...WORDT GEVRAAGD OM DUIDELIJKHEID...

Met minder ambtenaren moet dus meer worden gedaan. Minister Zalm (Financien) verdedigde op Prinsjesdag zijn “echt superbehoedzame cijfers' met de opmerking dat het toch geen kwaad kon als de overheid eens wat minder rapporten zou produceren. “Er zijn best dingen die wat minder kunnen, zonder dat het land daarvan schade lijdt.'

Er is niemand die dat in twijfel trekt. Wat elke rechtgeaarde ambtenaar alleen wil weten is dit: welke rapporten had de minister precies in gedachten?

“Wat wij vragen is dat de leiding leiding geeft. Laat de minister en de ambtelijke top aangeven waar we de prioriteiten moeten leggen en welke taken kunnen worden afgestoten', zegt Siemon Tuinstra van de ondernemingsraad op Buitenlandse Zaken. Want de kaasschaafmethode - van alles een beetje minder - is volgens hem niet langer toepasbaar. Al sinds het begin van de jaren tachtig 'snijden' achtereenvolgende kabinetten in de Haagse bureaucratie. Het aantal rijksambtenaren is afgenomen van 130.000 in 1986 tot minder dan 107.000 nu. Of zoals een oudgediende op Binnenlandse Zaken het verwoordt: “Het begon met Bestek '81. Sindsdien is het vork en lepel weg en het mes erin.'

Op verschillende ministeries overleggen de ondernemingsraden dezer dagen met hun ministers. “Wat zijn uw prioriteiten?', vroeg Siemon Tuinstra op 11 november aan VVD-bewindsman Jozias van Aartsen. In de herinnering van Tuinstra gaf die het volgende antwoord: “Over mijn politieke prioriteiten overleg ik wel met de Kamer. Voor problemen met de ambtelijke organisatie moet u bij de secretaris-generaal zijn.' De reactie onder het personeel op deze stellingname is niet meer te vatten in diplomatiek taalgebruik: “En deze minister noemt zich in een interview manager van 4.000 ambtenaren!', schampert Jos Douma van de vereniging van diplomaten. “Een president-directeur in het bedrijfsleven zou er niet mee weg komen als hij alleen verantwoording wenst af te leggen aan de raad van commissarissen inplaats van ook aan zijn ondergeschikten. Ik ben er knap boos over.'

Het vraaggesprek in het jongste nummer van Elsevier heeft de minister toch al geen goed gedaan onder zijn ambtenaren. Van Aartsen zegt onder andere “niet in een gespreid bedje' te zijn gekomen toen hij D66-minister Van Mierlo opvolgde. Hij wekt de suggestie dat de teugels op het departement na vier jaar losbandigheid stevig moeten worden aangetrokken. En dat terwijl de ambtenaren op BZ volgens hun vertegenwoordigers al werkweken maken van 45 uur in plaats van de 36 uur waarvoor zij worden betaald.