Anna Tilroe organiseert bonte avond over het hart; Het hart is niets anders dan een pomp

AMSTERDAM, 23 NOV. Wetenschappers en kunstenaars bogen zich in De Balie in Amsterdam in het afgelopen weekeinde over het hart, op uitnodiging van kunstcritica Anna Tilroe. Donald Jones bracht een swingende versie van 'Berend Botje'.

Dwarsfluitspeler Robby Lee is door middel van elektroden op zijn hoofd aangesloten op een computer, die zijn alfa- en beta-hersengolven vertaalt in een repetitief pianomelodietje. Na enkele minuten fluitimprovisatie ondergaat het riedeltje een subtiele verandering. De machinale opeenvolging van noten wordt systematischer en lijkt beter aan te sluiten op het organische geluid van Lee's instrument. Zo ontstaat een coherent - zij het ietwat steriel - duet tussen Lee en zijn eigen hersenen, tussen het lichaam en de geest, tussen hart en ziel.

Lee's muzikale intermezzo was het enige moment tijdens Het Weekend van het Heilig Hart waarop wetenschap en kunst elkaar de hand reikten. De rest van het twee dagen en een nacht durende themaprogramma, afgelopen weekend in de Amsterdamse Balie georganiseerd door kunstcritica Anna Tilroe, werd getekend door een kloof tussen het strenge empirisme van de wetenschap en de associatieve symboliek van de kunst.

De lezingen van de professoren hadden nog het meeste weg van inleidende colleges voor geinteresseerde leken. Compleet met aanwijsstokken, onscherpe dia's en defecte overheadprojectoren deden de geleerden al hangend over het katheder, handenwringend en ijsberend hun verhaal over de technische karakteristieken van de tot thema van het weekend uitverkoren spiermassa. Het hart werd op zijn plaats gezet als 'niets anders dan een pomp' en een 'orgaan dat net als alle andere organen wordt aangestuurd door de hersenen'. Psycholoog Godaert verzuchtte zelfs: “Waarom niet een weekend van de hersenen georganiseerd? Die zijn veel interessanter.'

De vraag naar de connectie tussen hart en ziel werd onder de aandacht gebracht door de Amerikaanse oud-danseres Claire Sylvia, die beweert sinds haar harttransplantatie tien jaar geleden een identiteitsverandering te hebben ondergaan.

Sylvia vertelde hoe zij na haar operatie een smaak ontwikkelde voor bier en opgewonden raakte van motorrijden. Het is haar stellige overtuiging dat zij met het hart van haar donor ook een deel van zijn karakter heeft overgenomen. Dat ervaringsdeskundige Sylvia eigenlijk een medische casus is waarover men kan discussieren, maar die men niet direkt kan betrekken bij die discussie, bleek tijdens het interview door theatermaker Jan Ritsema. Nu was Ritsema slecht voorbereid en zijn presentatie warrig en zonder pointe, maar ook tijdens een tweede interview met psycholoog Leo Cohen bleef Sylvia's optreden beperkt tot het uiten van haar emotionele belevingswereld. “Ik wil alleen mijn verhaal vertellen', zei ze.

Wat dat betreft pastte Sylvia beter in het avondprogramma zaterdag, waarin een twintig dichters, journalisten, musici en entertainers tijdens korte optredens hun hart uitstortten. Zo mocht Volkskrant-redacteur Jan Tromp vertellen over zijn recente bypass-operatie, bezong een soundmix show-Dolly Parton haar hartzeer en zetten de gebroeders Meerman een met wijn overgoten gerecht van hart en nieren op tafel. Naast de oerschreeuw-performance van Moniek Toebosch die cumuleerde in de weinig schokkende associatie 'heart-art', was Donald Jones' swingende maar weinig ter zake doende versie van 'Berend Botje' nog een verademing. De opdringerige beelden en geluiden, die vj Gerard van der Kaap te pas en vooral te onpas aan de optredens meende te moeten toevoegen, versterkten de rommeligheid van de avond, die zelden het niveau van een bonte avond van en voor intimi oversteeg.

Aan het slot van het weekend bleef het gissen naar wat organisatrice Anna Tilroe nu precies voor ogen stond.

De wetenschappelijke lezingen kwamen nooit boven het niveau uit van een middelbare school biologieles. Tijdens de plenaire discussie bleven de wetenschappers vasthouden aan hun specialistische dogma's en was van een pittige uitwisseling van ideeen en speculaties geen sprake. Het artistieke gedeelte blonk uit in amateurisme en de genante etalering van pretenties. De enkeling die wel een serieuze benadering van het thema nastreefde, werd bedolven onder een deken van chaos en rumoer. Wat op papier een leuk idee leek, ging in de uitvoering ten onder aan slordige organisatie, een epidemie van technische mankementen en een hoge mate van Grachtengordel-zelfgenoegzaamheid.