Rumoer binnen VluchtelingenWerk; Club worstelt met lokale autonomie uit de jaren zeventig

VluchtelingenWerk is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een professionele organisatie met een omzet van 38 miljoen gulden. Maar het drijft op vrijwilligers.

Natuurlijk is Peter van der Noord boos op VluchtelingenWerk. De coordinator van het tentenkamp in Heumensoord werd afgelopen woensdag ernstig in verlegenheid gebracht. De afdeling Rijn-IJssel van VluchtelingenWerk leverde zomaar 123 asielzoekers voor zijn tentdeur af. Maar Van der Noord kon de blauwbekkende groep niet toelaten en werd plotseling de boodschapper van slecht nieuws: u komt er niet in. Hij vindt de actie van VluchtelingenWerk “gesol met mensen', die worden gebruikt “als schaakstukken'.

Ook het hoofdkantoor van VluchtelingenWerk was niet blij met de actie van de 'werkgroep' Rijn-IJssel. “Het had beter niet kunnen gebeuren', zegt secretaris Heinrich Winter. Maar de fout was al eerder gemaakt. Omdat Rijn-IJssel “niet met droge ogen kon aanzien' dat de groep asielzoekers op straat kwam te staan, werd opvang geboden in pensions. “Maar opvang is niet onze taak en het is fysiek en financieel ook niet haalbaar', aldus John te Loo, voorzitter van VluchtelingenWerk.

De actie van de afdeling Rijn-IJssel is typerend voor de structuur van de Stichting VluchtelingenWerk. Enerzijds is ze een landelijke organisatie, anderzijds is ze opgebouwd uit 450 lokale stichtingen en verenigingen met een behoorlijke mate van autonomie. Hoewel het opvangen van asielzoekers uitdrukkelijk niet de bedoeling is, kan het hoofdkantoor dat ook niet verbieden. “Wie ben ik om te roepen: dat mag niet', zegt Te Loo. VluchtelingenWerk is geen hierarchische organisatie met strakke lijnen en een van boven opgelegd dictaat. Het is vooral een club waarvan de leiding steeds professioneler wordt, maar die intussen draait op vrijwilligers.

De organisatie is ver verwijderd van de manier waarop ze aan het eind van de jaren '70 begon: een samenraapsel van vijftig lokale, vooral kerkelijke, clubjes die vluchtelingen hielpen.

“Dat was allemaal leuk en aardig, maar het moest professioneler', zegt Winter. Nu praat VluchtelingenWerk in termen van “klant- en resultaatgericht werken'. De 610 betaalde krachten volgen managementcursussen. De ruim tienduizend vrijwilligers krijgen scholing en training. De “interne communicatie' is recent geheel herzien. VluchtelingenWerk zet per jaar 38 miljoen gulden om.

Dat geld is voor driekwart afkomstig van de postcodeloterij. Het gaat vooral op aan personeel en organisatie, maar zonder de vrijwilligers is VluchtelingenWerk “een leuk apparaat en verder niets', aldus Winter. De vrijwilligers begeleiden de asielzoekers, bereiden hen voor op het verhoor door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), geven of verwijzen hen naar juridische bijstand en leggen contacten met arbeidsbureaus en maatschappelijk werk.

De vrijwilligers zijn vaak hoog opgeleide vrouwen tussen de veertig en de vijftig jaar. Politieke kleur verschilt. VluchtelingenWerk moet constant werven, want de doorstroom van vrijwilligers is hoog. “Door de werkdruk branden mensen snel af en bovendien vissen veel andere organisaties in dezelfde vijver', zegt Winter.

Een asielzoeker heeft gedurende de hele procedure contact met VluchtelingenWerk. In de tent in Heumensoord, in het aanmeldcentrum in het onderzoekscentrum en in het asielzoekerscentrum: VluchtelingenWerk heeft overal kantoortjes. De samenwerking met de IND en het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers (COA), verantwoordelijk voor de centra is “prima', zo bevestigen betrokkenen. Hoewel tentmanager Van der Noord woensdag even boos was, zegt hij ook dat “de samenwerking met VluchtelingenWerk heel goed functioneert'. Adjunct-directeur Opvang H. Kruk van het COA heeft het over “een uitstekend contact'. Conflicten komen slechts heel sporadisch voor, zegt hij. De verschillende organisaties overleggen vrijwel dagelijks, VluchtelingenWerk zit daarbij als 'volwassen partner' om de tafel.

Hoe groot en professioneel VluchtelingenWerk ook is geworden, de 'belangenbehartiger' van asielzoekers heeft nog wel haar dilemma's. Hoe om te gaan met democratische besluiten waar VluchtelingenWerk het niet mee eens is? “Daar worstelen we mee', zegt Winter. “Er is daarover intern een constante discussie gaande.' De huidige lijn is: er wordt gelobbyd, moord en brand geschreeuwd, maar na een democratisch besluit staakt de organisatie het verzet.

“Ik ben uw vriend die u uw feilen toont', duidt voorzitter Te Loo de relatie tot de overheid. Maar niet alle leden zijn het daarmee eens. Zij vinden dat als de overheid iets principieel verkeerds doet, VluchtelingenWerk zich ook moet terugtrekken. En dan kan de lokale autonomie soms weer opspelen.