STAATSSECRETARIS OP KOUSENVOETEN

Margo Vliegenthart (40) is de nieuwe staatssecretaris van Sport. In tegenstelling tot haar voorgangster Erica Terpstra werkt de PvdA-bewindsvrouwe het liefst vanuit de luwte. “Pas als we iets bereikt hebben, komen de toeters en bellen.'

Ja, ze heeft aan sport gedaan. Ze heeft jarenlang gehockeyd in het tweede van Kampong in Utrecht. Op het gymnasium deed ze fanatiek aan volleybal en basketbal en richtte ze zelfs een sportvereniging voor scholieren op. “Sport was voor mij een fulltime hobby', zegt Anne Margo Vliegenthart met gepaste trots.

Zo, dat is wel een opluchting voor de sportlievende mensen in den lande. Een staatssecretaris met sport in haar portefeuille die iets van de sportbeleving begrijpt. Mogelijk niet zoals haar voorgangster Erica Terpstra, die zelf ooit aan topsport deed en daardoor het zware leven van trainen, wedstrijden en voorbereidingen op olympische spelen en wereldkampioenschappen kon doorgronden. Maar daarom voelt Vliegenthart zich ten opzichte van Terpstra nog niet in het nadeel.

Een etiket op haar voorhoofd met 'Ik ben staatssecretaris van sport' draagt ze niet. Zelfvergroting is haar vreemd. Ze laat zich niet door praalstemmen aankondigen. Ze loopt niet in de polonaise en roept niet dat alles 'fantastisch' is. Op kousenvoeten bezocht ze de voetbalwedstrijden Feyenoord-Stuttgart, Ajax-PSV en - tijdens haar vakantie - Barcelona-Salamanca (“omdat er zoveel Nederlanders meespeelden'). Ook was ze aanwezig bij het WK wielrennen, de Davis-Cupwedstrijd Nederland-Ecuador en een demonstratie van de Special Olympics in Arnhem, een toernooi voor verstandelijk gehandicapten. “Dat heeft het meeste indruk op me gemaakt. Daar zag ik meer dan ik verwacht had', zegt ze spontaan.

“Ik loop niet vooraan, hoewel ik echt wel trots ben op onze schaatsers, volleyballers en hockeyers. Ik leef mee omdat ik van sport hou', zegt ze alsof er iemand aan heeft durven twijfelen. “Het gaat in mijn functie niet om persoonlijke bekendheid.

Ik begrijp dat het kan bijdragen tot meer impact. Het gaat vooral om resultaten boeken met ons beleid. Ik ben iemand van de geleidelijke weg, ik bestudeer iets nauwgezet en praat eerst met zoveel mogelijk instanties en mensen voordat ik iets roep. Pas als we iets bereikt hebben, komen de toeters en bellen. Maar het moet niet andersom zijn. Sport heeft een hoge plaats op de agenda gekregen, nu moeten we een stap verder. In plaats van praten moet er nu iets mee gedaan worden.'

Wanneer ze over sport praat, bedoelt ze ook sport in al zijn geledingen en niet alleen topsport. “Sport is een positief element in de samenleving, wat betreft gezondheid, sociale integratie en ook economische belangen. Volgens het regeerakkoord willen we vooral de breedtesport stimuleren. Sport in de wijken, sport voor de jeugd, voor gehandicapten en allochtonen. Niet alles moet gericht zijn op topsport. Topsport kan niet gedijen als er geen goede breedtesport is. Ik begrijp wel dat door topsportsuccessen de jeugd wordt aangetrokken, al is het effect inderdaad maar kortstondig. Zelf wilde ik als meisje ook noren omdat de Nederlandse schaatsers zo goed werden. Maar topsportsuccessen vormen een wankele basis vormen om beleid te maken. Het gaat om meer dan internationale triomfen. Het gaat vooral om de gezondheid van de samenleving, het wij-gevoel is een bindmiddel, maar het mag niet alleen gaan om het Oranje-gevoel.'

Volgens het regeerakkoord zou het sportbudget de komende vier jaar verdubbeld moeten worden. In het jaar 2002 zou VWS dan 113 miljoen gulden te besteden hebben voor sport. Driekwart daarvan gaat naar de breedtesport. Vliegenthart wil onderzoeken of ze tegemoet kan komen aan de wens van de atletencommissie om een inkomensregeling te treffen en hoe dat zou moeten.

In de begin volgend jaar te verwachten topsportnota 2000+ moet dat duidelijk worden. Zoals die al bestaat voor 13.000 kunstenaars. Vooralsnog laat Vliegenthart eerst onderzoeken in hoeverre dat kan en uit welk budget dat betaald wordt, mogelijk uit het bestaande fonds van topsporters. Gisteren ging daarvoor een brief de deur uit naar het bureau Berenschot in Utrecht.

Het onderzoeksbureau zal voor het einde van het jaar uitgezocht moeten hebben of het al bestaande fonds voor de topsport toereikend is en of wetgeving noodzakelijk is, welke instantie over de uitkeringen mag beslissen - want het is niet gezegd dat de bonden of NOC*NSF daarover mogen beslissen. Daarnaast zal een inkomensregeling afgestemd moeten worden op reeds bestaande financiele bijdragen die de sporters al van sponsors krijgen. “We proberen sporters op weg naar de top te steunen', verklaart Vliegenthart. “Dan hebben ze geen zorgen over financien en hebben ze hun hoofd vrij om te kunnen trainen. Als ze eenmaal de top hebben bereikt, vinden ze zelf wel sponsors. Maar het gaat om die groep van erkende talenten die nog niet interessant is voor sponsors.'

Opmerkelijk is de discussie die Vliegenthart wil aanzwengelen naar aanleiding van een onderzoek van de bond leeftijdsdiscriminatie. “Tot mijn verbazing las ik dat scheidsrechters van de voetbalbond niet ouder mogen zijn dan 45 en dat je niet ouder mag zijn dan 70 om een veld te keuren. Daar moest ik vreselijk om lachen. Voor het keuren van een veld heb je alleen goede ogen nodig. En waarom zou een man van 75 minder goede ogen hebben dan een van 45?'

En de leeftijdregels voor scheidsrechters? “Een scheidsrechter moet gewoon over een goede conditie beschikken, een goed waarnemingsvermogen en een stabiele persoonlijkheid.

Mensen uitsluiten op basis van hun leeftijd is vreemd en uit de tijd. Die regel is ingesteld om een lastige discussie te omzeilen. Er is er een groot tekort aan scheidsrechters. Dus wil ik van de KNVB weten welke argumenten aan die leeftijdsregel ten grondslag liggen. Regels zijn nodig, maar er dient wel voortdurend nagedacht te worden waarom die regels bestaan.'

Wanneer voetbal ter sprake komt, kan Vliegenthart niet om de problemen over de invoering van de 'clubcard' heen. Op basis van een onderzoeksrapport moet de KNVB in december met alternatieven komen voor de persoonsgebonden clubcard. “Hij staat niet op losse schroeven. Ik heb er vertrouwen in dat er een goed alternatief komt. Ik kan me voorstellen dat clubs en mensen die naar het voetbal willen gaan, zijn geschrokken van dit systeem. Maar er moet toch iets gebeuren om vandalisme tegen te gaan. Men wilde te snel met de invoering beginnen. Daardoor konden kinderziektes niet worden vermeden. Anderzijds zijn er fouten gemaakt door de lokale driehoek (burgemeester hoofdofficier van justitie en politiechef). Het is niet optimaal verlopen en dan druk ik me eufemistisch uit.'

Agressie in en rond de stadions mag volgens de staatssecretaris zeker niet worden onderschat. “Iedereen dient zijn verantwoordelijkheid te nemen. Dus ook de clubs en daar ben ik nog niet helemaal van overtuigd. Bij een aantal clubs blijkt het systeem goed te werken. Van Praag wil er bijvoorbeeld absoluut niet vanaf bij Ajax. Dat is toch belangrijk in deze discussie. Ja, in Amsterdam en de grote steden, zegt u. Maar agressie is overal. Dus waarom niet in en rond de voetbalstadions en in kleine steden. Escalatie van jeugdcriminaliteit is een feit.

Meindert Tjoelker werd toch in Leeuwarden doodgeslagen?'

Ruim tien jaar was Vliegenthart al lid van de Tweede Kamer namens de PvdA, alvorens ze staatssecretaris in het kabinet Kok II werd. Hoewel haar specialismen vooral zorg en emancipatiebeleid golden, volgde de ex-voorzitter van de Jonge Socialisten van nabij de sport als liefhebster. De dopingdiscussie is ook niet aan haar voorbijgegaan. Analoog aan haar streven goed te luisteren en zich te laten informeren, probeerde ze een mening te vormen over doping. “De zaak met Priem (de ploegleider van wielerformatie TVM, die in Frankrijk vastzit) geeft me natuurlijk een onbevredigend gevoel. Maar we kunnen niet onder het systeem van rechtsregels uit dat Frankrijk hanteert. Dat is conform de Franse juridische praktijken. Aan de andere kant moeten we niet vergeten dat doping een negatieve ontwikkeling is. Er is het gezondheidsrisico dat we moeten onderkennen en ook de morele overweging dat doping nogal concurrentievervalsend is.'

Dopingbestrijding heeft in Nederland weinig prioriteit gehad, is Vliegenthart gebleken. In vergelijking met andere landen stond Nederland te boek als liberaal. Zelfs de Europese dopingconventie van enkele jaren geleden die Nederland als laatste ondertekende, had geen invloed. Nederlandse sporters wezen liever beschuldigend naar gebruik bij buitenlanders en dopingcontroles vormden een sluitpost bij de bonden. Met veel aplomb kondigde NOC*NSF onlangs aan dat controles verscherpt worden, dat ze bij nacht en ontij komen en dat er een onafhankelijk en centraal instituut moet komen om een en ander te regelen. Nogal laat, vergeleken bij andere sportnaties.

Vliegenthart reageert niettemin tevreden.

“De sport heeft er tot nu toe weinig aangedaan. Maatregelen, zoals nu wellicht nodig zijn - na al die toestanden in de Tour de France - zijn er nooit genomen. Of dat nu wel gaat gebeuren, moet gecontroleerd worden. Maar we moeten niet vergeten dat de sporters er zelf om gevraagd hebben. Niet alleen om zichzelf vrij te pleiten, maar ook om eerlijke competitie te garanderen. Het is nogal frustrerend wanneer je je het leplazarus traint en anderen doping nemen. Je kunt wel zeggen dat je doping toch niet uitroeit, omdat voortdurend iets nieuws wordt verzonnen. Maar dat is geen reden om er niets meer tegen te doen.'

Doping vrijgeven? “Iedereen maar raak laten slikken? Dan is er helemaal geen gezonde en eerlijke competitie meer. We zijn er om mensen te waarschuwen en tegen zichzelf te beschermen. Het is ongelooflijk als je leest wat het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken heeft onderzocht. Dat er zoveel handel is in doping en dat er op sportscholen zoveel geslikt wordt. Ik heb op mijn gespreksronden met allerlei bonden en instanties veel gehoord. Ik wist bijvoorbeeld niet dat schakers ook doping gebruiken om zich beter te kunnen concentreren. Dat is toch oneerlijk?'

Doping is een onderdeel van toenemende sportverdwazing beseft Vliegenthart. “Maar je kunt er niet om heen dat topsport boeit. Topsport vind ik persoonlijk het streven naar perfectie en grenzen verleggen. Het is prachtig om te zien wanneer een atleet iets doet wat anderen nog nooit hebben gedaan. Topsport heeft zoveel uitstraling dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn. Daarmee is niet gezegd dat elke voetbalwedstrijd uitgezonden moet worden. Maar dat is een commerciele overweging.'

Recreatieve sport wordt vaak vergeten.

Neem haar eigen sportactiviteiten. Wie weet dat Margo Vliegenthart elke vrijdagmorgen voorafgaande aan de ministerraad deelneemt aan het bewindsliedentrimclubje? “Nee, geen rondje om het Binnenhof hollen kom nou. Gewoon een uurtje fitness. Dat is toch heel gezond?'