Zalm en Lafontaine

Er komt - denk ik - een tweede ronde met heel slecht nieuws uit Azie en Latijns Amerika. Hoe kan Europa zich het best op zo'n economische storm voorbereiden? Daarover hebben de elf min of meer linkse lidstaten van de EU voor morgen een diner belegd voor hun ministers van Financien. Zodra Zalm en zijn tien collega-ministers gaan werken aan de tekst van het communique, is het eerste moeilijke punt de positie van de Europese Centrale Bank (ECB).

De nieuwe Duitse minister Lafontaine wil een duidelijke uitspraak dat de ECB in Frankfurt vanaf 1 januari niet alleen werkt aan een lage inflatie in euroland, maar evenzeer aan het bevorderen van de economische groei en de werkgelegenheid. Is er dan een conflict tussen die twee doelen? Soms helaas wel, omdat een centrale bank die de bankbiljettenpers extra snel laat draaien vaak op korte termijn (tijdelijk) iets kan bereiken voor de economische groei, maar daarna een hogere inflatie moet accepteren. Critici van de ECB kunnen bijna altijd wel betogen dat een iets ruimere geldcirculatie geen kwaad kan wat betreft de toekomstige inflatie en tijdelijk helpt bij het handhaven van de economische groei.

Het Verdrag van Maastricht eist van de ECB maar een ding, een lage en stabiele inflatie, en dat blijft heel goed verdedigbaar. Ten eerste omdat een lage inflatie veel behulpzamer is voor een gezond economisch klimaat dan een hoog tempo van geldontwaarding, en bovendien omdat het drukken van extra geld toch nooit meer dan een tijdelijke bijdrage levert aan de werkgelegenheid en geen fundamentele problemen in een economie kan oplossen. Daarom hoop ik maar dat minister Zalm zijn linkse collega's ervan overtuigt om geen haarkloverijen te beginnen over het precieze doel van de ECB, maar Wim Duisenberg en zijn collega's het vertrouwen te gunnen. Tweede onderwerp van gesprek voor de elf ministers van Financien wordt morgenavond het beleid met betrekking tot de financieringstekorten. Een paar dagen geleden schreef een hoge functionaris van de Nederlandse FNV al dat het nu een goed moment is om de regeringen in alle EU-landen wat meer te laten uitgeven en dus te accepteren dat de financieringstekorten omhoog gaan (NRC Handelsblad, 18 november). Dat is een economisch medicijn dat niet is gebaseerd op een serieuze diagnose. Want wat zijn de grote risico's voor Europa in 1999?

De diepe recessie in Oost-Azie zal voortduren. In Japan kan autofabrikant Nissan alleen nog maar geld lenen van de regering omdat binnen- en buitenlandse banken niet meer durven. De situatie in het Japanse bankwezen blijft zo troebel dat de eerste tekenen zichtbaar worden van een massale kapitaalvlucht uit Japan. Dat wijst op een veel zwakkere Japanse munt en dus op nog hardere concurrentie vanuit Japan voor Europese bedrijven.

De banken in China zijn er erger aan toe dan in Japan, en de economische groei is er niet 8 procent zoals de regering krampachtig volhoudt, maar eerder 2 procent.

Maar als China volgend jaar besluit om de Chinese munt te devalueren, bezwijkt ook de wisselkoers van Hongkong en gaat nog meer kapitaal zich terugtrekken naar het veilige Amerika en Europa. In Zuid-Amerika raakt Brazilie nu onvermijdelijk ook in diepe recessie. Tel het allemaal bij elkaar op, en de chemische industrie, de auto-industrie, de staalindustrie, en alle andere Europese bedrijfstakken die gevoelig zijn voor goedkope concurrentie van buiten Europa gaan slechte tijden tegemoet. En ook de landbouw blijft kampen met bijzonder lage prijzen op de wereldmarkt. Daaruit volgt dat Europa het volgend jaar nog meer dan anders zal moeten hebben van de dienstensector. Heeft die dan baat bij een hoger financieringstekort in euroland? Welnee. Ahold Aegon, reisbureau Holland International of de KLM krijgen toch geen subsidies uit Den Haag of Brussel en zijn dus het meest gebaat met consumenten die niet bezwijken onder al te hoge belastingen en met een overheid die winkeltijden verruimt.

Ook de vakbonden weten wel dat voor de werkgelegenheid in Nederland de dienstensector al vier keer zo belangrijk is als de industrie, maar de bonden hebben hun leden vooral in de industrie en bij de overheid. Daarom zou volgend jaar het volgende paniek-scenario zich kunnen afspelen. Korea, Brazilie en al die andere landen met goedkope wisselkoersen en veel overcapaciteit gaan hier nog meer verkopen, maar minister Lafontaine en de Europese vakbonden vinden het heel moeilijk om te accepteren dat banen verdwijnen in grote delen van de industrie. En de vakbonden laten weten dat het verlagen van het toptarief in de inkomstenbelasting van 60 procent naar 52 procent of 53 procent eigenlijk niet zo'n haast heeft en dat extra subsidies voor noodlijdende industrieen belangrijker zijn.

Minister Lafontaine besluit om de subsidies aan de kolenmijnen in het Ruhrgebied maar weer te verlengen (7 miljard D-mark per jaar en slecht voor het milieu). Franse en Italiaanse autofabrikanten gaan aandringen op restricties tegen import uit Japan en Korea. Zulke standpunten zouden een treurige terugval zijn naar kortzichtig beleid uit de jaren zeventig.

Toen en nu gold dat de trek van de werkgelegenheid uit de industrie naar de dienstensector niet mag betekenen dat de bankbiljettenpers sneller gaat draaien of dat regeringen geld wegsmijten aan industriesubsidies. Regeringen kunnen beter zorgen voor een moderne economie waarbij burgers niet al te veel belasting betalen en waar voor hun geld krijgen in het onderwijs en in het ziekenhuis. Onze oud-minister Wijers wist wat dat betreft de geest van de tijd veel beter te treffen dan de nieuwe minister Lafontaine. Jammer dat hij in Duitsland geen adviseur kon worden. Maar misschien kunnen Nederland, Engeland en Finland morgenavond tijdens het diner wat reclame maken voor vrijheid in plaats van subsidies. Ahold bij ons, Virgin in Engeland, Nokia in Finland: dat zijn het soort bedrijven die ook in moeilijke jaren zonder subsidies van de overheid kunnen zorgen voor inkomens en werk.

In de Verenigde Staten zijn er nog veel meer banen, met name in de dienstensector, niet omdat de overheid daar het financieringstekort verhoogt, of aan de Centrale Bank vraagt om meer geld te drukken, maar omdat het een vrije economie is met consumenten die 20 procent meer kunnen besteden dan wij hier in West-Europa. Wie nu terugkijkt naar de tijd van de eerste energiecrisis in 1973-'74, ziet dat wat landen ook probeerden met monetair beleid of met het financieringstekort, uiteindelijk niets opleverde voor de werkgelegenheid.

Goed van Den Uyl was het (al eerder) sluiten van de mijnen in Limburg. Schadelijk van Den Uyl was het opdrijven van tekort en inflatie.

Het zou treurig zijn wanneer minister Lafontaine en zijn medestanders in de vakbeweging die harde les 25 jaar later al weer hadden verdrongen.