Meer dassen doodgereden: een goed teken

WIJSTER, 23 NOV. Om de dassen te beschermen zijn tal van succesvolle intitiatieven genomen. Maar er vallen toch nog veel slachtoffers.

Nu het snel kouder wordt, zal binnenkort het raster worden weggenomen rond de twaalf dassen die vorige maand in Wijster, Drenthe, zijn uitgezet. “Ze hebben geruime tijd kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving. De twee groepen van elk zes dieren hebben burchten kunnen graven en zich kunnen nestelen', zegt Bertil Zoer van Het Drentse Landschap op wiens terrein de dassen zitten. “Als het koud wordt, verliezen ze hun trekdrift. We verwachten dan ook dat ze in hun nieuwe burchten zullen blijven en niet wegtrekken.' De stichting Het Drentse Landschap en de Vereniging Das & Boom verzorgen samen dit nieuwe 'uitproject', het eerste in de provincie Drenthe.

Drenthe is niet rijk gezegend met dassen. Van de 2.500 exemplaren in Nederland leven er honderd in Drenthe. Dat is niet veel vergeleken met Limburg en Gelderland, met elk circa 600 dassen.

Dassen moeten het hebben van een droge plek voor hun burchten, maar ze prefereren grazig weiland voor hun voedsel: regenwormen, in het bijzonder vette. Zoer: “En dat is in Drenthe een probleem. Wij hebben wel veel mooie plekken voor hun burchten op onze zandgrond, maar de jonge weiden voorheen heidevelden, zijn nogal schraal. Daarin zitten wel regenwormen maar voornamelijk kleine soorten - niet de vette Lumbricus terrestris.' De meeste dassen leven dan ook in het zuidwesten van de provincie, op de grens van Friesland en Overijssel, in een oud weidegebied.

De laatste jaren trekt het aantal dassen aan: in 1980 leefden er in Nederland 1.200, nu zijn het er 2.500. Die groei is voornamelijk te danken aan Das & Boom. Ieder jaar vindt een kwart van de Nederlandse dassen de dood door het verkeer, de meeste door de auto en zo'n dertig op de spoorbaan.

Ook verdrinken er heel wat in kanalen met kunstmatige oevers. Die sterfte zou nog veel hoger zijn zonder dassentunnels, rasters langs wegen uittreedbare oevers in kanalen en de dassenopvang.

Jaap Dirkmaat van Das & Boom, streeft naar 5.000 dassen in Nederland. “Dit jaar halen we voor het eerst 500 gemelde dode dassen, een record. Je kunt dat een droevig record vinden, zoals dierenbeschermers doen voor wie ieder dierenleed te veel is, maar het ligt wat anders voor de natuurbeschermers. Het is een teken dat er ook meer levende dassen zijn. Het gaat mij erom dat de populatie groeit. En dat een grote populatie veel dierenleed meebrengt... tja, dat moet dan maar.' Dirkmaat constateert dat het onderhoud van de voorzieningen te wensen over laat. “Veel rasters zijn kapot, tunnels staan onder water. De voorzieningen zijn wel aangelegd maar er wordt nauwelijks meer naar gekeken.'

Das & Boom verzorgt ieder jaar zo'n dertig jongen waarvan de moeder is doodgereden. In het voorjaar wordt op ieder dood wijfje sectie gepleegd om te kijken of ze zogend was. Als dat zo is, valt aan het littekenweefsel in de baarmoeder te zien om hoeveel jongen het ging. Bijna altijd is wel bekend uit welke burcht het slachtoffer kwam. Door de honger gedreven komen de jongen dan naar buiten. Das & Boom kan ze dan makkelijk vangen. In Beek-Ubbergen worden ze grootgebracht. Eerst met speciale melk, later met een soort hondenbrokjes 'in het wild' op een heuvelachtig terrein, met veel heggen en hagen. Het zijn deze jonge dassen die worden uitgezet. Dassen leven door hun voedselvoorkeur gewoonlijk op de grens van natuur en cultuur. Met uitgestrekte natuurterreinen zijn ze meestal weinig geholpen. Ook de verschraling die terreinbeheerders nastreven om de kruidenrijkdom en het bijbehorende insectenleven te vergroten, werkt in het nadeel van de das.

Zoer van Het Drentse Landschap: “Wij kunnen het met dit dassenproject prima vinden met Das & Boom, maar in andere projecten vinden we ze soms tegenover ons. Binnen de natuurorganisaties is Das & Boom vaak een buitenbeentje.'

De nieuwe Drentse dassenburchten zijn uitgezet op een strategische plaats om een verbinding te vormen tussen de populaties in Zuidwest- en Midden-Drenthe. Zoer: “Van deze omgeving hebben we ook hoge verwachtingen, omdat het gebied, grenzend aan een stroomdal van een riviertje, bestemd is als corridor in de Ecologische Hoofdstructuur.' Het is de bedoeling dat Drenthe vanuit het zuidwesten door zwervende dassen zal worden bevolkt. Bewegingen tussen west en oost zijn overigens uitgesloten door de Drentse Hoofdvaart. Zoer: “Die bestaat hoofdzakelijk uit rechte damwanden waar dassen onmogelijk tegenop kunnen klimmen. Ze springen in het water en zwemmen naar de overkant, maar dan blijkt dat ze er niet meer uit kunnen. We hebben veel van zulke kanalen. Hier in Drenthe is een kwart van de dode dassen in een kanaal verdronken.' Dassen zijn uitstekende zwemmers, maar in tegenstelling tot reeen, die ook vaak in kanalen verdrinken, zijn ze niet geholpen met om de zoveel meter een uittreeplaats. Door hun bijziendheid zien ze die niet. De oever moet echt glooiend zijn.

De uitgezette dassen bij Wijster wonen weliswaar op een terrein van Het Drentse Landschap, maar hun voedsel halen ze van omliggende weilanden. Zoer: “Voordat we aan het project begonnen hebben we eerst voorlichtingsbijeenkomsten gehouden, voornamelijk om te peilen hoe de boeren er tegenover stonden. Als we op onwilligheid of tegenstand zouden stuiten, hadden we het project afgeblazen. Maar geheel tegen onze verwachting in was de bevolking enthousiast. We hebben gewezen op de schade, de kuilen die dassen graven, maar dat werd weggewuifd. Ze waren echt welkom.'