Teamspeler met het hoogste woord; Thom de Graaf, politiek leider van D66 niet in de wieg gelegd voor backbencher

Thom de Graaf sprak dit weekeinde voor het eerst als politiek leider een congres van D66 toe. Het ging hem goed af en niemand had ook anders verwacht. De Graaf is wetenschapper en ambtenaar geweest, maar nooit backbencher.

Op school zijn er van die leerlingen die alles mee hebben. Aardig in de omgang, leuk om te zien en goed in bijna alles wat ze doen. Zo'n leerling was Thom de Graaf op het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen. Hij was van goede komaf - zijn vader was de burgemeester - en als er iets werd georganiseerd deed hij mee. Vaak organiseerde hij het trouwens zelf. In het schooljaar 1973-1974 bijvoorbeeld was Thom tegelijkertijd voorzitter van de schoolvereniging, speelde hij een hoofdrol in het schooltoneel voerde hij een zelfgeschreven eenakter op en zat hij ook nog in een cabaretgroep. “We werden niet gehinderd door schroom', vat Erik van de Loo samen. Hij is sinds die dagen een boezemvriend.

Niet gehinderd door schroom. De Graaf was nog maar net student toen hij en Van de Loo op een mooie vakantiedag terechtkwamen in het Franse dorp l'Isle-sur-la-Sorgue, woonplaats van de gerespecteerde dichter Rene Char. Dat werd dus meteen aanbellen. “Goedemorgen, wij zijn jonge dichters uit Holland.'

In diezelfde tijd boden de 22-jarige De Graaf en Van de Loo ongevraagd een paginalange verhandeling over de kunstenaar Alberto Giacometti aan bij het Cultureel Supplement van deze krant. Het stuk werd geplaatst en bij Char mochten de poezie schrijvende jongelingen nog vaak terugkomen. Want zoals dat gaat bij mensen met zelfvertrouwen: hun optreden wordt vaak als vanzelfsprekend aanvaard.

Niet gehinderd door schroom is ook De Graafs optreden in de politiek. Backbencher is hij nooit geweest. Zijn eerste vertegenwoordigende functie was in de faculteitsraad van de Katholieke Universiteit Nijmegen en direct werd de nieuwe wetenschappelijk medewerker staatsrecht een van de oprichters van een aparte fractie voor medewerkers.

Tot die tijd werden zij geacht gewoon met de hoogleraren mee te stemmen.

De Graaf meldde zich in die jaren ook bij D66 en al op zijn 23ste was hij afdelingsvoorzitter. Niet veel later werd hij gescout als 'de jonge Van Mierlo'. “Ik zag hem aan de bar staan praten met een glas bier in zijn hand en ik moest meteen denken aan die foto van Hans uit 1966', vertelt Jos Campman, destijds verslaggever van De Gelderlander. In 1986, toen hij voorlichter was geworden van D66 in Den Haag, heeft Campman zijn vergelijking aan zoveel mogelijk journalisten voorgehouden. De Graaf was kandidaat voor de Tweede Kamer en de voorlichter wilde aantonen dat D66 ondanks electorale tegenslagen nog wel degelijk jong talent trok. De Graaf torst de vergelijking nog altijd op zijn schouders mee.

Door de electorale tegenslagen duurde het uiteindelijk nog tot 1994 voordat deze 'nieuwe Van Mierlo' Kamerlid werd. Maar hij was koud binnen of hij meldde zich al als kandidaat-voorzitter van de parlementaire enquetecommissie Opsporingsmethoden. In de fractievergaderingen van D66 nam het nieuwe lid regelmatig het woord als de beurt eigenlijk was aan oudgediende Olga Scheltema. “We hadden aan elkaar grenzende portefeuilles en als het over staatsrecht gaat is Thom nu eenmaal zeer bevlogen' verklaart Scheltema. Ook nu hij als fractieleider zelf de vergaderingen voorzit, kan De Graaf zich niet altijd bedwingen om niet meteen indringend zijn mening te geven. “Zou je niet eerst het rondje maken?' zeggen zijn fractiegenoten dan.

Overigens is de fractie vol lof over haar voorzitter. Waar zijn voorganger Wolffensperger soms een lone wolf was zo zeggen fractieleden nu, is De Graaf een “teamspeler wiens deur altijd openstaat'.

Een oordeel over hem als partijleider laat zich nog moeilijk vellen. Pas tijdens de kabinetsformatie, afgelopen zomer nam De Graaf de eerste positie in de partij van lijsttrekker Borst over. “Alle begin is moeilijk', zei hij zaterdag zelf in zijn eerste congrestoespraak in zijn nieuwe hoedanigheid. De Graaf doelde op de slechte beeldvorming - in de ogen van D66'ers - nadat hij eerder deze maand minister Korthals van Justitie had gekritiseerd. Diezelfde week kwam de partij in het nauw tijdens de discussie over de Bosnische asielzoekers. Er verschenen zelfs publicaties waarin de naam van minister Van Boxtel als te prefereren leider werd genoemd, maar die worden in de partij met de grootst mogelijke overtuiging bestreden.

De Graafs neiging om de schijnwerpers op te zoeken kan weerstand opwekken. Zelf zit hij daar niet mee. Als zijn mening debat oplevert, des te beter. Toen hij op school schaduwverkiezingen organiseerde, was dat voor de wiskundelerares reden om hem in de klas uit te maken voor politiek agitator. De tiener bleef er doodkalm onder. Na de les schreef hij een stuk in de schoolkrant waarin hij het gedrag van de lerares 'analyseerde'.

“Onder druk zie je hem groeien', zegt fractiegenoot Jan Hoekema, die tussen 1990 en 1994 met De Graaf in de Leidse gemeenteraad zat. Hoekema noemt het debat over de sanering van de varkensstapel in december vorig jaar, toen De Graaf nog maar net fractieleider was en D66 geisoleerd raakte, als voorbeeld dat De Graaf in een rechtstreekse confrontatie moeilijk klein te krijgen is. “Hij gaat dan langzamer praten en gedraagt zich nog meer als een staatsman.'

Een staatsman van 41? Lex Michiels, een oud-collega aan de Universiteit van Nijmegen die De Graaf nog regelmatig spreekt, weet dat zulk gedrag ook anders kan overkomen.

“Onze discussies verlopen soms zo: ik zeg wat ik vind en Thom zegt vervolgens hoe het zit.'

Lang heeft De Graaf het op de Nijmeegse universiteit niet uitgehouden. Hij begon er tijdens zijn studie rechten in 1978 als student-assistent werd in 1981 wetenschappelijk medewerker maar vertrok vier jaar later al naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zijn proefschrift, eerst over de minister-president en daarna over de burgemeester, heeft hij niet afgemaakt. “Te weinig zitvlees', oordeelt zijn toenmalige promotor, prof. C.A.J.M. Kortmann. Plus de ambitie om politieke macht niet alleen te bestuderen maar ook uit te oefenen, zeggen Van de Loo en Michiels.

Gezien het voorafgaande hoeft het niet te verbazen dat De Graaf Binnenlandse Zaken evenmin als perfecte werkomgeving ervoer. Hij maakte er snel carriere, van beleidsambtenaar tot plaatsvervangend directeur politie, maar dat liet onverlet dat hij regelmatig tegenover zijn collega Auke de Vries verzuchtte dat wie zich niet in de hierarchie voegde, het in de ambtenarij maar moeilijk had. “Thom kan er nu eenmaal slecht tegen als zijn eigen deskundigheid onvoldoende gewicht wordt toegekend', zegt De Vries. “Juridisch gelijk wordt bij hem niet ongedaan gemaakt door rangen en standen in een ambtelijke organisatie.' De toenmalige minister Ien Dales, vond dat deze ambtenaar “een erg rustige toon aansloeg die misschien niet helemaal paste bij zijn leeftijd'.

De Graaf heeft herhaaldelijk overwogen het ministerie te verlaten. Hij heeft zelfs een keer gesolliciteerd naar het burgemeesterschap van Ochten. Uiteindelijk vertrok hij pas toen hij een Kamerzetel veroverde, in 1994.

De D66-leider hecht dus aan zijn mening en schuwt het daaropvolgende debat allerminst - twee eigenschappen die bij een politicus niet hoeven te verbazen.

Anders is het met zijn gevoeligheid voor sfeer en omgangsvormen. “Als iemand me willens en wetens schade probeert te berokkenen, ben ik kwetsbaar', zei hij onlangs in de Volkskrant. Misschien kunnen politieke tegenstanders er hun voordeel mee doen. Neem vorige week. Het Algemeen Dagblad van zaterdag bracht een op anonieme bronnen gebaseerd verhaal over twijfel aan zijn leiderschap. “Toen ik hem zaterdagvond belde om een afspraak te maken over onze wekelijkse fitness, was hij aangeslagen', vertelt Jan Hoekema. “Hij is over zo'n artikel echt aangedaan. Pas de volgende dag krabbelde hij weer een beetje op.' De Graaf kan niet tegen het gevoel dat hem onrecht wordt aangedaan, een gevoel dat bij hem wat sneller lijkt op te komen dan bij anderen. “Waar Dijkstal de aantijgingen lachend van zich af zou laten glijden en Melkert misschien met zijn vuist op tafel zou slaan, trekt Thom het zich persoonlijk aan' zegt Hoekema. Dat is hem zelfs aan te zien: “Hij sluit zich dan af en krimpt een beetje in elkaar. Dan is hij ineens minder lang en krachtig.'

Sfeer, naast politieke opvattingen, was ook de reden dat de jonge De Graaf zich afkeerde van de KVP waarin zijn vader als Kamerlid en burgemeester een prominente rol vervulde. “Je moet er toch niet aan denken dat je moet werken in een omgeving die intern vijandig gezind is' zei hij onlangs.

Als er bij de KVP achterkamertjespolitiek werd bedreven, had de jonge De Graaf er in elk geval goed zicht op. Fractievoorzitter Schmelzer hing regelmatig op zaterdagochtend aan de telefoon. KVP-kopstuk Van der Grinten kwam zo vaak aan huis dat de latere D66-leider hem 'oom Wim' noemde. Liefst was De Graaf al na zijn eindexamen uit dit Nijmegen vertrokken, maar zijn vader verbood dat.

Als er gestudeerd moest worden, was de keuze Nijmegen of Leiden. Het door De Graaf gewenste Amsterdam was not done. De keuze voor D66 was voor het ouderlijk huis bijna net zo erg, maar die kon nog worden afgedaan als een jeugdzonde, net als die hele partij eigenlijk. “Jongen, kies toch een fatsoenlijke partij', zeiden ze in Nijmegen. “Zo word je toch nooit minister?'

Een scheidend hoofdredacteur van een partijblad kreeg De Graaf op de kast door onlangs de nieuwe generatie D66'ers, onder wie de partijleider, af te schilderen als politici met een teveel aan bureaucratische achtergrond en een gebrek aan maatschappelijke betrokkenheid. De Graaf is eerder een politicus die even ambtenaar is geweest dan een ambtenaar die politicus is geworden. Maar hoe zit het met de betrokkenheid? “Thom nam het allemaal zo ontzettend serieus', zegt prof. Kortmann over De Graafs streven de universiteit democratischer te maken. “Hij kwam op vergaderingen nogal eens te laat en als grap zeiden wij dan dat alles al besloten was. Dan keek hij heel beteuterd.'

“Als je met Thom over politiek wil praten, moet je goed voorbereid zijn' zegt Loek Hermans, in zijn studietijd dispuutgenoot van De Graaf en nu VVD-minister van Onderwijs. “Gewoon een lekkere boom opzetten is niks voor hem.' De Graaf vroeg zich in zijn studententijd zelfs af of hij wel lid kon blijven van de studentenvereniging Carolus Magnus. Paste het zooien en zuipen wel bij zijn streven de wereld te veranderen?

Het was ook mede wegens het gebrek aan diepgang dat hij in die tijd na een flirt de PPR de rug toekeerde. “Op een bijeenkomst werden wortels rondgedeeld, kennelijk omdat de maatschappij tot in haar wortels moest veranderen', herinnert jeugdvriend Van de Loo zich.

“Dat was Thom toch iets te ludiek. Daarmee zou je toch niets bereiken?'

Alleen als maatschappelijke betrokkenheid betekent dat een politicus in sloppenwijken moet hebben rondgelopen of met zijn handen moet hebben gewerkt, ja, dan mist De Graaf betrokkenheid. Wie voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje, luidt een Nederlands spreekwoord. Andersom komt ook niet vaak voor.