Prei plukken?

Jorwerd ligt op de klei. Derhalve gelden daar in land- en tuinbouw dezelfde wetten als op mijn klei. Toch stuitte ik in Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak op een passage van huiveringwekkende raadselachtigheid. Om u duidelijk te kunnen maken hoe geheimzinnig die alinea is, moet ik iets vertellen over de teelt van prei.

In de zomer zaai je op een beschut hoekje prei. Spoedig komen er tientallen plantjes op. Als je ze zou laten opwassen tot dikke preistengels, zouden ze elkaars groei steeds meer belemmeren. Je moet die dunne stengeltjes dus uitplanten. Op afstanden van zo'n tien centimeter druk je een pootstokje diep de klei in zodat er een mini-mijnschacht ontstaat. In die schacht laat je een preiplantje verzinken.

Tussen de preitelers bestaat een controverse over de vraag of je de lange, witte worteljes die als een baard onderaan zo'n plantje hangen eerst wat moet inkorten, voor je het laat verzinken. Ik doe dat nooit, maar misschien is dat onverstandig.

Een tweede controverse ten aanzien van het uitplanten van prei betreft de vraag of je de lange dunne groene blaadjes van zo'n plantje moet inkorten. Ja, zeggen de voorstanders, want via die blaadjes verdampt veel vocht en de wortels van zo'n uitgeplant preistengeltje zijn in het begin nog niet in staat om water uit de grond op te nemen. Daardoor verdroogt het.

Dat klinkt aannemelijk, maar ik haal toch nooit wat van die blaadjes af. Om verdroging te voorkomen giet ik in het begin dagelijks wat water in de preischacht. Anders dan u misschien zou denken, vul je zo'n preischachtje niet op met grond, nee die laat je gewoon open. Prei moet de kans krijgen om uit te groeien. Dat gaat beter als de schacht waarin hij staat niet is aangestampt met klei.

Hoe dieper je het preiplantje laat verzinken, hoe langer de mooie witte steel van volgroeide prei. Denk niet dat je op de klei zo'n preistengel aan het groene blad dat boven de grond uitsteekt uit de grond kunt trekken. Dan breekt je stengel doorgaans af. Nee, heel voorzichtig steek je een riek diep de grond in naast je groente.

(Pas op dat je daarbij je prei niet raakt!) Vervolgens wrik je de klei los terwijl je de stengel er voorzichtig uit wikkelt. Heb je eenmaal een paar stengels boven de grond gehaald, dan moet je oppassen met vuile wortels. Het beste is om een stuk of drie stengels, wortels op gelijke hoogte zodat die alleen elkaar raken en niet het eetbare gedeelte erboven, naar huis te dragen.

Nu weet u voldoende om te begrijpen hoe raadselachtig die passage is bij Geert Mak. Die luidt aldus:

“Maar nu lag Peet zelf in de boerenkool dood, voorover in zijn tuin, half in de greppel en daarna luidden de klokken de voorgeschreven slagen. Folkert had hem gevonden. Hij had nog prei willen plukken, de emmer had hij naast zich. 'Maar ja, zo gaan die dingen', zei Folkert in het cafe.'

We moeten dus aannemen dat Peet, onderweg naar zijn prei, in de boerenkool de dood ontmoette. Dat kan. Boerenkool, spruitjes, andijvie, prei, dat staat nu nog bij mij op het land. Maar dat hij prei had willen plukken, en nog wel met een emmer - ik begrijp daar totaal niets van. Prei plukken? Prei kun je, zeker op de klei, alleen maar oogsten door zo omzichtig mogelijk met behulp van een riek of ander graafwerktuig de stengels uit hun schachten te halen. Een handeling die ook maar in de verste verte op plukken lijkt komt daar niet aan te pas.

En dan die emmer. Blijkbaar suggereert Folkert hier dat deze Peet zijn geplukte prei in een emmer naar huis had willen dragen. Ongeveer net zoals je, wanneer je goudreinetten zou plukken, de appels in een emmer naar huis zou vervoeren. Maar prei in een emmer? Dat is bepaald onverstandig. Dan komen die vuile wortels, terwijl je met je volle emmer naar huis loopt, onherroepelijk in contact met de schone stengels.

Zou je prei in een emmer vervoeren, dan kom je met een smeerboel thuis.

De laatste woorden van deze passage luiden: 'Maar ja, zo gaan die dingen.' Het merkwaardige is: zo gaan die dingen althans wat prei betreft, volgens mij nu juist helemaal niet. Of zouden er in Jorwerd luisterrijke preibomen groeien waar Eva's en Adams, niet meer gehinderd door God die daar immers verdwenen is, deze aantrekkelijke wintergroente zo vanaf kunnen plukken?