Dans als bombardement voor de ogen en de oren

Voorstelling: Scapino Ballet: The Schliemann Pieces. Choreografie: Ed Wubbe. Muziek: Harry de Wit. Teksten: Heinrich Schliemann/Homerus. Gezien: 19/11, Schouwburg Rotterdam. Tournee t/m 7/3/99. Inl. (010) 4142414

Globetrotter, talenwonder, zakenman, liegbeest en amateur-archeoloog: Duitser Heinrich Schliemann (1822-1891) verenigde het in een persoon. Hij leed ooit schipbreuk bij Texel, werd rijk in Rusland, borrelde gezellig met de Amerikaanse president in het Witte Huis, stierf in Napels en ligt begraven in Athene. Beroemd werd Schliemann door zijn (deels illegale) opgravingen in 1870 toen hij aan de hand van Homerus' verzen uit de Ilias de stad Troje blootlegde.

Hij sprokkelde her en der opgegraven schatten bij elkaar en presenteerde die als 'de schat van Priamus'. Wetenschappers hadden moeite met de charlatan die opgravingstechniek en waarheid niet al te serieus nam. Kunstenaars konden wat dat betreft beter uit de voeten met de romantiek van de geobsedeerde romanticus.

Choreograaf Ed Wubbe is een van hen. In zijn nieuwe choreografie The Schliemann Pieces laat hij de archeoloog voorlezen uit zijn dagboeken waaruit onder meer blijkt dat Schliemann dankzij zijn voorraad kinine en arsenicum, de hele Trojaans-Turkse gemeenschap aan kamelen, ezels en mensen genas van hun wonden. Danser Georg Reischl, die Schliemann vertolkt, komt sporadisch achter zijn schrijf- en spreektafel vandaan om een duet te dansen met echtgenote Sophie Schliemann die opgaat in haar graafwerk met de archeologische meetlat. Ze mengt zich onder de arbeiders die liggend en schuivend de 'werkvloer' inspecteren of als derwisjen rondzwieren.

Bij Wubbe is het een drukte van belang en dat geldt ook voor de muziek van de autodidactische performer Harry de Wit. Beiden wilden blijkbaar spektakel, beiden wilden groots en meeslepende actie. De losse 'pieces' van Wubbes choreografie zijn echter vrijwel inwisselbaar en het idioom is niet veel anders dan we van hem gewend zijn: veel gestrekte armen, veel draaien en steeds verspringend ensemblewerk. Ambachtelijk om maar een dodelijk woord te gebruiken.

Probeert Wubbe het oog te overdonderen, De Wit pleegt een aanslag op je oren. Keihard versterkt komen de bouzouki, samplers, basklarinet, slagwerk, harmonium en de geprepareerde piano de zaal in. Alsof het een hardrock concert betreft. En als het dan eens rustig is, dreunen de liggende tonen van de semi-New Age je tegemoet.

Slechts na de pauze is iets van de 'ouderwetse' theatrale inventiviteit van De Wit te bespeuren. Net als Wubbe heeft hij zich schuldig gemaakt aan het grote volplempen van de voorstelling. Ondanks alle theatrale middelen als vallende decordoeken en dagboekteksten door een megafoon, komt de ziel van Schliemann niet tot leven. 'The Schliemann Pieces' is een bombardement voor de zintuigen. Wubbe en De Wit zijn echter vergeten dat een belangrijke wet van de kunst luidt: 'less is more'.

    • Ingrid van Frankenhuyzen