Jurgen Gosch amputeert acteurs

Voorstelling: Bakchanten van Euripides door Toneelgroep Amsterdam. Vertaling: Gerard Koolschijn. Decor: Johannes Schutz. Regie: Jurgen Gosch. Spelers: Joop Admiraal, Pierre Bokma, Hans Kesting e.a. Gezien 21/11 Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam, Amsterdam. Te zien t/m 26/12 aldaar. Tournee t/m 1/5. Inl.: (020) 523 78 00.

Een mens is niet voor niets toegerust met mimiek. Mond, ogen, bewegingen van het gezicht, wenkbrauwen vormen een geheim verbond. Luisteren naar iemand is ook altijd kijken naar iemands gezicht. De Duitse regisseur Jurgen Gosch verbergt in zijn regie van Euripides' klassieke tragedie Bakchanten het gelaat van de spelers achter reusachtige maskers, bijna driemaal groter dan hun hoofd zelf. Hiermee amputeert hij de acteurs. Hun zeggingskracht is teruggebracht tot handgebaren of het trappelen met de voeten.

Natuurlijk, in de Griekse tijd gingen de acteurs ook schuil achter maskers. Ze waren in feite niemand. Gosch is een regisseur die geen enkele knieval voor de toeschouwers maakt, zoals in 1987 bleek uit zijn Wagner-enscenering bij de Nederlandse Opera. Hij is strak en rigide. Het Transformatorhuis van Toneelgroep Amsterdam is veranderd in een kale witte ruimte. Het koor van vrouwen opent de voorstelling met ranselende oorverdovende slagen van houten stokken tegen de muur. De betekenis is duidelijk, hoewel overdadig: hier gaat iets verschrikkelijks gebeuren.

Het aantal handelende acteurs is teruggebracht tot drie: Joop Admiraal, Pierre Bokma en Hans Kesting in dubbelrollen. In Bakchanten wordt koning Pentheus wreed verscheurd door de razende, in de roes van drank en begeerte verkerende vrouwen omdat hij hen tijdens hun rituele orgie wilde gadeslaan. De gruwelijkste moordenares blijkt zijn moeder te zijn. De god van wijn en extase, Dionysos, verleidde Pentheus tot dit voyeurisme.

Die maskers met hun wezenloze, lege uitdrukking bleven lang tussen mij en de voorstelling staan. De acteurs worden er karikaturen door, kleine stripverhaalmannetjes met reusachtige hoofden. Vooral tijdens de monologen vlakten de stemmen af.

De omslag in dit schouwspel voor sprekende poppen kwam tijdens de prachtige verleidingsscene, waarin Pierre Bokma in de rol van Dionysos met listig spel Hans Kesting als Pentheus eerst transformeert tot vrouw en hem vervolgens naar de berg stuurt waar de bakchanten hun orgie houden. Ineens kwam de tragedie tot rust, ontstond er spanning, kregen de maskers expressie en emotie, leken de starre ogen van Dionysos op te lichten. Het staketsel van een houten huisje dat op het decor staat, als symbool voor de stad Thebe, vatte vlam.

Een betekenisvol beeld voor de fatale begeerte tot kijken van Pentheus.

Gosch' dramaturgie volgt vreemde wegen. Hans Kesting speelt niet alleen de gedode Pentheus, na Pentheus' dood komt hij, geheel ontkleed en trillend van razernij, als zijn moeder Agaue op. Hij draagt een vrouwenmasker. Een naakte man die zowel de vrouw als haar door eigen hand gefolterde zoon vertolkt. Het is ongeloofwaardig. Bovendien, een naakte dansende man op het toneel heeft een in het oog springend aanhangsel dat als afleidingsmanoeuvre werkt. Het klopt ook niet met de tekst. De bakchanten zijn niet bloot, ze zijn gehuld in hertenvellen. Het geeft geen pas hun feest zo als een plattitude weer te geven.

Het extremisme van Gosch en zijn ontwerper Johannes Schutz keert zich hier tegen sereniteit en ontroering; het lijkt of de tekst er niet toe doet, dat vormgeving en het spel met de maskers de opperste eis is. Aandacht voor dictie en de woorden zelf is sowieso niet de sterkste kant van de voorstelling. Dat is jammer. Bakchanten is Euripides' meest poetische tekst.

De voorstelling blijft ver van de toeschouwers weg. Geleidelijk aan begon ik de maskers intrigerend te vinden in hun raadselachtige vermenging van surrealisme en mythologie, als op de schilderijen van De Chirico. Toch lijkt het dat Jurgen Gosch vergeet dat toneel ook spel is, dialoogkunst, dat het gaat over mensen die iets met elkaar hebben. Soms lukte het de drie acteurs ontroering in hun spel te brengen. Zoals bijvoorbeeld Joop Admiraal die aan het slot zijn kleine bebloede handen - het bloed van Pentheus - op zijn grote masker legde dat was een mooi gebaar van machteloosheid om zoveel vergeefs geweld uit te drukken.