Elk jaar weer een zachte tik op het achterwerk

AMSTERDAM, 23 NOV. Het paardenconcours Jumping Amsterdam werd gisteren afgesloten. Piet Oudt (78) maakte alle 41 edities van het toernooi mee. “Anky heeft zo'n leuk bekkie.'

Vlak voordat Emile Hendrix uit het Limburgse Baarlo met zijn paard Finesse de piste betreedt, moet hij even halt maken om een andere ruiter te laten passeren. Op dat moment ziet Piet Oudt zijn kans schoon: met een zachte tik op het achterwerk van de viervoeter en een bemoedigende knik naar Hendrix wenst hij beiden succes.

Tijdens Jumping Amsterdam is de 78-jarige Oudt in zijn element. Het liefst wenst hij alle paarden en ruiters persoonlijk succes, maar dat kan nu eenmaal niet meer vanwege zijn leeftijd. Maar overal waar hij verschijnt, of het nu de sponsorruimte de ereloge of publieke tribune betreft, wordt Oudt met respect bejegend. De organisatie van Jumping Amsterdam noemt hem de grand old man, anderen houden het op 'Ome Piet'.

Zelf maakt het Oudt allemaal niet zo veel uit hoe ze hem noemen: “Als ze me maar kennen, dan is er niets aan de hand.' Oudt is als enige aanwezige betrokken geweest bij alle 41 edities van Jumping Amsterdam. Hij stond aan de wieg van het grote paardensportevenement, dat anno 1998 verspreid over vier dagen zo'n 60.000 bezoekers naar de Amsterdamse RAI lokt.

In het verleden was de opzet van Jumping Amsterdam minder massaal. Oudt: “We begonnen in 1957 in de oude RAI, die bevond zich in de Ferdinand Bolstraat in Amsterdam. We hadden maar een kleine zaal, en er deden alleen maar Nederlandse deelnemers mee. De bodem was in die jaren van een zeer slechte kwaliteit.'

In het tweede jaar dat Jumping Amsterdam werd georganiseerd, dreigde een vroeg einde van het toernooi. “Op de bodem kon geen paard meer staan de dieren zakten met hun poten weg in de grond', vertelt Oudt. De slechte gesteldheid van de bodemn werd op de gala-avond voor de grote finale opgemerkt.

Er restte de organisatie weinig anders dan direct aan de herstelwerkzaamheden te beginnen. Oudt: “Gekleed in smoking ging het hele organisatiecomite aan de slag. We strooiden gips op de bodem en harkten dat spul in de grond, zodat de vloer steviger zou worden. Dat duurde de hele nacht. Tijdens de prijsuiteiking de volgende dag stond de hele jury te knikkebollen.'

Het was niet het enige curieuze voorval dat Oudt in al die jaren meemaakte. Daar waar een toernooi wordt georganiseerd wil nog weleens wat fout gaan. “Op een goede dag hoorden we dat Prinses Margriet zou rijden op ons toernooi. Het hele bestuur, keurig in het pak zou haar voor de RAI opwachten. Een compleet orkest stond paraat om haar komst muzikaal op te luisteren. Ik baalde, want ik moest in het secretariaat blijven om de deelnemers hun startnummer te geven.' Op een gegeven moment klopte er een dame op de deur. “Prinses Margriet. Of ze haar nummer kon krijgen.' Nietsvermoedend ging de prinses inrijden terwijl het hele bestuur al twee uur in de kou had gestaan. “Blauwbekkend kwamen ze binnen: 'Waar is de prinses, waar is de prinses?' uitroepend. Geweldig.'Oudt, drukker van beroep, bekleedde tal van functies in de paardensportwereld. Voor Jumping Amsterdam gebruikte hij zijn eigen drukkerij. “Commercieel denken he. Ik verzorgde 32 jaar lang al het papierwerk: circulaires, aankondigingen en startlijsten. Heeft me geen windeieren gelegd.'

Oudt, wiens colbert vergeven is van de opgespelde onderscheidingen, heeft Jumping Amsterdam in de loop der jaren zien veranderen. “Vroeger kwam er slechts elitair publiek kijken. Het was als met voetbal in die tijd: dat was ook een sport van doktoren en ingenieurs.

Tegenwoordig komen alle rangen en standen naar Jumping Amsterdam. Hinderlijk? Ach, het publiek van nu is wat rumoeriger.'

Positief is de wijze waarop er nu bestuursbeslissingen worden genomen verzekert Oudt. “In de jaren vijftig, zestig en zeventig bepaalden dokter Tetser en Ben Arts, oprichters van het eerste uur, alles. Zij duldden geen inspraak.' Nu bestaat het bestuur uit vijf leden, elk met een afgebakend terrein. Oudt: “Dan is er ook nooit gesodemieter. Iedereen heeft zijn werkgebied waar hij voor aansprakelijk is. In de tijd van Arts en Tetser werden gemaakte fouten weleens doodgezwegen, dat kan nu niet meer. Nu is er openheid.'

Dit jaar werd Jumping Amsterdam even in zijn voortbestaan bedreigd. De internationale paardensportbond FEI wilde het evenement van zijn A-status beroven, maar voorzitter De Ruiter van Jumping Amsterdam stak daar eigenhandig een stokje voor. Piet Oudt haalde opgelucht adem. “Je moet er toch niet aan denken dat dit toernooi ophoudt te bestaan', zegt hij met trillende stem. “Dan krijgen ze met mij te maken', aldus een strijdbare Oudt. Maar zover komt het dus niet. Oudt kan blijven genieten van de ruiters en zijn paarden. Wie is eigenlijk zijn favoriet? “Anky van Grunsven. Geen twijfel mogelijk.' Want: “Ze heeft zo'n leuk bekkie. En daar houden we van in Amsterdam.' Paardenliefhebber Oudt voor 41ste keer bij Jumping