Grauwende Medea op oranje pumps voor veertienjarigen

Jeugdtheater: Medea, door Teneeter. Tekst: Euripides, vertaling Gerard Koolschijn. Regie: Rinus Knobel, Femke Janssen. Spel: Ronald Armbrust Chris Tates, Maureen Tauwnaar. Vanaf 14 jaar. Gezien: 20/11, Het Badhuis Nijmegen. Toernee t/m 7/2. Inl. (024) 360 0588.

Jason (Chris Tates) is een gewetenloze schurk. Verstrooid glijden zijn vingers over de wulpse kont van Medea (Maureen Tauwnaar). Eindelijk ziet zijn gewezen vrouw in dat hij er goed aan doet de dochter van koning Creon te trouwen. Nu mag hij zijn lust ook bij haar wel weer de vrije teugel laten. Tauwnaar vlijt als een aanminnige poes haar hoofd in zijn schoot. Het publiek houdt de adem in; ze is in staat hem te bijten.

Theater Teneeter speelt Medea van Euripides voor veertienjarigen. Vergeleken met hun stijve Antigone (1996) is de voorstelling opmerkelijk levendig. Het thema komt deels overeen. Teneeter interesseert zich opnieuw vooral voor de machteloosheid van de vrouw. Tauwnaar is een prachtige Medea op oranje pumps. Getergd wringt ze haar mollige lijf in bochten, grauwt als een wild beest, vloekt en schreeuwt. Af en toe verstilt haar spel. Dan laat zij tot zich doordringen hoe ver haar wraakzucht reikt: gaat zij echt haar kinderen vermoorden?

Het stuk begint wat ongelukkig met een stroom van grote woorden. Acteur Ronald Armbrust vertelt hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen, maar het is niet de introductie waar een doorsnee middelbare scholier op zit te wachten. Gulden vliezen, klaprotsen, vuurspuwende stieren, alles komt in sneltreinvaart voorbij. Armbrust maakt een nerveuze indruk, ook als hij even later koning Creon is. Zijn spel is houterig zijn articulatie overdreven. Het steekt af bij de schijnbare achteloosheid waarmee de andere acteurs hun rollen neerzetten.

Er zijn helaas wel meer dingen die niet uit de verf komen, zoals de verhouding van de figuren tot hun goden. Af en toe wordt Zeus aangeroepen, of een vage godin als Hekate. Maar of Jason en Medea werkelijk geloven dat hun handelen door de goden gestuurd wordt, is de vraag. Teneeter heeft willen benadrukken dat Medea een actueel verhaal is, zonder de oud-Griekse context te verliezen.

Op een enorm schuin wit doek dat boven de spelers gespannen is, worden dia's geprojecteerd van diva's uit de jaren twintig met grote lijdzame zwarte ogen, en bijvoorbeeld van de eieren van Brancusi. Het is wel mooi en markeert handig de overgangen.

Maar de verdere betekenis laat zich raden. De voorstelling leent zich uitstekend voor het nieuwe `studiehuisvak' CKV1, culturele en kunstzinnige vorming op middelbare scholen (vmbo/havo/vwo). Misschien wel iets te goed. Rijen scholieren zullen vertwijfeld op hun pen kauwen, al is Medea nog zo majesteitelijk en van alle tijden. Er is teveel geperst in een voorstelling van krap een uurtje.