Leven en creperen in haveloos kot

Voorstelling: Nachtasiel, van Maxim Gorki, door het RO Theater. Vertaling: Tom Kleijn; bewerking en regie: Alize Zandwijk. Gezien: 21/11 RO theater Rotterdam. T/m 18/12 aldaar. Res. (010) 404 7070.

'Hoe imposant dat klinkt: de mens! Je moet de mens hoogachten! Geen medelijden mee hebben! Niet door medelijden vernederen... hoogachten moet je hem!' De man die dit zegt dwingt niet vanzelf respect af. Satin is een vagebond en valsspeler, een moordenaar bovendien. Haveloos en laveloos houdt hij zijn rede, met moeite z'n evenwicht bewarend op de stoel die hij beklommen heeft. Had zo'n sujet op een stoel in een stationswachtkamer staan lallen, dan hadden we waarschijnlijk geergerd het hoofd afgewend. Maar in het theater gelden andere wetten - die in hoge mate worden bepaald door de wil van de regisseur.

En regisseur Alize Zandwijk wil wat Satin wil. Hoogachting, geen medelijden vraagt zij voor haar personages, terwijl het opwekken van medelijden zoveel eenvoudiger is. Je hoeft maar een paar hulpeloze figuren op de buhne te zetten en het publiek krijgt al de onweerstaanbare neiging zich over die stumpers te ontfermen. Alsof wij weten hoe je leven moet.

Ze leven provisorisch, de personages van Zandwijk, maar wie doet dat niet? Ze hopen op een betere toekomst, wie niet? Hun heden valt, zoals bij wel meer mensen, tegen. Een kot is het enige onderdak dat zij hebben. Donkerblauwe morsige muren, een vieze vloer, een paar banken en versleten matrassen. Neonlicht en geen raam om de zon door naar binnen te laten. Maxim Gorki's Nachtasiel in de vormgeving van Thomas Rupert heeft de troosteloosheid van een grootsteedse gedoogruimte voor crepeergevallen. Letterlijk is er iemand aan het creperen: een vrouw op een van de banken rochelt en ze laat haar kin op haar platte borstpartij vallen. Als haar kotgenoten het lijk eindelijk opmerken spuiten zij snel de bank schoon waarop Anna stierf. En dan gaat de schoonmaak over in een wild waterballet.

Van water maakt Zandwijk dankbaar gebruik, net als van het oerelement vuur. Zwaar-theatrale middelen zijn dat, en theatraal is ook de casting, met aan de ene kant van het spectrum de reus Jack Wouterse en aan de andere kant de schriele Marc de Corte. Alle spelers buiten hun fysieke eigenaardigheden flink uit: zo plakt de reus het schriele ventje zomaar tegen de muur. Alle spelers staan bloot aan lichamelijke gevaren. Een bak kokend water die over een van de actrices wordt leeggeschud laat lelijke brandwonden achter - althans, wij geloven dat, want Zandwijk bootst zulke details zo realistisch mogelijk na.

Rochelen zweten, boeren, schreeuwen en vechten: voor vettig spel schrikt deze regisseur niet terug. En toch maakt de voorstelling een terloopse indruk. In onopvallende dialogen voert men debatten over de moeilijkste onderwerpen. Over het nut van werken en de waarde van zieken en kneusjes bijvoorbeeld, of over de zin van het leven in het algemeen en de onzin van geloof, hoop en vrome leugens. Die debatten kennen geen winnaars. Luka (Guus Dam), de grote trooster en sprookjesverteller, wordt even serieus genomen als de cynische bontwerker Bubnov (Wouterse), de wanhopige weduwnaar Klesjts (Ludo Hoogmartens) of de dementerende gewezen Toneelspeler - een prachtrol van Stefan de Walle.

Erwin Piscator en Giorgio Strehler maakten zich in Nachtasiel nog druk om de valsheid van de christelijk-kapitalistische moraal zoals volgens hen vertegenwoordigd door Luka: door de valsheid te ontmaskeren riepen zij op tot verzet. Bij Alize Zandwijk en het RO Theater is die politieke lading verdwenen. De klassenstrijd speelt geen rol meer want de uitbater van het asiel (De Corte) en zijn hebzuchtige vrouw (Jacqueline Blom heerlijk verlopen) zijn in hetzelfde lekke schuitje gezet als hun luizige gasten. Ze worden allemaal met liefde geportretteerd. Vergeleken met Zandwijks Hugo Claus-bewerkingen Kot en Vrijdag is de schildering van het sociale milieu gereduceerd tot een pittoreske bijzaak.

Kot en Vrijdag vervaardigde Zandwijk bij Stella in Den Haag. Nu Guy Cassiers Alize Z. heeft weten te strikken als vaste gastregisseur bij het RO Theater heeft dat gezelschap twee totaal verschillende temperamenten in huis. Hier de introverte, van moderne theatertechnologieen bezeten Cassiers, daar de extraverte, met ouderwetse middelen werkende Zandwijk. Beiden behandelen hun personages met respect. Maar Zandwijk geeft de acteurs weer de prominente plaats die hun toekomt.