzelfsprekend en verstild, met heel precieze gebaren en een trage, langzame dictie. In het openingsbeeld ontwaakt ze met een zwarte doek over haar gezicht; ook de vogel slaapt onder een zwarte doek.

Zo drukken zij hun verhouding uit tot de wereld. Angst, afzijdigheid, er niet willen zijn. Niemand heeft talent voor eenzaamheid: dat lijkt de voorstelling uit te willen drukken. Die machteloosheid raakt diep.