Verbeek ontmoet andere normen en waarden in Japan

Hij wilde weleens iets heel anders. Dus vertrok Pim Verbeek, ooit de jongste hoofdtrainer uit de geschiedenis van Feyenoord, naar een tweedeklasser in Japan. Reportage uit een andere voetbalwereld.

De trainer wil graag zijn kantoor laten zien, maar dan moeten de schoenen wel uit. Zo hoort dat in Japan. Pim Verbeek past zich graag aan, het leven bevalt hem wel aan de andere kant van de wereld. “Alles is op respect gebaseerd. Ook als je hier hebt verloren, neem je als voetballer met een buiging afscheid van je supporters en krijg je applaus. In Europa buk je na een nederlaag alleen maar om de flessen te ontwijken.'

Hij verblijft sinds juli in Japan. Verbeek werd aangetrokken om van de club uit Omiya, een voorstad van Tokio, een professionele organisatie te maken. “Dat leek me een hele mooie job.' Het salaris deed de rest. Hij zou straks weleens voor de rest van zijn leven binnen kunnen zijn. “Zeg maar dat ik even vooruit kan', reageert Verbeek lachend. “De bedragen zijn in ieder geval onvergelijkbaar met die in het Nederlandse voetbal worden betaald.'

Officieel is hij nu nog trainer van een amateurclub. Alle spelers werken bij sponsor NTT, een immens communicatiebedrijf. Volgend seizoen, te beginnen in maart, zal dat anders zijn als er aan de nieuw te vormen J2 League, het een na hoogste niveau wordt meegedaan. Daarvoor werd de naam al aangepast. De club heet geen NTT Soccer Club meer, maar Omiya Ardija, inclusief nieuw embleem. De meeste Japanse profploegen hebben een diersoort als mascotte. Bij Omiya is dat de eekhoorn, ardija. “Hoe kunnen ze in godsnaam voor een eekhoorn kiezen? Dan neem je toch een leeuw of een arend', verbaast spits Jeroen Boere zich.

Boere is door Verbeek meegenomen naar Japan, evenals verdediger Jan Veenhof. Zij moeten binnen het veld vooral leiding geven. “Bijna alle clubs in Japan hebben op de cruciale plaatsen in het elftal buitenlanders lopen', vertelt Verbeek.

Met z'n drieen hebben de Nederlanders het eerste half jaar hun ogen uitgekeken. Zo hadden ze in hun carriere nog nooit meegemaakt dat er in de laatste vijf minuten van een wedstrijd een 3-0 voorsprong uit handen werd gegeven. Verbeek: “Je kan hier als trainer nooit lekker achterover leunen en denken: de punten zijn binnen. Even een wedstijd controleren lukt gewoon niet. Ze kunnen ineens hun hoofd verliezen.' Boere: “En dan verlies je nog met 4-3 en komt er na afloop een bestuurslid lachend naar je toe en die zegt: next week better.'

Het kost tijd om de zaken te veranderen. Soms weten de Nederlanders, zal het nooit lukken. Een speler de huid vol schelden, wordt in Japan als een belediging ervaren. Verbeek: “Iemand in de groep aanpakken, ligt moeilijk. Dus moet ik me aanpassen. In Nederland ben je gewend een wedstrijd met de hele selectie te analyseren hier neem je een speler apart.' Boere, die zes jaar in Engeland voetbalde heeft ook begrepen dat het geen nut heeft een medespeler in het veld op zijn fouten te wijzen. “Als ik een slechte bal geef, wil ik dat ze me dat vertellen. Me shit ball, talk.'

Verbeek trok onlangs een middenvelder van topclub Urowa Reds aan. “Die vonden ze daar te lastig. Hij heeft voor Japanse begrippen meer dan gemiddelde praatjes. Maar wij vinden dat juist wel lekker. Zo wil ik er nog wel vijf hebben.' Over de instelling van zijn spelers, allen afkomstig uit het studentenvoetbal heeft Verbeek echter geen klagen. “Ze zijn ontzettend leergierig, komen nooit te laat. Boetes hoef je echt niet uit te delen. In Nederland heb je al een probleem als je twee keer in een maand dezelfde training geeft. Hier kan ik gerust iets honderd keer herhalen.'

Veertien spelers van de selectie wonen in een gebouw van de club dat naast het trainingsveld staat. Ze hebben ieder een eigen kamer en er wordt voor hun eten gezorgd. Boere en Veenhof hebben ook zo'n ruimte tot hun beschikking, maar kleden zich daar alleen maar om voor de training. Dat is een opmerkelijke luxe voor een amateurclub. “Omdat die jongens intern zitten, heerst er hier een echte voetbalsfeer. Dan heb je niet dat alle spelers meteen na de training weer naar huis vluchten', vertelt Verbeek.

Een handicap voor de trainer is de taal. Hij moet om contact te krijgen met zijn spelers alles via een tolk doen. “Gelukkig is dat een jongen die verstand van voetbal heeft. Ik ken hem al uit mijn tijd bij Fortuna. Hij studeerde aan de Sporthochschule in Keulen en kwam vaak naar de trainingen kijken. Ik zit soms uren met hem in de auto en hij gaat steeds beter begrijpen wat ik wil.'

Verbeek reist momenteel het hele land af om kandidaten voor zijn ploeg van volgend seizoen te bekijken. Dan gaat het eigenlijk pas echt beginnen. Het eerste half jaar was slechts bedoeld om zich een beetje in te werken. Na de komst van Verbeek en de twee Nederlandse spelers, halverwege de competitie, ging het stukken beter met de ploeg, maar tevreden was Verbeek nog lang niet. De trainer acht niet meer dan zo'n zeven spelers uit zijn huidige selectie goed genoeg om straks het eerste profjaar mee te maken. Er moet in ieder geval een nieuwe doelman komen. Verbeek: “De keeper die er nu staat, hebben ze volgens mij zo van kantoor geplukt en twee handschoenen gegeven. Als je hem zo ziet, lijkt het wel wat, maar het is jammer dat hij ruzie met de bal heeft.'