Grappen smeren

Een Deen vertelde mij eens dat de sprookjes van Hans Christian Andersen ook wel geestig zijn. Zijn volk schijnt bij sommige zinssneden onder de tafel te liggen van het lachen. Ik ben het toen zelf eens gaan proberen en er kwam niets.

Dit herinnerde ik mij bij het kijken naar het satirische programma Jiskefet, gisteren. Ze hebben daar lol op het scherm. Om de twee zinnen hoor ik het publiek schateren.

“Ik wist niet dat steak tartaar rauw vlees was'

“Hahahahahahaha'

“Mijn moeder is dood die heette ook Marloes. Mijn twee zussen heten ook Marloes'

“Hahahahaha'

“Ze hadden van die naambordjes op'

“Hahahaha'

“Ze kunnen niet... (onverstaanbaar)'

“Hahahahaahahahahahahahahieieiehieieieie'

“Moelijk he, denken?'

“Hahahahahahahahahahahahahieieieie'

Zo klatert het door, iedereen lachen. Behalve ik. Mijn somberheid wordt met elke grap groter. Waarschijnlijk wordt het programma opgenomen in Denemarken.

Die reclamemannen zijn goed voor een uitzending, niet voor een hele serie. Het idee is gauw dood. Ze zijn onveranderlijke typetjes en die hebben geen levensduur. Toch duurt het maar en duurt het maar.

De eerste keer vond ik de begroeting van de secretaresse: “He, 'k ben effe je naam kwijt, hoe is ut?' fantastisch. De tweede keer denk je: 'nou vooruit' en de derde keer hangt het de keel uit. Er wordt nauwelijks gebruik gemaakt van de veelzijdigheid van televisie. Steeds datzelfde rozige kantoor in beeld. Ik ben niet benieuwd meer naar de belevenissen van de reclamemannen van bureau Multilul. Het is tijd voor iets anders. Dat woord, 'Multilul' is ook een serieproduct. Bij de corpsballen van vroeger, de lullo's, was het woord op zijn plaats, maar in de reclamewereld niet.

Vergelijk dat met de Britse Big Train vanavond 11 uur op BBC1. In een zo'n programma passen wel tien Jiskefets. Het bruist van de ideeen en de sketches. De reclamemannen zouden in vijf minuten zijn afgedaan.

Vorige week het beelddagboek van een bank-employe met een buikje, in de ik-vorm ingesproken door een jongetje van acht. We zagen hem naakt opstaan, zich aankleden, naar zijn werk gaan leningen weigeren, borrelen met zijn vrienden en alsmaar vertelde dat enthousiaste jongetje over zijn mooie bestaan. Hilarisch. Of de kudde jockeys, in rijbroek met petje op, in de wei achtervolgd door een artist formerly known as Prince.

In Nederland worden degelijke vondsten over tien afleveringen uitgesmeerd in een oneigenlijke situation comedy. Zijn Britten grappiger? Waarschijnlijk wel, maar het ligt ook aan de versplintering van talent. Om de mensen elke week te laten lachen is mankracht nodig. Nederlandse humoristen hebben liever hun eigen middelmatige programmaatje dan dat ideeen worden gebundeld.

Zet Wim de Bie erbij. Gisteren onderbrak hij zijn VPRO-Nachtgedachten voor het eerst met een leuke televisiesketch. Hij ging als waakzame burger op pad. Bij het tonen van zijn zwemkaart met foto sprak hij fietsers aan op overtredingen. Helemaal zoals Bram Peper het wil. Als wapen had hij een busje Pepperspray. Briljant voor een satirisch totaalprogramma.

Ook het duo Bob en George van Kamagurka en Herr Seele (niet Deens maar Vlaams) is na twee afleveringen uitgepraat. De teksten uit de absurde, veelzijdige cartoons van Kamagurka zijn als het ware in een dialoog tussen twee starre heren gezet. Die heren zweven nog losser van de werkelijkheid dan de reclamemannen van Jiskefet. De eerste keer vond ik dat juist leuk. Maar de tweede keer denk je 'alweer die mannen', terwijl de Kamagurka-tekeningen veranderen. Eugene Ionesco heeft van zijn Kale Zangeres toch ook geen vervolgserie gemaakt?