Relikwie

Hij kwam naar Leeuwarden om de barre tocht van 18 januari 1963 te schaatsen. Vastbesloten om zo snel mogelijk langs de elf Friese steden te gaan. Hevige kou, snijdende wind en zelfs sneeuw vond hij op zijn weg. Maar niets kon Anne Catharinus Udding op deze dag hinderen. Velen rondden Friesland weliswaar sneller dan hij, maar nog meer deden er langer over.

Als 31ste bereikte hij de eindstreep, een uur en negentien minuten later dan winnaar Reinier Paping. Udding had overal pijn en was op veel plaatsen bevroren. Maar wie het einde heeft gehaald, klaagt niet. Twee dagen later bleek een van zijn grote tenen nog stijf en levenloos te zijn. Een tweedegraads bevriezing. Rondom zijn teen bleek zich een vriesblaar te hebben gevormd. Tinus restte weinig anders dan vriesblaar en nagel te laten verwijderen. Afstand doen van de teen hoefde hij gelukkig niet. Eerst bewaarde hij de afgeknipte vriesblaar nog als was het een trofee. Jaren later schonk hij het toch maar aan Gauke Bootsma, van wie het een plaatsje kreeg in diens verzameling van schaats-, slee- en ijssportattributen. In 1929 was Karst Leemburg minder fortuinlijk: een teen werd geamputeerd en bleef bewaard op sterk water. Maar niet in Bootsma's museum. De vriesblaar met nagel ligt er wel, opgevuld met papier, veilig in een glazen huisje. Als aandenken aan de barre tocht van Tinus Udding uit Uffelte.