Uitlevering bij politiek delict gecompliceerde kwestie

Italie weigert de uitlevering van de Koerdische leider Ocalan omdat Turkije de doodstraf kent. Er zijn andere juridische gronden waaraan Italie het uitleveringsverzoek zou kunnen toetsen.

Het Amerikaanse weekblad Time bevat deze week een prominent gebracht verhaal hoe de snel toenemende samenwerking tussen de politiekorpsen binnen Europa het leven steeds moeilijker maakt voor terroristen. No place to hide, luidt de kop. Dat is voorbarig, getuige het touwtrekken tussen Turkije en Italie over de leider van de Koerdische arbeiderspartij Abdullah Ocalan. De controverse tussen de twee NAVO-partners heeft een sterke internationaal-politieke lading, maar wordt voorshands uitgevochten op juridische strijdpunten. In de eerste plaats is er het verbod in de Italiaanse grondwet tot uitlevering aan een staat die de doodstraf kent. Voor Nederland is de doodstraf al eens reden geweest uitlevering aan de Verenigde Staten te weigeren. Dit is gebillijkt door het Europese Hof voor de rechten van de mens. De rechtsmacht van dit hof is zowel door Italie als Turkije aanvaard.

Turkije wil aan de Italiaanse bezwaren tegemoetkomen door de doodstraf, die het sinds 1984 toch al niet meer zegt te hebben toegepast, formeel af te schaffen. Dat blijkt overigens minder eenvoudig dan aanvankelijk werd voorgesteld. Er is echter nog een ander en formidabel beletsel, het beroep van Ocalan op het politieke karakter van het uitleveringsverzoek. Dat speelt op twee fronten, de aard van de delicten waarvan de Koerdische voorman wordt beschuldigd en de daarmee nauw verbonden vraag of hem in Turkije wel een eerlijk proces wacht.

Deze laatste vraag impliceert een kwaliteitsoordeel van het ene land (Italie) over het andere (Turkije) dat uiterst gevoelig ligt. Staten hebben van oudsher dan ook geprobeerd dit soort lastige vragen te omzeilen, signaleert de Amsterdamse expert in het uitleveringsrecht A.H.J.

Swart. Dat deden zij door beslissingen over politieke uitleveringszaken “in verregaande mate te abstraheren van de omstandigheden van het concrete geval'. In beginsel leidt elk politiek delict tot niet-uitlevering.

De vraag blijft natuurlijk wat wel en wat niet tot politiek delict wordt gerekend. Wat dit betreft is er onder de staten altijd een verschil geweest tussen rekkelijken en preciezen. Een speciale complicatie vormen bijkomende politieke delicten zoals de bankovervallen die een politieke strijdgroep pleegt om aan geld te komen voor wapens. Swart: “De exceptie (uitzondering) voor het politiek delict heeft iets ongrijpbaars.'

Duidelijk is wel dat het uitleveringsverbod op zijn retour is. Zeker in Europa is de balans tussen vertrouwen en reserve met betrekking tot de rechtspleging van andere staten verschoven. Dat komt vooral door het Europees verdrag voor de rechten van de mens waarbij de West-Europese staten, maar ook een land als Turkije, zijn aangesloten. Toch kon een Franse rechter dezer dagen nog de uitlevering van de kritische ex-spion David Shayler aan verdragspartner Groot-Brittannie weigeren wegens het politieke karakter van de strafzaak tegen de “klokkenluider' in verband met schending van staatsgeheimen.

Terrorisme is een hoofdstuk apart. Binnen de Raad van Europa is in 1977 het Europees verdrag tot bestrijding van terrorisme gesloten. Zowel Italie als Turkije is lid. Dit verdrag heft het uitleveringsverbod op voor misdrijven die zo ernstig zijn, dat het misdadige element zwaarder weegt dan hun mogelijke politieke aspecten. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het gebruik van wrede of verraderlijke middelen (briefbommen, raketten) of het toebrengen van fysieke schade aan personen die niets met het conflict hebben te maken.

Deze laatste clausule kan in het geval-Ocalan nog tot een juridisch dispuut leiden. Turkije houdt hem medeverantwoordelijk voor het ombrengen van 30.000 mensen. In de jongste aflevering van Foreign Affairs geeft de Turkse ambasadeur in Washington een interessante specificatie. Hij spreekt van “meer dan 5.000 burgers'. Dat doet vermoeden dat de meerderheid van de slachtoffers overheidsdienaar of militair is - dus niet per definitie de onschuldige buitenstaanders van wie het verdrag spreekt.

Het Europese antiterrorismeverdrag is bovendien niet absoluut. Ook als dit het uitleveringsverbod voor politieke delicten in het geval-Ocalan opzij zet, mag Italie uitlevering toch weigeren als het vreest dat Ocalan in Turkije bloot staat aan vervolging wegens zijn politieke denkbeelden of etnische herkomst. Rome is dan wel verplicht hem zelf te berechten.

De vervolging waarvan hier sprake is, gaat verder dan twijfel aan de Turkse procesgang en valt in de termen van de gronden voor politiek asiel. Italie zit dan dus met een probleem dat Nederland ook kent: asielzoekers die worden beschuldigd van bijzonder ernstige wandaden in het land dat zij ontvluchtten. Volgens het vluchtelingenverdrag is dit een reden toegang te weigeren. Het probleem is alleen dat zij volgens datzelfde verdrag niet mogen worden teruggestuurd naar het land van herkomst, waar zij immers vervolging hebben te vrezen.

Ook dan is de stelregel aut dedere, aut punire (uitleveren of zelf berechten). Volgens de jongste opgave zijn al meer dan twintig dossiers in handen van de Nederlandse justitie gesteld, niet alleen uit het voormalige Joegoslavie maar ook uit Afghanistan, Irak, Turkije, Liberia, Sierra Leone, Soedan, Somalie en Sri Lanka. De opdracht voldoende overtuigend bewijs bijeen te brengen uit den vreemde maakt de afloop van dit soort zaken echter zeer ongewis.

    • F. Kuitenbrouwer