De klok luiden

Een van de vernieuwingen in de rooms-katholieke liturgie begin jaren zestig werd gevormd door het plaatsen van een nieuw altaar op het priesterkoor, en wel in spiegelbeeld met het oude altaar. Dit laatste stond helemaal voor in de kerk en alleen het tabernakel bleef in gebruik voor het bewaren van de geconsacreerde hosties in de daarvoor bestemde kelk met deksel, de ciborie. Ook de monstrans die voorzien was van een grote eveneens gewijde hostie had hierin een plaats.

Het opdragen van de mis werd voortaan `het vieren van de eucharistie' genoemd en geschiedde aan een sobere altaartafel waarbij de priester veel dichter bij de gelovigen stond en bovendien oog in oog met hen.

Voor ons misdienaars had deze nieuwe opstelling een nadelig gevolg en wel in de periode dat pastoor K. in onze parochie als zielenherder was aangesteld. Wanneer namelijk de misdienaar die de `ampullen deed', na de consecratie een te grote scheut water bij de wijn deed in de kelk die de pastoor hem voorhield, dan werd deze flink uitgefoeterd zonder dat het kerkvolk dit kon zien. Pastoor K. was een uitstekend buikspreker en de afstand tot de eerste banken was te groot om het te kunnen horen.

In de nieuwe opstelling was dit niet het geval en ging de pastoor er toe over, onzichtbaar nu voor de gelovigen, het teveel aan water te bestraffen met het op de tenen trappen van de betreffende misdienaar of deze een schopje tegen de schenen te geven.

Wanneer je dit eenmaal was overkomen dan zorgde je er in het vervolg wel voor buiten het bereik van de schoenen van de pastoor te blijven door zover mogelijk naar achteren te gaan staan en voorovergebogen en met uitgestrekte armen de wijn en het water te serveren.

Wat niet veranderde in die jaren was het luiden van de klok vijf minuten voor aanvang van de mis. De gelovigen die vlak bij de kerk woonden, wachtten op dit teken om hun jas aan te trekken en hoed of pet op te zetten. Alle vrouwen droegen op zondag hoeden, maar door de week droegen veel vrouwen een hoofddoek. Dit gebruik is in een generatie bijna geheel verdwenen.

De misdienaar die de klok luidde diende wat eerder aanwezig te zijn om zich om te kunnen kleden in toog en superplie, want de klok luiden `in burger' was er niet bij.

Het zeker vijf centimeter dikke touw waarmee de grote klok geluid werd hing in de hal van de kerk opzij van de grote deuren. Het viel voor een tenger zevenjarig jongetje niet mee de zware klok aan de praat te krijgen maar had je de vaart er eenmaal goed in en je klampte je dan zo hoog mogelijk aan het touw vast dan werd je door de vliegwielwerking van de klok zo'n anderhalve meter mee omhoog getrokken. Was je toch even wat dichter bij de hemel geweest.