Leider oppositie in Teheran vermoord

TEHERAN, 23 NOV. Een leider van de Iraanse nationalistische oppositie Dariush Forouhar, en zijn vrouw zijn gisteren dood aangetroffen in hun woning in de Iraanse hoofdstad Teheran. De twee waren doodgestoken, aldus het officiele Iraanse persbureau IRNA. De politie is volgens IRNA een groot onderzoek naar de moorden begonnen. In elk geval kenden de moordenaars hun slachtoffers, aldus IRNA, “want de politiemannen vonden op de plaats van het misdrijf bloemen en een doos met taartjes'.

De jurist Forouhar (70), minister van Arbeid in de regering van Mehdi Bazargan, het eerste kabinet na de Islamitische Revolutie, had talrijke jaren in de gevangenis doorgebracht tijdens het bewind van de sjah. Hij speelde een belangrijke rol bij het mobiliseren van intellectuele en nationalistische kringen tegen de sjah en voor de Islamitische Revolutie van wijlen imam Khomeiny.

In 1978 ging hij in opdracht van de nationalistische beweging naar Frankrijk om met de daar in ballingschap levende Khomeiny contact op te nemen.

Na de Islamitische Revolutie richtte hij de Partij van het Iraanse Volk op, een illegale maar door de autoriteiten gedoogde partij die zeer kritisch ten opzichte van het islamitische regime staat. Zowel hij als zijn vrouw Farzaneh nam vaak deel aan Perzisch-talige programma's van Westerse radiostations, waarin ze scherpe kritiek leverden op de machthebbers in Teheran, en met name op het Iraanse mensenrechtenbeleid.

Rechtse activisten hebben bijeenkomsten van Forouhars partij enkele malen verstoord. Moorden op oppositiepolitici binnen Iran zijn de laatste paar jaar zeldzaam geworden, hoewel buitenslands diverse malen Iraanse politieke ballingen en andere opposanten zijn vermoord.

Activisten hebben zaterdag in Teheran een bus met Amerikaanse bezoekers met ijzeren staven aangevallen, nadat rechtse kranten de Amerikanen als spionnen hadden gebrandmerkt.

Minister van Buitenlandse Zaken Kamal Kharrazi verzekerde later dat het niet om een politieke reis ging, maar om een toeristisch “en misschien economisch' bezoek. (Reuters, AFP)