AMERICAN SOCIOLOGICAL REVIEW

Hoe meer we uitkeringen beperken tot de doelgroep van de armen en hoe meer we ons best doen gelijkheid te creeren door gelijke overdracht van publieke middelen aan alle burgers, des te slechter slagen we er in armoede en ongelijkheid te verminderen. Deze paradox van de herverdeling van inkomen is het onderwerp van bespreking in de American Sociological Review.

Het desbetreffende artikel is gebaseerd op een vergelijkend onderzoek van Walter Korpi en Joachim Palme van het Zweedse Instituut voor Sociaal Onderzoek. De paradox is vooral het resultaat van de manier waarop de instellingen van onze verzorgingsstaat werken. Op basis van een vergelijking tussen de situatie in 18 ontwikkelde landen onderscheiden de onderzoekers vijf modellen voor de organisatie van sociale verzekeringen: gericht op doelgroepen, bijvoorbeeld in Australie; op grond van vrijwilligheid in combinatie met overheidsbijdragen, zoals in Engeland; corporatistisch zoals in Duitsland; op grond van basiszekerheid zoals in Nederland; en allesomvattend, bijvoorbeeld in Zweden.

Beleid dat armoede en ongelijkheid wil reduceren gedijt volgens het onderzoek ondanks alle bedenkingen het beste in landen waar de sociale zekerheid is georganiseerd volgens het Scandinavische model. Dit is gebaseerd op een combinatie van regelingen die voor iedereen gelden en van regelingen die gebonden zijn aan het inkomen van de economisch actieven. Beleid dat zich beperkt tot de doelgroep scoort het slechtst. Het feit dat veel Westerse landen het accent de laatste jaren hebben verschoven naar dat soort beleid is dan ook een ongelukkige ontwikkeling vooral omdat er op die manier een kloof ontstaat tussen de armen en de middenklasse.