Russen nog belangrijk in ruimte

In Kazachstan is gisteren het eerste element van een nieuw ruimtestation gelanceerd, een project waarin de VS, Rusland en een aantal andere landen samenwerken.

Op 25 januari 1984 gaf de Amerikaanse president Ronald Reagan zijn goedkeuring aan de plannen van NASA voor de bouw van een groot, permanent bemanbaar ruimtestation. Hij kan nooit hebben bevroed dat het toen nog bijna vijftien jaar zou gaan duren voordat het eerste basiselement van zo'n station zou worden gelanceerd. Laat staan dat het daarbij zou gaan om een door Washington betaald toestel van Russische makelij, gelanceerd met een Russische raket.

Op de Kazachstaanse lanceerbasis Bajkonoer werd gisteren Zarja (Dageraad), zoals de Russen het bijna 20 ton wegende en 12,5 meter lange basiselement van het ISS (International Space Station) hebben gedoopt, met een Protonraket in een 385 km hoge cirkelbaan om de aarde geschoten. Daar wordt het in ruim vijf jaar tijd uitgebouwd tot een enorm complex met een totale massa van 430 ton en met afmetingen van 87 bij 107 meter.

Op het gebied van de ruimtevaart resteert er in de wereld nog maar een supermacht: de VS. Toch spelen de Russen nog wel degelijk een belangrijke rol in de ruimtevaart. Nergens is immers zoveel ervaring opgedaan met ruimtestations en de gevolgen van langdurige ruimtevluchten door de mens (tot anderhalf jaar toe) als juist in Rusland. Tot enkele jaren geleden was de langst durende Amerikaanse ruimtevlucht die van drie astronauten die eind 1973 en begin 1974 bijna drie maanden om de aarde cirkelden aan boord van het NASA-ruimtestation Skylab. Het zou meer dan twintig jaar duren voordat een nieuwe generatie Amerikaanse astronauten dat record zou breken.

Dat gebeurde ter voorbereiding van het ISS-programma, waarbij ze aan boord van het Russische ruimtecomplex Mir langdurig een schat aan ervaring opdeden, ook en vooral tijdens enkele niet geplande noodsituaties (brand, stabilisatieproblemen door uitvallende computers, energieschaarste, decompressie door een 'aanvaring' e.d.).

De Mir-tickets voor de Amerikanen waren overigens niet gratis. De Russen lieten zich er redelijk goed voor betalen en konden met de verdiende dollars hun ruimtevaartprogramma - zij het minimaal - toch nog op de been houden en het leven van de Mir rekken.

Die Mir gelanceerd in februari 1986, zit intussen al dik in de overuren. Volgens de oorspronkelijke plannen zou het toestel zo rond 1990 zijn opgevolgd door een Mir-2, maar van die vervanging is het nooit gekomen. Er werd geen geld meer voor beschikbaar gesteld. De Mir zou in de zomer van volgend jaar moeten worden ontmanteld en in de dampkring worden teruggeschoten om daar (hopelijk) grotendeels te verbranden, maar de laatste tijd wordt er in Rusland weer serieus over gesproken om het complex nog maar een tijdje aan de praat te houden.

In Amerika is men niet bepaald ingenomen met die Russische suggesties. NASA is van oordeel dat de Russen niet in staat zijn om gelijktijdig zowel het Mirproject als het ISS-programma - en dan vooral de eerste fase daarvan - goed uit te voeren.

Ooit was het de bedoeling dat de eerste drie segmenten van het ISS - waaraan behalve door de VS en Rusland ook wordt deelgenomen door Canada Japan, Brazilie en (vooral in ESA-verband) tien Europese landen - binnen een kort tijdsbestek zouden worden gelanceerd en aan elkaar gekoppeld. Maar dat zit er niet meer in, althans niet voor het derde element de Russische 'service module' die een belangrijke taak krijgt als energieleverancier, voorlopig bemanningsverblijf en als sleper die het geleidelijk richting aarde zakkende ruimtestation naar zijn oorspronkelijke baan terugbrengt. Door geldgebrek aan Russische zijde heeft de bouw van die sleper al zoveel vertraging opgelopen, dat de lancering ervan op zijn vroegst pas omstreeks juli 1999 kan plaatsvinden.

De bij de bouw betrokken bedrijven moesten vaak zo lang op de door Moskou toegezegde gelden wachten, dat lang zelfs geen lonen werden uitbetaald. Technici gebruikten het cylindervormige omhulsel van de sleper-module op een gegeven moment alleen nog maar om er een dutje in te doen.

Voorlopig zal het ISS dus slechts bestaan uit de Zarja en de op 3 december met een ruimteveer te lanceren 'Unity', een ruim 11 ton wegende Amerikaanse rendezvous- en koppelingseenheid, die o.a. een verbinding zal vormen tussen de Russische modules van het ISS en een Amerikaanse laboratoriumcylinder en waaraan tal van andere modules en constructies kunnen worden verankerd. Vandaar ook dat de Amerikanen hun 'Unity' als een 'knooppunt' aanduiden.

Twee soortgelijke 'knooppunten' die pas later in het assemblageschema aan bod komen, zullen voor rekening van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA door Italiaanse bedrijven worden vervaardigd, zoals Fokker Space in Leiden op zijn beurt in opdracht en voor rekening van ESA de voor allerlei verschillende taken inzetbare robotarm ERA (een project van 300 miljoen gulden) zal leveren voor het Russische deel van het ISS. De lancering van ERA naar het ISS gebeurt overigens pas in de loop van het jaar 2000. Zoals de zaken er nu voorstaan zal de eerste bemanning eind volgend jaar of misschien zelfs nog later per Sojoez naar het ruimtestation-in-wording worden gezonden en daar vijf maanden werkzaam zijn. In de oorspronkelijke plannen was gemikt op een lancering van die bemanning in mei van dit jaar.