STAMMENSTRIJD VAN DE OUDE FIRMA

De derby tussen Celtic en de Rangers, beter bekend als The Old Firm, is meer dan een sportieve krachtmeting tussen groen-wit en blauw-wit. De voetbalclubs verdelen Glasgow in politieke en religieuze kampen. Zaterdag behaalde het katholieke Celtic een sensationele 5-1 zege op het protestante Rangers. De grauwe industriestad schudde op zijn grondvesten.

Met schorre stem vertelt Arthur Numan over zijn eerste kennismaking met Parkhead. De gelegenheidsaanvoerder van de Rangers heeft zijn stembanden op de proef gesteld. Door het kabaal op de tribunes is een serieuze woordenwisseling met zijn medespelers niet mogelijk. “Over tien meter kun je elkaar hier niet eens verstaan. Ik heb een hoop meegemaakt, maar zoveel herrie heb ik nog nooit gehoord', raspt Numan na afloop.

Langs de lijn probeert Dick Advocaat zijn spelers in woord en gebaar tot beter voetbal aan te sporen, maar de manager van de Rangers wekt met zijn aanmoedigingen slechts de woede van de Celtic-fans. Ze ballen hun vuisten en wensen deze vreemdeling een enkele reis naar het hiernamaals. Stampvoetend ondergaat Advocaat de sportieve vernedering. De Haagse driftkikker, in een Schotse krant The Little General genoemd is zich na afloop van geen kwaad bewust. “Ik gedroeg me heel normaal maar wat is normaal in deze gekte? Scherp publiek hebben ze bij Celtic!'

The Old Firm, de oude firma, dankt zijn benaming aan de zakelijke winst die de stadsderby tussen Celtic en de Rangers van oudsher heeft opgeleverd. De Rangers werden in 1872 opgericht door een groepje protestante studenten. De viering van het eeuwfeest viel samen met het winnen van de Europa Cup voor bekerwinnaars. De bekerzege op Dinamo Moskou in 1972 geldt nog steeds als het internationale hoogtepunt van de Rangers. Ondanks grote investeringen spelen ze tegenwoordig een ondergeschikte rol in de Europese toernooien. Op landelijk niveau zijn ze dit decennium superieur. Na negen opeenvolgende landstitels voorkwam Celtic vorig jaar een verbetering van het eigen record.

Celtic werd in 1888 als liefdadigheidsvereniging opgericht door een groep katholieke zendelingen.

Nog steeds reist een vaste Ierse supportersschare elke week van Dublin naar Glasgow. Celtic teert op een rijk verleden, een prachtig outfit en een zinderend stadion. “Op Parkhead kan het spoken. Zelfs de tv-camera's gaan trillen', overdrijft Pierre van Hooijdonk. De midvoor van Nottingham Forest maakte in twee seizoenen 52 doelpunten voor Celtic. “Als je bij Celtic hebt gespeeld, kan het ergens anders alleen maar tegenvallen', zegt Van Hooijdonk met gevoel voor zelfspot. Hij speelt momenteel met frisse tegenzin bij Nottingham Forest.

De Zweedse spits Henrik Larsson is de nieuwe held op Parkhead. Tegen de Rangers verstevigt hij zijn koppostitie op de Schotse topscorerslijst (dertien in totaal). De voormalige Feyenoorder scoort twee keer en staat aan de basis van twee andere treffers. Na afloop gaat hij op de foto met Rod Stewart, een trouwe supporter van Celtic.

Gesteund door de bejaarde rocker wint Celtic met 5-1 van de Rangers. Numan en Advocaat beschouwen de nederlaag als een tegenvaller, niet meer en niet minder. In plaats van de gewenste dertien punten hebben de Rangers nog maar zeven punten voorsprong op de aartsrivaal. De Nederlandese rekenmeesters kijken alweer vooruit, naar het UEFA-Cupduel tegen het Italiaanse Parma dat morgenavond de hete grond van Ibrox Park betreedt. Numan en Advocaat hebben dit seizoen kennis gemaakt met de Old Firm, maar de ware betekenis van dit titanenduel gaat grotendeels aan hen voorbij.

Voor John McGee is de wedstrijd tussen Celtic en Rangers een stammenstrijd, zoals hij de derby 's morgens in de vertrekhal van vliegveld Zaventem bestempelt. De 34-jarige computerprogrammeur woont in Londen en werkt in Brussel, maar zijn voetbalhart ligt nog altijd in het oostelijke deel van Glasgow.

Hij is katholiek opgevoed en koestert een welgemeend wantrouwen tegen de protestante vijand. “De Rangers hebben ook katholieke spelers, maar die halen ze uit Italie', schampert hij.

McGee bezoekt sinds 1969 alle thuiswedstrijden van Celtic. Als klein jochie stond hij achter het doel aan de noordzijde, in de volksmond The Jungle geheten. Het nieuwe onderkomen telt alleen nog zitplaatsen; de supporters maken nog evenveel lawaai als vroeger. Ze zingen hun prachtige clubliederen en verblijden elk doelpunt met een ongekende geestdrift. Ze zwaaien met hun Ierse (want katholieke) vlaggen naar het vak van de tegenpartij, waar de Britse (want protestante) vlaggen voorzichtig worden opgeborgen.

De supporters van Celtic schreeuwen hatelijke spreekkoren. De vernederende kreet It's so fucking easy wordt afgewisseld door het plagerige lied Can you hear the Rangers sing. Naarmate de score hoger uitvalt, bladeren steeds meer doorgewinterde Schotse verslaggevers in hun archiefmappen. De 5-1 overwinning op de Rangers is met recht een historische triomf. In 1966 won Celtic met dezelfde cijfers. In 1957 won Celtic met 7-1 van de Rangers, in de finale van de League Cup. De Schotse schrijver Peter Burn wijdde een roman aan deze curieuze wedstrijd. Oh Hampden in the Sun, luidt de verwijzing naar de weersomstandigheden in het nationale voetbalstadion Hampden Park, waar de Schotse bekerfinale destijds werd gespeeld.

John McGee herinnert zich de gloriejaren van Celtic, dat in 1967 de Europa Cup voor landskampioenen won en dezelfde beker in 1970 aan Feyenoord moest laten. McGee betitelt Wim Jansen als de boosdoener van weleer, dezelfde Jansen die Celtic vorig seizoen als manager naar de felbegeerde landstitel leidde.

“I wish he was with us', mijmert McGee in de vrieskou van Brussel.

Zijn adem ruikt in de vroege morgen naar whisky. De supporter annex computerprogrammeur reist business-class naar Glasgow waar een grijs wolkendek als een grauwsluier over de industriestad hangt. De voetballers spelen op de bekende wijze: gejaagd door de wind en niet gehinderd door lange denkpauzes. Bij de aftrap staan slecht zeven Schotten in het veld, de buitenlandse spelers hebben zich ogenschijnlijk snel aangepast aan de Schotse voetbalcultuur. Geen hak- en stiftballen, maar lange-halen-snel-thuis.

In het vak van de Rangers hangt een oranje vlag en een paar Nederlandse vlaggen. Ter ere van Numan en Advocaat, maar ook ter ere van de sterk spelende Giovanni van Bronckhorst, die op het veld minstens zoveel indruk maakt als in de etalages in het stadscentrum. Van Bronckhorst is het uithangbord van de plaatselijke modeontwerpers. Als kind van Molukse voorouders valt hij een beetje uit de toon in Glasgow, waar bepoederde dames en besproete meisjes het straatbeeld bepalen.

John McGee heeft rossig haar en draagt een groen-witte sjaal. Hij voorspelt 's ochtends een 2-0 overwinning voor Celtic en lijkt daarmee nogal optimistisch. De titelhouder verkeert in een vormcrisis en de Schotse kranten voorspellen een trainerswissel. De Slowaakse doctor Jozef Venglos zou plaats moeten maken voor de Schotse volksjongen Kenny Dalglish, die in de jaren zeventig als speler succesvol was bij Celtic.

Na de 5-1 overwinning op de Rangers reppen de Schotse kranten met geen woord meer over een trainerswissel. Venglos zelf toont zich na afloop van de wedstrijd een nuchtere, melancholische Oost-Europeaan. Gelet op zijn clichematige uitspraken is het niet verwonderlijk dat de Schotse boulevardpers naar een nieuwe trainer snakt.

“We staan nog steeds zeven punten achter', meldt Venglos stoicijns.

Zijn collega Advocaat heeft eerder tekst en uitleg gegeven over de zware nederlaag. Hij spreekt Engels met Haagse bluf. “De fans van de Rangers staan misschien liever onderaan de ranglijst, als ze maar vier keer van Celtic winnen. Ik heb een andere opvatting over succes. Eerst kampioen worden en dan van Celtic winnen; in die volgorde.'

Tegenover de Nederlandse vragenstellers uit Advocaat zijn voorliefde voor het Schotse Kick and Rush. “Hebben jullie genoten of hoe zit het? Zo gaat het hier bijna elke week. Voetbal is passie. Daarom voel ik me hier zo thuis. Ik heb geen heimwee naar Nederland. Ik heb zelfs geen tijd om daarover na te denken.'