`Geweld in Jakarta zal nog erger worden'

JAKARTA, 24 NOV. Een ruzie met Ambonese bewakers van een Chinese gokhal in Jakarta ontaardde afgelopen zondag in een bloedbad. De volkswoede tegen Ambonezen werd volgens velen in scene gezet en heeft geleid tot angst. Bericht uit Kamp Polonia.

Zijn familie uit Barneveld heeft meteen gebeld of alles wel goed ging, vertelt Martinus Tetelepta. Een grote man achter een klein bureau met zijn overhemd half open. Tetelepta geeft leiding aan het kantoor van de Bethesda-kerk in Kamp Polonia, een overwegend Ambonese wijk in Oost-Jakarta. De mensen hier staan vaak in nauw contact met familieleden in Nederland of op Ambon, het hoofdeiland van de Molukken in Oost-Indonesie.

Afgelopen zondag hoorde Tetelepta 's ochtends via de televisie van de massale volkswoede in de buurt van de Chinese wijk Glodok. Die was aanvankelijk gericht tegen Ambonese bewakers van een gokhal, later tegen christenen in het algemeen. “We kregen telefoontjes van de Immanuel-kerk in het centrum om maatregelen te treffen ter beveiliging van de buurt.'

Zondag werden vijf Ambonezen door een menigte van woedende moslims afgeslacht. Geruchten waren verspreid dat de Ambonezen een raam van een moskee hadden ingegooid, of van plan waren geweest een moskee in brand te steken. Op de doorgaande weg van het centrum van Jakarta naar Glodok, de Gajah Mada-boulevard, verschenen duizenden woedende moslims die werden opgehitst door volksmenners. Een strooptocht volgde met als uiteindelijk resultaat 14 doden, 11 vernielde kerken, waarvan twee platgebrand, twee vernielde katholieke scholen en natuurlijk, zoals gebruikelijk bij plunderingen in Indonesie, veel materiele schade aan auto's en winkels van voornamelijk etnisch Chinese inwoners van Jakarta. Brandweerauto's werden op weg naar brandende kerken tegengehouden. Militairen, die een paar maal waarschuwingssalvo's in de lucht afvuurden, traden alleen op toen de kathedraal van Jakarta dicht bij het Vrijheidsplein werd aangevallen.

Op het kantoor van de Bethesda-kerk vertelt Martha Pongajous dat Kamp Polonia in 1950 werd gesticht, voor Ambonezen die gediend hadden in het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen. Zij is zelf een dochter van zo'n KNIL-militair en spreekt nog vlekkeloos Nederlands. Pongajous heeft een broer in Nederland. “Terwijl veel KNIL'ers na de onafhankelijkheid van Indonesie naar Nederland werden verscheept, werden wij hier achtergelaten', herinnert zij zich, met een licht verwijtende blik in haar ogen. “We begonnen hier aan de Ciliwungrivier met zo'n 150 gezinnen die overal vandaan kwamen: Yogya, Bandung, noem maar op. Alles was heel eenvoudig. We hadden maar een heel klein kerkje van bamboe met een aarden vloer. En om het kamp waren niets dan sawahs, rijstvelden. Dat was een moeilijke tijd.'

Inmiddels is de Ambonese wijk nauwelijks te onderscheiden van de meeste andere buurten in Jakarta met zijn op elkaar gestapelde kleine huizen, en kronkelstraatjes met betonnen goten. Hier wonen nu volgens Martinus Tetelepta zo'n 3.000 gezinnen waarvan zo'n 70 procent wortels heeft op Ambon. “We kunnen altijd heel goed samenwerken met mensen van andere geloven', zegt Martha Pongajous. “Er zijn nooit problemen over godsdienst met de moslims in de buurt.'

Maar Tetelepta herinnert zich wel dat er vorig jaar tijdens de campagnes voor de parlementaire verkiezingen vechtpartijen zijn geweest tussen mensen van deze wijk en aanhangers van de islamitische PPP. “Onze mensen stemden voor het merendeel op de regeringspartij Golkar. Zondag zag ik op televisie veel vlaggen van de PPP in die menigte. Misschien heeft dit geweld meer met politiek dan godsdienst te maken.'

De predikant van de kerk, Ferry Raintung, is daar ook van overtuigd. Er is nog geen overleg op gang gekomen tussen de verschillende kerken in Jakarta en islamitische geestelijke leiders om gezamenlijk te trachten de volkswoede te dempen. Gisteren nog bijvoorbeeld hielden menigten in de buurt van het afgebrande gokcentrum auto's en motoren aan: mensen met een Ambonees uiterlijk werden mishandeld. Raintung:“Volgens ons is dit niet een tegenstelling gebaseerd op Agama, geloof, maar zitten er politieke krachten achter. Niemand weet welke.'

Daarom verkeert de de buurt nog steeds in verhoogde staat van paraatheid, zegt Tetelepta. Niet alleen staat er bij het jeugdhuis een truck met militairen van de strategische reservetroepen (KOSTRAD), maar ook houden elke avond eigen bewakers uit de buurt de wacht. “'s Avonds sluiten we de drie weggetjes af die toegang geven tot de wijk. We doen dat niet aan de hoofdweg, want dat zou te veel opvallen en als een provocatie kunnen worden opgevat. En we lopen wacht. Veel mensen zijn bang geworden door het geweld.'

Martha Pongajous schudt haar hoofd. “De beveiliging kan ik wel begrijpen. En ik denk eigenlijk dat het nog veel erger zal worden met het geweld in deze stad. Maar bang ben ik niet. Wij hebben toch Jezus Christus? Op Hem vertrouw ik.'

    • Frank Vermeulen