Betweters onder elkaar

Mijn goede vriend M. houdt van klassieke muziek. Zijn collectie bestaat uit ongeveer 400 cd's: alleen de B van 'Bach' telt al meer titels dan mijn hele collectie. M. heeft een encyclopedisch geheugen: in de auto zingt hij de hele Matthaus-Passion van voor tot achter; de evangelist, de koralen, de aria's, de hele rimram. Tijdens zijn studietijd schijnt hij eens met zijn docent in de kroeg een wedstrijdje gehouden te hebben wie de meeste Bachcantates kon opnoemen. “Es reifet euch ein schrecklich Ende', (BWV 90) riep M. terwijl de docent zwabberend op zijn fiets in de nacht verdween. M. is wat je noemt een kenner.

De panelleden van het NPS-radioprogramma Diskotabel zijn ook kenners. De formule is al jarenlang hetzelfde. Wie is deze componist? Welke uitvoering is beter, opname A of opname B? Wat vinden we van het koperwerk? De luisteraars van Diskotabel kunnen iedere zondagmiddag van half vijf tot zes hun kennis testen.

Gisteren waren de kenners in het panel Bas van Putten (muziekrecensent van Vrij Nederland), Mathieu Heinrichs (adjunct-directeur van muziekcentrum Vredenburg) en Caren van Oijen (zangeres, nog nooit iets van gehoord). De kenner in de huiskamer is M. Ik luister mee.

“In welke muzikale omgeving moeten we de volgende componist thuisbrengen?' vraagt presentator Vincent van Engelen. Vervolgens zijn een krassende viool en heftig pianogerammel te horen. Op de achtergrond klinkt een cello. “Bartok?' suggereert M., die meteen het XYZ der Muziek uit de kast trekt. “Dat thema lijkt wel een mars van Sousa', zeg ik, “zou het iets Amerikaans zijn?' “Charles Ives?' vraagt M. zich af. Daar heb ik geloof ik nog net van gehoord.

Het is Ives. Omdat het pianotrio een jeugdwerk betreft hebben de panelleden het niet herkend. Mooie muziek is het niet, daar is iedereen het wel over eens. Heinrichs: “Monica Lewinsky Impeachment-sonate zou een betere naam geweest zijn.' Maar wat vindt het panel van de uitvoering? Van Putten heeft er niet op gelet: “Eerlijk gezegd heb ik niet eens gehoord dat het een trio was.' Een-nul voor de huiskamer, concluderen wij tevreden.

Hierna volgt de vergelijking. Twee opnamen dit keer. Tsjaikovsky, vierde symfonie. “Poeh, dat is langzaam', zegt M. als het koper het eerste deel inzet. Opname B. begint nog langzamer en is zwaarder aangezet plechtiger.

“Volgens mij ging het daar even fout' fronst M. bij een ongelijke inzet.

“Fantastische muziek', zegt Heinrichs. “Voor Tsjaikovsky mag iedereen me midden in de nacht wakker maken. Behalve Bart de Graaff dan.' Wel jammer van die lelijke inzet van de blazers natuurlijk. Van Putten vindt beide opnamen niks.

De huiskamer vermoedt ondertussen dat het bij opname B om een Russisch orkest gaat. Mooie strijkers, maar slechte blazers. “Welke dirigent, denk je', vraag ik. “Svetlanov zou kunnen', zegt M.

Het is Svetlanov, met het Nationaal orkest van de Russische Federatie. M. en ik leunen tevreden achterover. Opname A is ook Russisch: pianist en gelegenheidsdirigent Pletnev dirigeert het Russisch Nationaal Orkest. Het panel heeft het niet geraden, maar het oordeel over de uitvoeringen is niet mals. Van Putten: “Twee lijken, waarvan het ene nog halfwarm is.' Heinrichs vond het ook allemaal maar matig. “Pletnev is een geweldige pianist', zegt hij: “maar het is een dirigent van niks, dat blijkt wel.' M. haalt zijn schouders op: “In het muziekblad Luister krijgt Pletnev altijd zesjes voor zijn piano-uitvoeringen. Voor zijn dirigeren haalt hij allemaal negens en tienen.'

“Pletnjov', probeer ik nog. In het Russisch is het Pletnjov.'