Dag

Onno Ruding kijkt licht bevreemd de zaal in. Hoeveel mensen zijn er eigenlijk voor hem op deze koude zondagmiddag naar De Rode Hoed in Amsterdam gekomen? Vijfentwintig, hooguit. Tjonge, hij heeft betere tijden gekend als bekende Nederlander. En dan te bedenken dat hij ook nog komt preken en discussieren voor eigen parochie: die van de (christelijke) werkgevers.

Discussiestof te over. De kerken, de paus incluis, uiten zich steeds kritischer over economie en kapitalisme. Hoe ervaren met name christelijke werkgevers deze geluiden?

Ruding, oud-CDA-minister van Financien en nu vice-president van het bankbedrijf Citicorp in New York, luistert geduldig naar een nogal abstracte uiteenzetting van de katholieke sociale leer door mevrouw dr. Berma Klein Goldewijk. Zij houdt halverwege trots een boek omhoog, dat zij geschreven heeft met ex-PPR-voorman Bas de Gaay Fortman - wat vermoedelijk in de ogen van Ruding geen echte aanbeveling is.

Klein Goldewijk schetst zoveel ingewikkelde ethische dilemma's voor de christelijke werkgever, dat deze na zijn pijnlijke keuzes weinig tijd meer zal overhouden voor het opmaken van zijn boekhouding en het bijtijds afleveren van de kerstpakketten. En de kerken? “Die zijn bij de uitvoering van hun sociale denken verlamd', zegt zij.

Ruding bewaart het smalende lachje waarop hij vroeger als politicus het patent had, tot de laatste minuut van de discussie. Die verlamming van de kerken lijkt hem daar in New York niet uit zijn slaap te houden. “Het komt erop neer dat de paus het kapitalistische systeem van nu aanvaardt en er randvoorwaarden aan stelt.' In die 'pragmatische benadering' kan hij zich wel vinden.

Dan bestijgt hij ongevraagd, maar kwiek zijn stokpaardjes. Dat wij in West-Europa niet moeten denken dat ons Rijnlandmodel beter is dan het Amerikaanse model, want wij kampen met een veel hogere werkloosheid 'en dat is niet aanvaardbaar'. Dat hij zich ernstig zorgen maakt over de nieuwe Duitse regering. Dat hij meer sympathie voor de 24-uurseconomie heeft dan kardinaal Simonis. “Als ik hoor dat men dan te weinig rust krijgt, breekt mijn klomp. In een land waar zo kort gewerkt wordt?'

Gesticht keren wij huiswaarts naar tante Truus.